|
![]() |
| Zachariël> Artikel |
|
26-6-2007
printversie:
Naomi Klein: No Logo No Logo verscheen in 2000, in het kielzog van de rellen
in Seattle tijdens de (afgebroken) WTO-bijeenkomst in 1999. Het boek
werd een soort bijbel van de antiglobaliseringsbeweging. Maanden stond
het boek wereldwijd bovenin de bestseller-lijsten. De nasleep van
de aanslagen van 11 september 2001 en de inval in Irak in april 2003
hebben het zicht ontnomen op de problemen die Naomi Klein zo gedegen
beschreven heeft. Nu staat het broeikaseffect weliswaar terecht hoog
op de agenda, maar naast vervuiling is er nog steeds die andere kant
van 'onze' consumptie: uitbuiting. Deel 1 Heerlijke Nieuwe Merkenwereld
In onderstaand stuk uit No Logo legt Naomi Klein beknopt de ommekeer in het denken over merken en daarmee producten uit. Zij refereert hierbij aan een omslagpunt dat plaats vond op vrijdag 22 april 1993, ‘Marlboro-vrijdag’. Op die dag kondigde Philip Morris aan dat het de prijs van Marlboro met 20% ging verlagen om marktaandeel terug te winnen. Marlboro stond echter symbool voor het absolute topmerk. Als zelfs dit merk de concurrentiestrijd opeens puur op prijs ging voeren, hoe moest dat dan met al die andere merken? Gevolg: prijsdalingen van allerlei grote merkenbedrijven op Wall Street. In het kielzog daarvan vond plots een drastische daling van de uitgaven aan reclame plaats. Na aanvankelijke paniek hervonden reclamemensen zichzelf en kan men achteraf gezien eerder spreken van een soort heroriëntatiefase, waarna reclame definitief in een veel bredere context werd geplaatst en de merkenstrijd met een veel grootschaliger inzet van (financiële) middelen werd gevoerd.
Sindsdien heeft een selecte groep ondernemingen geprobeerd zich te bevrijden van de tastbare wereld van grondstoffen, productie en producten en een bestaan op een ander vlak te creëren. Een product maken kan iedereen, zo redeneren ze. Zulk oninteressant werk kan en moet dus worden uitbesteed aan contractanten en subcontractanten, die er alleen maar voor hoeven te zorgen dat ze de bestelling op tijd en tegen een zo gunstig mogelijke prijs leveren (en die bij voorkeur uit de derde wereld komen, waar arbeid spotgoedkoop is, met de wetgeving de hand wordt gelicht en de belastingen op grote schaal worden ontdoken). Intussen heeft het hoofdkantoor de handen vrij om zich op het echte werk te concentreren -de creatie van een bedrijfsmythologie die invloedrijk genoeg is om aan deze kale objecten betekenis te geven, alleen al door ze van de handtekening van het bedrijf te voorzien.
Het bedrijfsleven heeft altijd al onmiskenbare New Age trekjes gehad, die werden gevoed -zo is gebleken -door een diep verankerde behoefte die niet kon worden bevredigd door tegen contant geld allerlei snuisterijtjes te verkopen. Maar toen het merk tot de bedrijfsverbeelding begon te spreken, kwamen 'zoektochten naar een visie' in de trant van de New Age in het middelpunt van de aandacht te staan. Phil Knight, de president-directeur van Nike, heeft verklaard: 'We hebben onszelf jarenlang gezien als een op productie georiënteerd bedrijf en dat betekent dat we ons hebben geconcentreerd op de vormgeving en de productie van ons product. Maar nu is het tot ons doorgedrongen dat het op de markt brengen van het product eigenlijk onze voornaamste taak is. We zijn nu zover dat we zeggen dat Nike een op marketing georiënteerd bedrijf is en het product ons belangrijkste marketinginstrument." Dit project is sindsdien op een nog hoger niveau getild
door de opkomst van internetgiganten als Amazon.com. Juist op het
internet worden de zuiverste merken gecreëerd: niet gehinderd
door de concrete lasten van winkels en goederenproductie kunnen deze
merken een hoge vlucht nemen, niet als distributeurs van goederen
of diensten, maar als distributeurs van collectieve hallucinaties.
Meldingen van dergelijke openbaringen van een 'merkvisie' begonnen overal op te duiken. De voorzitter van bet reclamebureau van Polaroid, John Hegarty, stelde de diagnose: 'Hun probleem was dat ze niet van het idee konden afstappen dat het in hun bedrijf om camera's ging. Maar van het proces van het ontwikkelen van een '(merk)visie' hebben we iets geleerd: Polaroid is geen camera -het is een sociaal glijmiddel.' IBM verkoopt geen computers, maar 'oplossingen voor bedrijfsproblemen'. Bij Swatch gaat het niet om horloges, maar om het idee van tijd. Bij Diesel Jeans, zo vertelde de eigenaar Renzo Rosso aan Paper, 'verkopen we geen product, maar een leefstijl. Ik denk dat we een beweging hebben gecreëerd.’ Het Diesel-concept is alles. Het is dé manier van leven, dé manier om je te kleden, dé manier om iets te doen.' En Anita Roddick, de oprichtster van The Body Shop, legde me uit dat het in haar winkels niet gaat om de producten zelf, maar om de producten als dragers van een groots gedachtegoed -een politieke filosofie over vrouwen, milieu en ethiek. 'Ik gebruik het bedrijf waarvan ik tot mijn eigen verrassing een succes heb gemaakt -het had dat niet hoeven worden, het was niet bedoeld om dat te worden -om bovenop de producten te gaan staan en deze ideeën luidkeels aan de man te brengen,' zegt Roddick. De beroemde, onlangs overleden grafische ontwerper Tibor
Kalman heeft de veranderende rol van het merk als volgt samengevat:
'Oorspronkelijk stond het in verband met kwaliteit, maar nu is
het een stilistisch teken van moed.'
En niemand stortte zich met meer evangelische ijver op deze theorie van het merk dan Richard Branson; zijn Virgin Group heeft samenwerkingsverbanden tussen zo ongeveer alles van een merk voorzien; van muziek, bruidsjaponnen, luchtlijnen en cola tot financiële diensten. Branson verwijst spottend naar 'de formele, Engelse visie op de consument', die inhoudt dat een merknaam in verband moet staan met een product als sportschoenen of frisdrank, en hij kiest in plaats daarvan voor de' Aziatische "kunstgreep"' van de keiretsu's (een Japanse term die een netwerk van aan elkaar gekoppelde ondernemingen aanduidt). Het gaat erom, zo legt hij uit, 'merken niet op te bouwen rondom producten, maar rondom een reputatie. De grote Aziatische namen worden geassocieerd met kwaliteit, prijs en innovatie en niet met een specifiek artikel. Ik noem ze "attributiemerken": ze staan niet rechtstreeks in verband met een product -zoals Mars of Coca-Cola -maar met een reeks waarden.'
Intussen houdt Tommy Hilfiger zich niet in de eerste plaats bezig met het produceren van kleding, maar met het zetten van zijn handtekening. De bedrijfsvoering is volledig gebaseerd op contracten met behulp waarvan Hilfiger al zijn producten bij een groep andere bedrijven bestelt: Jockey International rnaakt Hilfiger-ondergoed, Pepe Jeans London maakt Hilfiger-spijkerbroeken, Oxford Industries maakt Tommy-shirts, de Stride Rite Corporation maakt Tommy- sokken en -schoenen. En wat maakt Tommy Hilfiger zelf? Helemaal niets.
In het tijdperk van het merk als lifestyle zijn producten zodanig achterhaald dat nieuwe bedrijven als Lush Cosmetics of Old Navy Clothing aan bet einde van de jaren negentig met de gedachte begonnen te spelen aan ouderwetse gebruiksgoederen als bron van op het verleden gebaseerde beeldvorming. De Lushketen etaleert gezichtsmaskers en vochtinbrengende crèmes in gekoelde roestvrijstalen kommen; ze worden in flesjes met ouderwetse kruideniersetiketten gelepeld. Old Navy stelt zijn in krimpfolie verpakte T-shirts en sporttruien ten toon in verchroomde koelkasten in de stijl van delicatessenwinkels, alsof ze vlees of kaas zijn. Als je een puur, door concepten aangedreven merk bent, dan kan de esthetiek van onbewerkte producten een even 'authentieke' uitwerking hebben als 'artistiek' wonen op een zolderkamertje. En denk maar niet dat het merkenbedrijf kan worden afgedaan als bet speelterrein van trendy artikelen als sportschoenen, spijkerbroeken of New Age- drankjes. Ook Caterpillar, bekend om zijn tractoren en sloopwerktuigen, is in sneltreinvaart het merkentijdperk binnengereden met zijn Cat-accessoires: laarzen, rugzakken, hoofddeksels en alles wat ook maar in de verste verte iets heeft van dat postindustriële je ne sais quoi. Intel Corporation maakt computeronderdelen die niemand ziet en waar maar weinig mensen iets van begrijpen, maar het bedrijf heeft zijn processors getransformeerd tot een fetisjistisch merk: in tv-spots zie je fabrieksarbeiders in buitenissige, metaalkleurige ruimtepakken dansen op 'Shake Your Groove Thing'. De mascottes van Intel werden zo populair dat het bedrijf honderdduizenden met bonen gevulde poppen heeft verkocht die waren gemodeIleerd naar die dansende, glimmende techneuten. Geen wonder dat Paul S. OteIlini, adjunct-directeur verkoop en marketing, op de vraag waarom het bedrijf heeft besloten zijn productaanbod uit te breiden, antwoordt dat 'Intel op Coke lijkt. Eén merk, vele uiteenlopende producten.'
En als Caterpillar en Intel met merken kunnen werken,
dan kan iedereen dat natuurlijk. NB: Gebruikt is de speciale editie van uitgeverij Lemniscaat uit 2002. Naomi Klein's verdere analyse van de hier geïntroduceerde marketingrevolutie is zeer de moeite waard om na te lezen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||