|
![]() |
| Zachariël> Artikel |
|
Update
19-1-2007 (zie ook: dossier
Eerste Wereldoorlog)
The War to end all Wars
Een terugblik op het ontstaan van de nieuwe wereldorde Deel V (1919-1989-?) Door EC Bakker Inhoud: 1 Ideeënloosheid en gebrek aan realiteitszin 4 Wilson’s ideeën zijn de werkelijkheid van vandaag
1
Ideeënloosheid en gebrek aan realiteitszin Wat mij persoonlijk aan de hele gang van zaken opvalt, zijn de verstrekkende
gevolgen van het beperkte denkraam en de persoonlijke sym- en antipathieën
van een uiterst kleine groep mensen, hooguit 100 man, van alle betrokken
grootmachten. Al deze mensen redeneerden vanuit een expansief denkkader
en hadden de arrogantie om niet te zoeken naar de meningen die buiten
het eigen gezichtsveld lagen. Dit werkt zich in de praktijk omgekeerd
uit; men had zich ook op de interne oplossing van maatschappelijke problemen
kunnen richten, maar zocht dit vooral buiten de eigen grenzen. Wilson
zelf had zijn eigen 14 punten bijvoorbeeld eens kunnen toepassen op
de Indianen en de zwaar achtergestelde zwarte gemeenschap in zijn eigen
land. Dat zou voor Wilson echter een vrijwel onoverkomelijk probleem
geweest zijn: hij was een voorstander van apartheid.(1a)
Überhaupt is oorlog in essentie een pure wilsuiteenzetting, waarbij
het gezonde verstand als eerste sneuvelt en verbitterde gevoelens de
boel nog verder opzwepen. Zodra de realiteit anders bleek te zijn dan
de heersende elites het zich hadden voorgesteld, werd niet de conclusie
getrokken dat men er kennelijk de verkeerde ideeën op na hield,
maar probeerde men de werkelijkheid naar zijn hand te zetten door een
steeds grotere dosis wilskracht aan te wenden: meer soldaten en zwaardere
wapens. Dit werd dan nog verergerd omdat de meeste hoge militairen als
ze in de problemen kwamen, alleen nog maar aan eer konden denken. Zo
ontstond een zelf gecreëerde werkelijkheid die steeds grotesker
en gruwelijker werd naarmate de oorlog voortduurde. Een ander fenomeen om nog even bij stil staan is de psychologische (non-) ontwikkeling van de sleutelfiguren. Neem Edward Grey: zijn toespraak tot het Lagerhuis op 3 augustus 1914, waarin hij om steun vraagt voor de beslissing van de regering om Duitsland een oorlogsultimatum te stellen, wordt nog steeds gezien als een van de meest indrukwekkende toespraken in de parlementaire geschiedenis van Groot-Brittannië. Er wordt gezegd, dat toen Grey wachtte op de avond van de 4e augustus en de Big Ben om middernacht begon te luiden, waarmee het ultimatum verstreek, hij overwelmd werd door emotie en met een gebroken stem zei: „We zijn in oorlog, de lichten in heel Europa gaan uit en we zullen ze niet meer aan zien gaan in ons leven.“ Als je dit leest, zou je haast vergeten dat deze man tot de zeer selecte groep van het Imperial Defense Comittee behoorde die welbewust op deze oorlog hadden aangestuurd. Toch denk ik niet dat hij hier een toneelstukje opvoerde, aangezien het zeer kenmerkend gedrag is van velen: deze momenten van onverwachte emoties als twijfel, spijt en verdriet. Het zijn waarschijnlijk echte gevoelens van de ziel, maar uiteindelijk misleidend. Zeker voor een man als Grey: een dergelijke uitbarsting lijkt vooral te dienen om aan zichzelf duidelijk te maken dat hij nog steeds menselijk is, nog steeds een geweten heeft. Opmerkelijk is overigens, dat wát Grey op dit emotionele moment zei, een ronduit schokkend profetisch gehalte had.
Neem een andere hoofdrolspeler: Erich Ludendorff. De man heeft nooit verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. Eerst vluchtte hij naar Zweden (november 1918), waar hij zijn memoires schreef en interviews gaf voor Duitse kranten. Hij noemde de Duitse revolutie een 'dolkstoot’ in de rug van de militairen en legde de verantwoordelijkheid voor de nederlaag bij de Duitse bevolking neer. Een schaamteloos verhaal. Je hoort vrijwel nooit het omgekeerde: dat het Ludendorff was die met Hindenburg de Duitse regering voor het blok zette om zich aan Wilson over te leveren. Toen bleek dat hij naar Duitsland terug kon gaan zei Ludendorff: „Zij (de nieuwe Duitse regering (EB)) maakten de fout ons niet direct te executeren.“ Hij steunde Hitler bij de coup in 1923 en behoorde tot de eerste NSDAP-leden die in de Rijksdag gekozen werden. Ludendorff’s voormalige partner Hindenburg werd zelfs president van Duitsland van 1925 tot zijn dood in 1934. Eén van zijn laatste daden was de benoeming van Hitler tot kanselier in 1933.
Of observeer het gedrag van de Franse delegatie in Versailles: als je naar hun excessieve eisen kijkt, zou je haast vergeten dat het Franse establishment deze oorlog doelbewust en zorgvuldig heeft voorbereid. In plaats daarvan presenteerde men Frankrijk als het grootste slachtoffer van de oorlog. Neem anderen als Wilson, de Tsaar, Keizer Wilhelm II, commandanten als Haig, Falkenhayn, Foch, Pershing, om een paar te noemen. Nooit namen zij verantwoordelijkheid voor hun handelingen: op cruciale momenten hadden zij totaal geen ideeën, regelmatig werden zij overvallen door enorme emotionele uitbarstingen of ze hadden weer eens een tijdelijke inzinking. Zij joegen miljoenen mensen de dood in, vernietigden de cultuur en ruïneerden de economie. En als alles compleet kapot is, denken zij dat het aan hen is om de toekomst te bepalen.
Als iets duidelijk is, dan is het wel dat de Eerste Wereldoorlog het totale failliet laat zien van een heersende elite. Een elite die nauw verweven was met de eeuwenoude machtspositie van de Europese aristocratie. De macht van de aristocratie werd weliswaar grotendeels gebroken, in Groot-Brittannië namelijk niet, maar daarmee kwam het elitarisme nog niet ten einde. Het was vooral de angst voor revolutie die tot sociale verbeteringen leidde. De bolsjewistische machtsovername in Rusland en de revolutie in Duitsland staan immers niet op zichzelf. De Engelsen en Fransen hadden te maken met protestmarsen en stakingen. In Nederland werd op de avond van de wapenstilstand, 11 november, zelfs de revolutie aangekondigd door de leider van de SDAP (de toenmalige PvdA), Pieter Jelle Troelstra.(2) De wijze waarop deze crisis werd gesust door de Nederlandse regering, lijkt kenmerkend voor andere landen. Een aantal sociale hervormingen werd aangekondigd, waarvan de belangrijkste het verbeteren van de sociale verzekeringen en de invoering van het vrouwenkiesrecht waren. Aan de sociale onrust in die tijd kun je de contouren zien van een
vraagstuk dat uit de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog naar boven
is komen drijven. Wie bepaalt hoe de samenleving ingericht dient
te worden? Daaronder ligt de vraag naar een menswaardige samenleving.
Een vraag die wel gesteld moest worden na de ongekende gruwelijkheden
van de slagvelden. Het is ook een vraag die overduidelijk ten grondslag
ligt aan het socialisme, en eigenlijk bij alle maatschappelijke stromingen
in de 20e eeuw. In een korte bijlage kom ik hier nog op terug. 4 Wilson’s ideeën zijn de werkelijkheid van vandaag Roosevelt realiseerde Wilson’s ideeën alsnog door de oprichting
van de VN, feitelijk al in 1942. De oplettende onderzoeker kan het hoofdstreven
van Wilson reeds opnieuw geformuleerd zien als strategie in het Atlantisch
Manifest ('the Atlantic Charter’) , opgesteld door Churchill en
Roosevelt op 14 augustus 1941. Punt 8: “ Zij ( Groot-Brittannië
en de VS: EB) geloven dat alle landen van de wereld, om realistische
en spirituele redenen, uiteindelijk moeten afzien van het gebruik van
geweld. Aangezien geen toekomstige vrede kan worden gehandhaafd als
land-, zee- of luchtbewapening worden gehanteerd door landen die dreigen,
of kunnen dreigen, met agressie buiten hun grenzen, geloven zij, in
afwachting van een permanent systeem van algemene veiligheid, dat het
ontwapenen van zulke landen essentieel is. Zij zullen zoveel mogelijk
hulp bieden en alle mogelijke maatregelen aanmoedigen die voor vredelievende
mensen de vernietigende last van bewapening zullen verlichten.”
Hier staat dat alle landen dienen af te zien van het gebruik van geweld,
behalve Groot-Brittannië en de VS, want het moet wél afgedwongen
worden. Principe één is zichtbaar in de VN, principe twee
in de VS als politieman van de wereld met trouwe hulp van Groot-Brittannië.
(3)
In 1947 zag het er echter naar uit dat deze instituties onvoldoende waren omdat opnieuw een economische ramp dreigde, net als in de periode na Versailles. Als antwoord werd onder leiding van de Amerikaanse generaal Marshall een plan ontwikkeld. In het ‘Marshall-plan’ lag het accent op schuldkwijtschelding en het stimuleren van handel tussen Europese landen; winnaars én verliezers. Daarmee werden alsnog een paar belangrijke lessen uit Versailles getrokken. In Europa zou mede daardoor het wonder van de wederopbouw zich voltrekken. Hoewel succesvol en briljant in zijn nuchtere eenvoud, is het Marshall-plan een merkwaardig lot beschoren. De onderliggende principes speelden later geen enkele rol meer in het economische beleid ten aanzien van ontwikkelingslanden.(5) Eleanore Roosevelt, de weduwe van de president, had na zijn dood in
1945 inspiratie gekregen voor een beter leidend moreel principe dan
alleen Wilson’s 'zelfbeschikkingrecht der volkeren’. Dit
resulteerde in 1948 in de VN-verklaring van de rechten van de mens.
De fase van de eigenlijke oogsttijd en de definitieve implementatie van Wilson’s plannen volgt pas echt met de val van de Berlijnse Muur in 1989. Wij bevinden ons hier nu middenin. Toen president Bush begin 1991 Saddam Hoessein uit Koeweit verdreef , sprak hij van een „nieuwe wereldorde”. Daar was echter niets nieuws aan. Het is dezelfde wereldorde die Wilson ook in zijn hoofd had. Hij gaf daarmee wél een belangrijk signaal: het uur U is aangebroken.
Eind 1991 werd de complete Sowjet Unie ontmanteld na het aan de kant schuiven van Gorbatsjov door Jeltsin, aan de macht gekomen met (veel) hulp van de Amerikanen. Landen en regio’s die bijna vergeten waren, de Baltische staten, Oekraïne, de Kaukasus en Centraal-Azië, kwamen uit het stof van de geschiedenis tevoorschijn. In 1991 begint ook het uiteenvallen van Joegoslavië. In 1993 wordt zelfs een internationale coalitie ingezet in hetzelfde Bosnië waar 80 jaar daarvoor de Eerste Wereldoorlog begon. Als climax moet het bombarderen van Belgrado (maart ’99) gezien worden; de hoofdstad van het land dat doelbewust de Eerste Wereldoorlog provoceerde. Servië werd in de Kosovo-crisis aangevallen door haar voormalige bondgenoten. Uitgerekend in Servië is de grote stap gezet om, 50 jaar na de officiële mensenrechtenverklaring van de VN, de internationale mensenrechten als politiek argument te gebruiken om een land binnen te vallen. In 2001 viel dezelfde westerse coalitie Afghanistan binnen; nu in het
kader van de ‘War on Terrorism’, een nog vagere oorlog dan
de Koude Oorlog, waarin het ‘nieuwe’ Rusland (vaak) als
bondgenoot optreedt. Irak volgde in 2003: maar weinig mensen beseften
dat toen Britse troepen in maart 2003 de Iraakse havenstad Basra innamen,
dit in november 1914 ook al had plaatsgevonden. Momenteel zijn er troepen
uit vrijwel de gehele wereld gestationeerd.
Na 1989 zijn in een snel tempo reuzestappen gezet naar de gelijkschakeling van de wereldeconomie op basis van het Amerikaanse model. Een sleutelorganisatie in dit opzicht is de oprichting van de WTO (de Wereldhandelsorganisatie) in 1994, een organisatie die het ideaal van vrijhandel hoog in het vaandel heeft staan. Met grote voortvarendheid werden een aantal principe-afspraken gemaakt in welke richting de wereldeconomie zich zou moeten ontwikkelen. Kerngedachte is dat alle markten vrij toegankelijk dienen te zijn en dat dit op lange termijn voor iedereen, ook de ontwikkelingslanden, voordeel oplevert. In de praktijk betekent dit dat ook de publieke dienstverlening zoals de nutsbedrijven, openbaar vervoer en gezondheidszorg in de nabije toekomst uit handen van de overheid dienen worden te geven. In veel landen is dit proces nu in volle gang. In Nederland en Duitsland bijvoorbeeld bij de reorganisatie van de gezondheidszorg of de openstelling van de energiemarkt. Nauw met dit alles samenhangend is de versnelling van de Europese eenwording
na 1989. Was de EEG nog een economisch samenwerkingsverband, eind 1991
werd dit via het verdrag van Maastricht omgevormd tot een politieke
unie, de EU, waar inmiddels de ene na de andere staat uit de Balkan
en Oost-Europa toetreedt. De wereldorde van Wilson nadert met dit alles zijn voltooiing.
We kunnen concluderen dat aan het begin van de 21e eeuw de ideeën
van Wilson vrijwel volledig geïnstitutionaliseerd zijn en in feite
gezien worden als de beschaafde norm, de geaccepteerde 'werkelijkheid’.
Met als onderliggende gedachte dat interne problemen buiten de eigen
grenzen opgelost moeten worden. Het verschil is dat we dit
geen expansie meer noemen, maar globalisering.
In dit opzicht zijn ook de regelmatig terugkerende conflicten tussen
de VS en de VN een klassiek voorbeeld van een schijntegenstelling: beide
beroepen zich in essentie op de geest van Wilson. Centraal
staat het willen realiseren van een wereldorde met een wereldregering,
hetgeen stelselmatig en stapsgewijs tot wereldwijd ingrijpen leidt,
vooral in economisch opzicht. 6 De Eerste Wereldoorlog is nooit tot een einde gekomen In zekere zin mag je concluderen dat de ideeënloosheid en het
gebrek aan realiteitszin helaas hetzelfde zijn gebleven als ruim een
eeuw geleden. Dat wil zeggen: onder beleidsmakers, die niet meer aristocratisch
zijn, maar een elitaire denkwijze geërfd lijken te hebben. Ik vermoed
dat mensen dit niet zien omdat ze denken in termen van de 'realiteit’
en daarom de politieke structuren waarin ze zich bevinden als vanzelfsprekend
zijn gaan accepteren. Maar de huidige internationale structuren zijn
toch echt ontleend aan de overwinning van de VS in de twee (zo men wil
drie) wereldoorlogen en in de wereld gepusht als het 'enige alternatief’.
Het mag dan ook geen verbazing wekken dat in toenemende mate duidelijk
wordt dat we al met al, net als in het begin van de 20e eeuw, nog steeds
onderdeel zijn van een spelletje Risk. Met het grote verschil, dat tegenwoordig
veel meer mensen verantwoordelijkheid dragen dan de 100 personen van
90 jaar geleden. Je kunt nauwelijks meer van politiek achter de schermen
spreken; het voltrekt zich openlijk onder onze neus. '‚The War to end all Wars’ is nooit opgehouden, en haar grote finale verschijnt reeds meer en meer aan de horizon: het smeulende, laatste ‘grote’ conflict met ‘s werelds laatste grootmacht die nog een bedreiging vormt voor Wilson’s wereldorde: China. In 1989 werd de roep van studenten om democratie op het Plein der Hemelse Vrede bloedig neergeslagen. De Amerikanen hebben echter al sinds Nixon voor de strategie te gekozen om de integratie van China in hun wereldorde zoveel mogelijk langs economische weg te bewerkstelligen. In de jaren ’90 is dit streven met steun van het gehele westerse bedrijfsleven geïntensiveerd door investeringen op ongekende schaal. De teruggave van Hong Kong in 1999 moet ook in dit licht gezien worden. De tweede fase in dit proces betrof China’s toetreding tot de WTO in december 2001. Hierdoor komt momenteel een schokgolf op gang in de wereldeconomie . De Olymische Spelen van 2008 in Beijing zullen de opmaat vormen voor de derde fase; past het land zich politiek aan? Hierbij is een militair conflict echter niet uitgesloten. (13) Pas als het ‘probleem China’ opgelost is, kan men eindelijk spreken van de voltooiing van de ‘Nieuwe Wereldorde’. Ik hoop duidelijk gemaakt te hebben dat als het grote moment daar is,
er niets, maar dan ook niets te vieren zal zijn. Noten: (1a) Toen Wilson president was van Princeton University voerde hij een actief ontmoedigingsbeleid voor zwarte studenten: niemand werd toegelaten. Zijn boek ‘History of the American People’ (1902) , geschreven als hoogleraar op Princeton, wordt enkele malen geciteerd in de film ‘Birth of a Nation’ uit 1915: een propagandafilm ter gelegenheid van de heroprichting van de in 1871 verboden Ku Klux Klan.
Als president ontpopte Wilson zich als een voorstander van apartheid, na dit op de hem kenmerkende wijze verdoezeld te hebben bij de verkiezingscampagne. Na zijn installatie in 1912 werden aanzienlijke aantallen zwarte ambtenaren in Washington ontslagen. Toen een zwarte delegatie hem hierop aansprak zei hij tot hen: “Apartheid is geen vernedering, maar een zegen en zou zo door jullie gezien moeten worden.” In een interview met de New York Times uit 1914, werd hij aan de tand gevoeld over zijn racistische maatregelen. Wilson antwoordde: “Als de gekleurde mensen een fout hebben gemaakt door op mij te stemmen, dan zullen zij dat moeten corrigeren.”
(1) In de Eerste Wereldoorlog toont zich zo het gevolg
van de doorbraak van het materialisme als dominante denkstroming in
de 19e eeuw. Kernidee is dat ieder mens van binnenuit wordt bepaald
door zijn genen, zijn erfelijkheid, en van buitenaf door allerlei soort
invloeden. Volgens het materialisme ontstaan ideeën uit de ‚werkelijkheid’
en niet omgekeerd. Een concreet gevolg hiervan is dat de 'realiteit’
het enige is wat telt, waardoor men de oorzaak van problemen altijd
in de buitenwereld zoekt, niet in de achterliggende ideeën (laat
staan het materialisme zelf).
(3) Meer in het algemeen is de taakverdeling als volgt: de VN de dwingende
ethiek op tal van gebieden, de VS het pragmatisme van de macht. Zie
het hoofdstuk over de wereld vanaf 1989.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||