Zachariël> Artikel    
 

   
   
   
 
   
   
 


Over Zachariël


Artikelen


Contact


   
 


Links


 

 


   
   
 
Op alle artikelen op deze website rust auteursrecht.
Overname zonder toestemming is verboden
   
 
Copyright publications.
Publication without permission not allowed.
   
   
 
Logo by
Floor Bos en Edwin Schild.

 

  Update 19-1-2007 (zie ook: dossier Eerste Wereldoorlog)
The War to end all Wars

Een terugblik op het ontstaan van de nieuwe wereldorde

Deel V (1919-1989-?)

Door EC Bakker

Inhoud:

1 Ideeënloosheid en gebrek aan realiteitszin

2 Psychologie

3 Het sociale vraagstuk

4 Wilson’s ideeën zijn de werkelijkheid van vandaag

5 1989-?

6 The War to end all Wars

 

1 Ideeënloosheid en gebrek aan realiteitszin

De Eerste Wereldoorlog heeft de wereld in een onvoorstelbaar woest vaarwater gebracht. Er is daarom alle reden voor een terugblik, alvorens naar de conclusies voor onze tegenwoordige tijd over te gaan.

Wat mij persoonlijk aan de hele gang van zaken opvalt, zijn de verstrekkende gevolgen van het beperkte denkraam en de persoonlijke sym- en antipathieën van een uiterst kleine groep mensen, hooguit 100 man, van alle betrokken grootmachten. Al deze mensen redeneerden vanuit een expansief denkkader en hadden de arrogantie om niet te zoeken naar de meningen die buiten het eigen gezichtsveld lagen. Dit werkt zich in de praktijk omgekeerd uit; men had zich ook op de interne oplossing van maatschappelijke problemen kunnen richten, maar zocht dit vooral buiten de eigen grenzen. Wilson zelf had zijn eigen 14 punten bijvoorbeeld eens kunnen toepassen op de Indianen en de zwaar achtergestelde zwarte gemeenschap in zijn eigen land. Dat zou voor Wilson echter een vrijwel onoverkomelijk probleem geweest zijn: hij was een voorstander van apartheid.(1a)
De conclusie lijkt mij daarom gerechtvaardigd dat de diepere oorzaak van de Eerste Wereldoorlog schuilt in de ideeënloosheid en het gebrek aan realiteitszin. (1)


Impressie van de slag bij de Somme, W.Bürger, 1918

Überhaupt is oorlog in essentie een pure wilsuiteenzetting, waarbij het gezonde verstand als eerste sneuvelt en verbitterde gevoelens de boel nog verder opzwepen. Zodra de realiteit anders bleek te zijn dan de heersende elites het zich hadden voorgesteld, werd niet de conclusie getrokken dat men er kennelijk de verkeerde ideeën op na hield, maar probeerde men de werkelijkheid naar zijn hand te zetten door een steeds grotere dosis wilskracht aan te wenden: meer soldaten en zwaardere wapens. Dit werd dan nog verergerd omdat de meeste hoge militairen als ze in de problemen kwamen, alleen nog maar aan eer konden denken. Zo ontstond een zelf gecreëerde werkelijkheid die steeds grotesker en gruwelijker werd naarmate de oorlog voortduurde.
Een goed voorbeeld van deze koppige en stompzinnige mentaliteit is te zien bij de Britse regering, die begin 1916 de dienstplicht invoerde toen er zich nauwelijks meer mannen vrijwillig voor het leger melden. De eerste lichtingen dienstplichtigen werden meteen ingezet bij het Somme-offensief in juli om opnieuw massaal door mitrailleurs neergemaaid te worden.
Of neem de Duitsers: zij hadden bijvoorbeeld tot de originele conclusie kunnen komen dat Duitsland dankzij de loopgraven toch makkelijker te verdedigen viel dan gedacht. Ze hadden zich kunnen terugtrekken en zich in kunnen graven aan de eigen grens. Dit zou tal van voordelen hebben gehad. Het front was verkort, men had minder mannen nodig, het transport van goederen was eenvoudiger, men kon makkelijker troepen tussen west en oost schuiven, en het terrein was makkelijker te verdedigen! Overigens was dit verdedigingsplan ook de Duitse hoofdstrategie, vóór het von Schlieffenplan ontwikkeld werd. Interessant is dat Ludendorff het opnieuw overwoog in de laatste weken van de oorlog, maar het niet in overeenstemming kon brengen met zijn militaire eergevoel en zijn manier van denken. Zijn inziens moest in dat geval eerst half België platgebrand worden om de tegenstander niet teveel voordeel te gunnen.
Het is een interessante case: eerst besluit men aan te vallen om zich te kunnen verdedigen en wanneer blijkt dat dat eigenlijk niet meer nodig is, is defensief terugtrekken blijkbaar geen optie. Door het simpele feit dat het oorspronkelijke idee uit het oog is verloren, ziet men alleen nog de 'werkelijkheid’ in het hier en nu. Wie weet ontstaat zo de ideeënloosheid?

2 Psychologie

Een ander fenomeen om nog even bij stil staan is de psychologische (non-) ontwikkeling van de sleutelfiguren. Neem Edward Grey: zijn toespraak tot het Lagerhuis op 3 augustus 1914, waarin hij om steun vraagt voor de beslissing van de regering om Duitsland een oorlogsultimatum te stellen, wordt nog steeds gezien als een van de meest indrukwekkende toespraken in de parlementaire geschiedenis van Groot-Brittannië. Er wordt gezegd, dat toen Grey wachtte op de avond van de 4e augustus en de Big Ben om middernacht begon te luiden, waarmee het ultimatum verstreek, hij overwelmd werd door emotie en met een gebroken stem zei: „We zijn in oorlog, de lichten in heel Europa gaan uit en we zullen ze niet meer aan zien gaan in ons leven.“ Als je dit leest, zou je haast vergeten dat deze man tot de zeer selecte groep van het Imperial Defense Comittee behoorde die welbewust op deze oorlog hadden aangestuurd. Toch denk ik niet dat hij hier een toneelstukje opvoerde, aangezien het zeer kenmerkend gedrag is van velen: deze momenten van onverwachte emoties als twijfel, spijt en verdriet. Het zijn waarschijnlijk echte gevoelens van de ziel, maar uiteindelijk misleidend. Zeker voor een man als Grey: een dergelijke uitbarsting lijkt vooral te dienen om aan zichzelf duidelijk te maken dat hij nog steeds menselijk is, nog steeds een geweten heeft. Opmerkelijk is overigens, dat wát Grey op dit emotionele moment zei, een ronduit schokkend profetisch gehalte had.


Sir Edward Grey, ca 1912

Neem een andere hoofdrolspeler: Erich Ludendorff. De man heeft nooit verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. Eerst vluchtte hij naar Zweden (november 1918), waar hij zijn memoires schreef en interviews gaf voor Duitse kranten. Hij noemde de Duitse revolutie een 'dolkstoot’ in de rug van de militairen en legde de verantwoordelijkheid voor de nederlaag bij de Duitse bevolking neer. Een schaamteloos verhaal. Je hoort vrijwel nooit het omgekeerde: dat het Ludendorff was die met Hindenburg de Duitse regering voor het blok zette om zich aan Wilson over te leveren. Toen bleek dat hij naar Duitsland terug kon gaan zei Ludendorff: „Zij (de nieuwe Duitse regering (EB)) maakten de fout ons niet direct te executeren.“ Hij steunde Hitler bij de coup in 1923 en behoorde tot de eerste NSDAP-leden die in de Rijksdag gekozen werden. Ludendorff’s voormalige partner Hindenburg werd zelfs president van Duitsland van 1925 tot zijn dood in 1934. Eén van zijn laatste daden was de benoeming van Hitler tot kanselier in 1933.


De hoofdverantwoordelijken van de coup in 1923,
voor aanvang van hun proces (in 1924): Midden Ludendorff naast Hitler

Of observeer het gedrag van de Franse delegatie in Versailles: als je naar hun excessieve eisen kijkt, zou je haast vergeten dat het Franse establishment deze oorlog doelbewust en zorgvuldig heeft voorbereid. In plaats daarvan presenteerde men Frankrijk als het grootste slachtoffer van de oorlog. Neem anderen als Wilson, de Tsaar, Keizer Wilhelm II, commandanten als Haig, Falkenhayn, Foch, Pershing, om een paar te noemen. Nooit namen zij verantwoordelijkheid voor hun handelingen: op cruciale momenten hadden zij totaal geen ideeën, regelmatig werden zij overvallen door enorme emotionele uitbarstingen of ze hadden weer eens een tijdelijke inzinking. Zij joegen miljoenen mensen de dood in, vernietigden de cultuur en ruïneerden de economie. En als alles compleet kapot is, denken zij dat het aan hen is om de toekomst te bepalen.


'Gassed', John Singer Sargent, 1918
Britse overlevenden van een mosterdgasaanval.

Als iets duidelijk is, dan is het wel dat de Eerste Wereldoorlog het totale failliet laat zien van een heersende elite. Een elite die nauw verweven was met de eeuwenoude machtspositie van de Europese aristocratie. De macht van de aristocratie werd weliswaar grotendeels gebroken, in Groot-Brittannië namelijk niet, maar daarmee kwam het elitarisme nog niet ten einde.

3 Het sociale vraagstuk

Het was vooral de angst voor revolutie die tot sociale verbeteringen leidde. De bolsjewistische machtsovername in Rusland en de revolutie in Duitsland staan immers niet op zichzelf. De Engelsen en Fransen hadden te maken met protestmarsen en stakingen. In Nederland werd op de avond van de wapenstilstand, 11 november, zelfs de revolutie aangekondigd door de leider van de SDAP (de toenmalige PvdA), Pieter Jelle Troelstra.(2) De wijze waarop deze crisis werd gesust door de Nederlandse regering, lijkt kenmerkend voor andere landen. Een aantal sociale hervormingen werd aangekondigd, waarvan de belangrijkste het verbeteren van de sociale verzekeringen en de invoering van het vrouwenkiesrecht waren.

Aan de sociale onrust in die tijd kun je de contouren zien van een vraagstuk dat uit de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog naar boven is komen drijven. Wie bepaalt hoe de samenleving ingericht dient te worden? Daaronder ligt de vraag naar een menswaardige samenleving. Een vraag die wel gesteld moest worden na de ongekende gruwelijkheden van de slagvelden. Het is ook een vraag die overduidelijk ten grondslag ligt aan het socialisme, en eigenlijk bij alle maatschappelijke stromingen in de 20e eeuw. In een korte bijlage kom ik hier nog op terug.
Ideeën vormen hoe dan ook de werkelijkheid. Ter afsluiting leek het mij daarom noodzakelijk om er nog bij stil te staan, dat ondanks de rampzalige jaren 30 en de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog, de ideeën van Wilson opnieuw van stal werden gehaald.

4 Wilson’s ideeën zijn de werkelijkheid van vandaag

Roosevelt realiseerde Wilson’s ideeën alsnog door de oprichting van de VN, feitelijk al in 1942. De oplettende onderzoeker kan het hoofdstreven van Wilson reeds opnieuw geformuleerd zien als strategie in het Atlantisch Manifest ('the Atlantic Charter’) , opgesteld door Churchill en Roosevelt op 14 augustus 1941. Punt 8: “ Zij ( Groot-Brittannië en de VS: EB) geloven dat alle landen van de wereld, om realistische en spirituele redenen, uiteindelijk moeten afzien van het gebruik van geweld. Aangezien geen toekomstige vrede kan worden gehandhaafd als land-, zee- of luchtbewapening worden gehanteerd door landen die dreigen, of kunnen dreigen, met agressie buiten hun grenzen, geloven zij, in afwachting van een permanent systeem van algemene veiligheid, dat het ontwapenen van zulke landen essentieel is. Zij zullen zoveel mogelijk hulp bieden en alle mogelijke maatregelen aanmoedigen die voor vredelievende mensen de vernietigende last van bewapening zullen verlichten.” Hier staat dat alle landen dienen af te zien van het gebruik van geweld, behalve Groot-Brittannië en de VS, want het moet wél afgedwongen worden. Principe één is zichtbaar in de VN, principe twee in de VS als politieman van de wereld met trouwe hulp van Groot-Brittannië. (3)
Met de creatie van IMF en Wereldbank in 1944 werd de grondsteen gelegd voor de centralisatie van de wereldeconomie, onder leiding van de VS. Niet in de vorm van een plan-economie, maar in de vorm van een geld- en kredietsysteem. John Maynard Keynes was als hoofd van de Britse delegatie nauw bij de oprichting betrokken. De Wereldbank was eigenlijk zijn idee. Met de organisatievorm was hij het echter niet eens. Hij werd simpelweg gedwongen (de Amerikanen dreigden geen oorlogslening aan de Britse regering te verstrekken) te accepteren dat de Amerikanen in beide instellingen feitelijk altijd het laatste woord zouden hebben. In 1946 zei hij hierover: „De Amerikanen hebben het recht om bij vrijwel ieder praktisch onderwerp de toon te zetten. Nu zou dat niet zo erg zijn als zij de muziek zouden kennen, maar dat doen ze niet.“ (4)


Franklin Delano Roosevelt, president VS 1932-1945
(foto ca.1936)

In 1947 zag het er echter naar uit dat deze instituties onvoldoende waren omdat opnieuw een economische ramp dreigde, net als in de periode na Versailles. Als antwoord werd onder leiding van de Amerikaanse generaal Marshall een plan ontwikkeld. In het ‘Marshall-plan’ lag het accent op schuldkwijtschelding en het stimuleren van handel tussen Europese landen; winnaars én verliezers. Daarmee werden alsnog een paar belangrijke lessen uit Versailles getrokken. In Europa zou mede daardoor het wonder van de wederopbouw zich voltrekken. Hoewel succesvol en briljant in zijn nuchtere eenvoud, is het Marshall-plan een merkwaardig lot beschoren. De onderliggende principes speelden later geen enkele rol meer in het economische beleid ten aanzien van ontwikkelingslanden.(5)

Eleanore Roosevelt, de weduwe van de president, had na zijn dood in 1945 inspiratie gekregen voor een beter leidend moreel principe dan alleen Wilson’s 'zelfbeschikkingrecht der volkeren’. Dit resulteerde in 1948 in de VN-verklaring van de rechten van de mens.

Net als na de Eerste Wereldoorlog, ontstond een nieuw palet aan staten. Ditmaal vooral door de wereldwijde dekolonisatie. Het grote verschil met 1919 was dat de VS een centrale rol in de internationale politiek op zich namen. Tegelijkertijd werd Europa met het IJzeren gordijn als een appel in tweeën gespleten. Als gevolg hiervan werd de hele wereld in de Koude Oorlog getrokken. Om dit alles te bespreken, zou een nieuw essay met zich meebrengen. Toch wil ik er op wijzen dat net als na 1919 de meeste nieuwe staten zich tot dictaturen en conflicthaarden ontwikkelden. Tezelfdertijd voltrok zich ook een wereldwijde economische ramp, maar deze was anders van karakter dan die van de jaren 30. Het zijn de gedekoloniseerde staten die hierdoor getroffen werden. Je mag zeggen dat dit tot het ontstaan van de Derde Wereld heeft geleid. De dekolonisatie geschiedde op de vage basis van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, geproclameerd door de VN. Eigenlijk kun je beter spreken van het zelfbeschikkingsrecht der naties om te begrijpen wat er fout is gegaan. We spreken immers ook van de Verenigde Naties. De meeste koloniegrenzen waren gecreëerd door de Europeanen. Dat moest dan de nieuwe natie worden. Als organisatievorm werd het concept van de westerse nationale staat als vanzelfsprekend beschouwd. Amerikanen en Europeanen vinden hun democratie geweldig, maar hebben geen antwoord op de dictatuur van de meerderheid die daaruit kan ontstaan. Zeker niet op complexe situaties in 'naties' waar veel volkeren of stammen door elkaar heen leven. (6)
Wat het IMF betreft: de organisatie had een bufferfunctie en was bedoeld om ervoor te zorgen dat de wereldeconomie niet zo kwetsbaar was voor als in de jaren 20 en 30. Het IMF voorkomt eigenlijk dat landen failliet kunnen gaan. IMF, Wereldbank en het internationale bankwezen zetten hierdoor een keten in gang van ontelbare onverantwoorde leningen aan dictators en/of mislukte projecten. Als een land dan niet meer betalen kon, werd het niet failliet verklaard zoals bij een bedrijf het geval was, maar moest het de economie saneren volgens de Amerikaanse principes van het IMF en werden de schulden herschikt (in plaats van kwijtgescholden). Als dit niet hielp, moesten verdergaande stappen genomen worden, etc. Het werkt zo tot op de dag van vandaag. (7)

5 1989-?

De fase van de eigenlijke oogsttijd en de definitieve implementatie van Wilson’s plannen volgt pas echt met de val van de Berlijnse Muur in 1989. Wij bevinden ons hier nu middenin. Toen president Bush begin 1991 Saddam Hoessein uit Koeweit verdreef , sprak hij van een „nieuwe wereldorde”. Daar was echter niets nieuws aan. Het is dezelfde wereldorde die Wilson ook in zijn hoofd had. Hij gaf daarmee wél een belangrijk signaal: het uur U is aangebroken.


Berlijn, 9 november 1989

Eind 1991 werd de complete Sowjet Unie ontmanteld na het aan de kant schuiven van Gorbatsjov door Jeltsin, aan de macht gekomen met (veel) hulp van de Amerikanen. Landen en regio’s die bijna vergeten waren, de Baltische staten, Oekraïne, de Kaukasus en Centraal-Azië, kwamen uit het stof van de geschiedenis tevoorschijn. In 1991 begint ook het uiteenvallen van Joegoslavië. In 1993 wordt zelfs een internationale coalitie ingezet in hetzelfde Bosnië waar 80 jaar daarvoor de Eerste Wereldoorlog begon. Als climax moet het bombarderen van Belgrado (maart ’99) gezien worden; de hoofdstad van het land dat doelbewust de Eerste Wereldoorlog provoceerde. Servië werd in de Kosovo-crisis aangevallen door haar voormalige bondgenoten. Uitgerekend in Servië is de grote stap gezet om, 50 jaar na de officiële mensenrechtenverklaring van de VN, de internationale mensenrechten als politiek argument te gebruiken om een land binnen te vallen.

In 2001 viel dezelfde westerse coalitie Afghanistan binnen; nu in het kader van de ‘War on Terrorism’, een nog vagere oorlog dan de Koude Oorlog, waarin het ‘nieuwe’ Rusland (vaak) als bondgenoot optreedt. Irak volgde in 2003: maar weinig mensen beseften dat toen Britse troepen in maart 2003 de Iraakse havenstad Basra innamen, dit in november 1914 ook al had plaatsgevonden. Momenteel zijn er troepen uit vrijwel de gehele wereld gestationeerd.
Wie had in 1989 gedacht dat Nederlandse F-16’s Belgrado en Afghanistan zouden bombarderen? De nieuwe wereldorde blijkt te leiden tot betrokkenheid bij oorlogen ver van je bed, waar je bovendien het fijne niet van te weten komt.


Seattle, 1999

Na 1989 zijn in een snel tempo reuzestappen gezet naar de gelijkschakeling van de wereldeconomie op basis van het Amerikaanse model. Een sleutelorganisatie in dit opzicht is de oprichting van de WTO (de Wereldhandelsorganisatie) in 1994, een organisatie die het ideaal van vrijhandel hoog in het vaandel heeft staan. Met grote voortvarendheid werden een aantal principe-afspraken gemaakt in welke richting de wereldeconomie zich zou moeten ontwikkelen. Kerngedachte is dat alle markten vrij toegankelijk dienen te zijn en dat dit op lange termijn voor iedereen, ook de ontwikkelingslanden, voordeel oplevert. In de praktijk betekent dit dat ook de publieke dienstverlening zoals de nutsbedrijven, openbaar vervoer en gezondheidszorg in de nabije toekomst uit handen van de overheid dienen worden te geven. In veel landen is dit proces nu in volle gang. In Nederland en Duitsland bijvoorbeeld bij de reorganisatie van de gezondheidszorg of de openstelling van de energiemarkt.

Nauw met dit alles samenhangend is de versnelling van de Europese eenwording na 1989. Was de EEG nog een economisch samenwerkingsverband, eind 1991 werd dit via het verdrag van Maastricht omgevormd tot een politieke unie, de EU, waar inmiddels de ene na de andere staat uit de Balkan en Oost-Europa toetreedt.

Sinds 1989 is de wereld in adembenemend tempo veranderd. De burger stond erbij en keek ernaar. Deze is het inmiddels vanzelfsprekend gaan vinden dat allerlei problemen door internationale organisaties opgelost dienen te worden. Kenmerkend is het streven naar consensus op grote internationale conferenties waar het ene na het andere compromis wordt bereikt en ieder levensvatbaar idee helemaal uitgekleed wordt. Vervolgens is het de bedoeling dat de afgesproken maatregelen over de hele wereld uitgevoerd worden. (8) Meest opvallend hierbij is dat lokale oplossingen ontmoedigd worden en de genomen besluiten niets met democratie van doen hebben. Ook veel van de zogenaamde non-gouvernementele organisaties (NGO’s), zoals Amnesty International en Greenpeace, zijn in de ban van dit virus om problemen op een gecentraliseerde manier wereldwijd op te lossen.

De wereldorde van Wilson nadert met dit alles zijn voltooiing. We kunnen concluderen dat aan het begin van de 21e eeuw de ideeën van Wilson vrijwel volledig geïnstitutionaliseerd zijn en in feite gezien worden als de beschaafde norm, de geaccepteerde 'werkelijkheid’. Met als onderliggende gedachte dat interne problemen buiten de eigen grenzen opgelost moeten worden. Het verschil is dat we dit geen expansie meer noemen, maar globalisering.


De grote vergaderzaal van de VN

In dit opzicht zijn ook de regelmatig terugkerende conflicten tussen de VS en de VN een klassiek voorbeeld van een schijntegenstelling: beide beroepen zich in essentie op de geest van Wilson. Centraal staat het willen realiseren van een wereldorde met een wereldregering, hetgeen stelselmatig en stapsgewijs tot wereldwijd ingrijpen leidt, vooral in economisch opzicht.
Het is illustratief dat ook een klein land als Nederland enthousiast meewerkt aan het realiseren van deze doelstelling. En inderdaad hebben vele kleine landen het gevoel dat zij meetellen in de VN en andere internationale instituties, terwijl zij tegelijkertijd stap voor stap zelf de mogelijkheid uit handen geven om in de toekomst hun eigen toekomst nog vorm te kunnen geven. Het is onthullend hoe Wilson’s „zelfbeschikkingsrecht der volkeren“, een volstrekt abstract idee, in de praktijk precies het tegenovergestelde effect blijkt te hebben gekregen. De afzonderlijke burger merkt dit direct aan het fenomeen dat er steeds meer organisaties ontstaan, juist in zijn directe omgeving, waarop hij geen vat meer heeft.(9)

6 De Eerste Wereldoorlog is nooit tot een einde gekomen

In zekere zin mag je concluderen dat de ideeënloosheid en het gebrek aan realiteitszin helaas hetzelfde zijn gebleven als ruim een eeuw geleden. Dat wil zeggen: onder beleidsmakers, die niet meer aristocratisch zijn, maar een elitaire denkwijze geërfd lijken te hebben. Ik vermoed dat mensen dit niet zien omdat ze denken in termen van de 'realiteit’ en daarom de politieke structuren waarin ze zich bevinden als vanzelfsprekend zijn gaan accepteren. Maar de huidige internationale structuren zijn toch echt ontleend aan de overwinning van de VS in de twee (zo men wil drie) wereldoorlogen en in de wereld gepusht als het 'enige alternatief’. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat in toenemende mate duidelijk wordt dat we al met al, net als in het begin van de 20e eeuw, nog steeds onderdeel zijn van een spelletje Risk. Met het grote verschil, dat tegenwoordig veel meer mensen verantwoordelijkheid dragen dan de 100 personen van 90 jaar geleden. Je kunt nauwelijks meer van politiek achter de schermen spreken; het voltrekt zich openlijk onder onze neus.

Bijvoorbeeld: inzake de chaos in Irak en alles wat met het Midden-Oosten samenhangt, is het een illusie wanneer men alleen de VS de zwarte piet toespeelt. Men ziet bijvoorbeeld al te makkelijk over het hoofd dat de VN (dus ook Nederland) sinds 1991 een economische oorlog tegen Irak sanctioneerde, die de macht van Saddam Hoessein over zijn bevolking alleen maar versterkte en de gehele regio door het verbod op handel met Irak economisch destabiliseerde.(10) Het zicht op dit soort zaken is beperkt, doordat onvoldoende beseft wordt dat het concept ‘oorlog’ reeds lang andere vormen heeft aangenomen.

'‚The War to end all Wars’ is nooit opgehouden, en haar grote finale verschijnt reeds meer en meer aan de horizon: het smeulende, laatste ‘grote’ conflict met ‘s werelds laatste grootmacht die nog een bedreiging vormt voor Wilson’s wereldorde: China. In 1989 werd de roep van studenten om democratie op het Plein der Hemelse Vrede bloedig neergeslagen. De Amerikanen hebben echter al sinds Nixon voor de strategie te gekozen om de integratie van China in hun wereldorde zoveel mogelijk langs economische weg te bewerkstelligen. In de jaren ’90 is dit streven met steun van het gehele westerse bedrijfsleven geïntensiveerd door investeringen op ongekende schaal. De teruggave van Hong Kong in 1999 moet ook in dit licht gezien worden. De tweede fase in dit proces betrof China’s toetreding tot de WTO in december 2001. Hierdoor komt momenteel een schokgolf op gang in de wereldeconomie . De Olymische Spelen van 2008 in Beijing zullen de opmaat vormen voor de derde fase; past het land zich politiek aan? Hierbij is een militair conflict echter niet uitgesloten. (13) Pas als het ‘probleem China’ opgelost is, kan men eindelijk spreken van de voltooiing van de ‘Nieuwe Wereldorde’.

Ik hoop duidelijk gemaakt te hebben dat als het grote moment daar is, er niets, maar dan ook niets te vieren zal zijn.

Terug naar boven

Noten:

(1a) Toen Wilson president was van Princeton University voerde hij een actief ontmoedigingsbeleid voor zwarte studenten: niemand werd toegelaten. Zijn boek ‘History of the American People’ (1902) , geschreven als hoogleraar op Princeton, wordt enkele malen geciteerd in de film ‘Birth of a Nation’ uit 1915: een propagandafilm ter gelegenheid van de heroprichting van de in 1871 verboden Ku Klux Klan.


Birth of a Nation (1915):
heroprichting van de Ku Klux Klan

Als president ontpopte Wilson zich als een voorstander van apartheid, na dit op de hem kenmerkende wijze verdoezeld te hebben bij de verkiezingscampagne. Na zijn installatie in 1912 werden aanzienlijke aantallen zwarte ambtenaren in Washington ontslagen. Toen een zwarte delegatie hem hierop aansprak zei hij tot hen: “Apartheid is geen vernedering, maar een zegen en zou zo door jullie gezien moeten worden.” In een interview met de New York Times uit 1914, werd hij aan de tand gevoeld over zijn racistische maatregelen. Wilson antwoordde: “Als de gekleurde mensen een fout hebben gemaakt door op mij te stemmen, dan zullen zij dat moeten corrigeren.”


Eén van de Wilson-quotes in 'Birth of a Nation'

(1) In de Eerste Wereldoorlog toont zich zo het gevolg van de doorbraak van het materialisme als dominante denkstroming in de 19e eeuw. Kernidee is dat ieder mens van binnenuit wordt bepaald door zijn genen, zijn erfelijkheid, en van buitenaf door allerlei soort invloeden. Volgens het materialisme ontstaan ideeën uit de ‚werkelijkheid’ en niet omgekeerd. Een concreet gevolg hiervan is dat de 'realiteit’ het enige is wat telt, waardoor men de oorzaak van problemen altijd in de buitenwereld zoekt, niet in de achterliggende ideeën (laat staan het materialisme zelf).
(2) Troelstra wilde geen geweld gebruiken, maar hoopte op een massale protestbeweging. Hij organiseerde deze echter niet. De zittende regering deed dat wel en riep het hele land op om naar het Malieveld in Den Haag te komen om steun te betuigen aan Koningin Wilhelmina op 18 november. Deze bijeenkomst was een groot succes en de revolutie was van de baan.


Malieveld, 18 november 1918.
Koningin Wilhelmina en prinses Juliana tonen zich aan de menigte.

(3) Meer in het algemeen is de taakverdeling als volgt: de VN de dwingende ethiek op tal van gebieden, de VS het pragmatisme van de macht. Zie het hoofdstuk over de wereld vanaf 1989.
(4) Charles Hession, 'John Maynard Keynes’ (Macmillan 1984) pp. 353-55.
(5) Het IMF is gemodelleerd, zij het niet exact, naar het Federal Reserve System in de VS, opgericht in 1913. Dit instituut kreeg voortaan de zeggenschap over geldschepping in de VS. President Wilson drukte de benodigde wetswijziging er op geslepen wijze vlak voor Kerst 1913 in één nacht door.
(6) Bij het uiteenvallen van het Oostblok vanaf 1989 werd opeens gediscussieerd over een nieuw Marshall-plan voor deze regio. Geen enkel principe werd uiteindelijk toegepast. Zie de Marshall Paper in het Zachariël dossier economie.


George Marshall (1880-1959)


(7) Interessant is dat de natiestaat door de grote mate van centralisme voor dictators een goed werkbare vorm kan zijn. In de praktijk werd de wereld dan ook verdeeld in invloedssferen tussen de Sowjet-Unie en de VS, die ieder hun partij of heerser naar keuze steunden.
(8) Bijvoorbeeld (vanuit Europees perspectief): landbouwbeleid wordt puur via de EU en de WTO geregeld, milieuproblemen via de VN en de EU, terwijl de economie gestuurd wordt vanuit WTO, EU en IMF.
(9) Met de organisaties in de directe omgeving bedoel ik drie dingen. 1. De organisaties die momenteel ontstaan (zijn) omdat de overheid in het kader van de WTO stapsgewijs haar toezichthoudende rol loslaat. O.a. : Energiebedrijven, zorgverzekeraars, woningbouwverenigingen, ziekenhuizen, universiteiten en hogescholen. 2.De bedrijven die ontstaan om dat de overheid haar aandelen verkoopt, of stukken infrastructuur die zij in beheer had, zoals de kabelmaatschappijen en binnenkort misschien Schiphol. 3. Het veranderende karakter van bedrijven door continue reorganisaties of toenemende fusies en overnames.
In Nederland wordt het onbegrip van de burger wellicht het meest direct zichtbaar door het rumoer rond inkomens van bestuurders van organisaties zoals Ahold, Nuon, Hogeschool Holland, Aegon of Woningbouwvereniging het Oosten. Het eigenlijke probleem zit echter niet in de normen en waarden, maar in de invloed van de burger of de medewerker op het beleid van deze organisaties. Er is geen alternatief voor het corrigerend vermogen van de overheid geschapen. Het gros van deze organisaties hebben allemaal een Raad van Bestuur, benoemd door een raad van commissarissen die alleen nog door aandeelhouders op de vingers kunnen worden getikt. In het hoger onderwijs en de woningbouw werkt dat een slag anders, maar blijft het principe hetzelfde dat de bestuurders vooral zichzelf controleren. Deze organisatievorm leidt niet alleen tot hogere topinkomens, maar tot allerlei beleidskeuzes van deze organisaties waar burgers of medewerkers zich geheel niet in herkennen. Het is allemaal in essentie het Angelsaksische model, massaal ingevoerd zonder enig serieus maatschappelijk debat om de nadelen daarvan op te vangen.
(10) Omdat de boycot tot voedsel- en medicijntekorten bleek te leiden, werd in 1996 het ‘olie voor voedsel (en medicijnen)-programma’ door de VN gelanceerd. In 2004 bleek dat miljarden in de zakken van Saddam Hoessein en allerlei dubieuze tussenfiguren waren beland, waaronder de VN-directeur van het programma zelf en de zoon van Kofi Annan.


(11) Zie de recentelijk opnieuw geformuleerde “National Security Strategy of the United States”, gepresenteerd aan het Huis van Afgevaardigden op 17 september 2002: “ China’s leiders hebben nog niet de volgende serie fundamentele keuzes gemaakt over het karakter van hun staat. Door geavanceerde militaire slagkracht na te streven die een bedreiging kan vormen voor haar buren in de Aziatische regio en de Stille Oceaan, volgt China een achterhaalde weg, die uiteindelijk haar eigen streven naar grootsheid als natie in de weg zal staan.”(hfst VIII) “De VS moeten en zullen de slagkracht behouden om iedere poging van een vijand te verhinderen om diens wil aan de VS, haar bondgenoten of vrienden op te leggen. (..) Onze strijdkrachten zullen sterk genoeg zijn om potentiële tegenstanders ervan af te laten zien een militaire kracht op te bouwen, in de hoop daarmee de kracht van de VS te overtreffen of er gelijk aan te zijn.”(hst IX) Hier staat in niet mis te verstane bewoordingen dat de VS nooit een sterke militaire opbouw van China zal accepteren. Tegelijkertijd zien we hier, voor de eerste keer in de wereldgeschiedenis, een openlijke claim op de absolute wereldmacht. In essentie kun je deze gedachtengang echter al in het Atlantisch Manifest terugzien. Een ander signaal voor de toenemende spanning is dat Japan op aandringen van de Amerikanen voor het eerst sinds 1945 bezig is om haar leger uit te breiden. Iets wat in principe verboden is in de Japanse grondwet.


Novus Ordo Seclorum ('de nieuwe orde voor de eeuwen')
De wereldvrede die de VN voorstaat betekent weinig anders dan Wilson's wereldorde