Zachariël> Artikel    
 

   
   
   
 
   
   
 


Over Zachariël


Artikelen


Contact


   
 


Links


 

 


   
   
 
Op alle artikelen op deze website rust auteursrecht.
Overname zonder toestemming is verboden
   
 
Copyright publications.
Publication without permission not allowed.
   
   
 
Logo by
Floor Bos en Edwin Schild.

 

 

26-12-05 (zie ook: dossier Eerste Wereldoorlog)

printversie:
(geen PDF? klik hier)

The War to end All Wars

Appendix I

La Bataille de Verdun

Door EC Bakker

Verdun is één van die plekken waar gedurende de hele oorlog het front heeft gelegen. Wanneer men het heeft over de Slag van Verdun, wordt daarmee vooral op 1916 gedoeld.

Eind 1915 was de werkelijkheid van de loopgravenoorlog enigszins tot de militaire top doorgedrongen. Aan Britse en Franse kant werd hieruit de conclusie getrokken dat men zich met alles wat men in huis had, moest gaan richten op één doorbraak, met behulp van dagenlange voorbereidende beschietingen met zware artillerie. Dit moest dan in juli 1916 gaan plaatsvinden aan de Somme. Het zou een ramp worden. Eén blik op Verdun had dit kunnen voorkomen.

De Duitse opperbevelhebber von Falkenhayn was namelijk op zijn beurt tot de originele vaststelling gekomen dat een definitieve doorbraak van de loopgravenstellingen eigenlijk niet mogelijk was. Zijn conclusie was verbijsterend. Hij besloot zich volledig op de Fransen te richten, en wel op een punt waar ze niet van wijken zouden willen weten en stand zouden houden tot de laatste man. Dit punt was Verdun: “Vallen wij dáár aan, dan zullen de Franse strijdkrachten doodbloeden, of wij ons doel bereiken of niet.” Door de volledige uitputting van het Franse leger, zouden de Britten dan uiteindelijk ook gedwongen worden de strijd te staken.


Fort Douamont voor en na de beschietingen

Verdun ligt in het Maasdal en was het scharnierpunt van het loopgravenfront; links liepen de linies in een vrijwel rechte lijn naar de Belgische kust, rechts boog het af richting Zwitserland. De stad met haar fortificaties was bijna volledig ingesloten, op één toegangsroute na. Falkenhayn koos niet voor insluiting, maar voor een frontale aanval. Op 21 februari 1916 startten 1225 zware kanonnen een zes dagen durende beschieting. De infanterie bestormde vervolgens de forten aan de rechtermaasoever. Het Franse leger werd echt verrast. Fort Douamont viel vrij snel omdat het nauwelijks bewapend was. In de ‘Carré van de Dood’ van krap 10 bij 15 kilometer, gelegen tussen de forten Douamont, Vaux, Tavannes, Souville en het dorpje Fleuryville ontvouwt zich tot december een waar inferno. Het oorspronkelijke bos was snel omgetoverd tot één amorfe massa modderheuvels. Gasaanvallen, vlammenwerpers, bajonetgevechten, gewonden die verzuipen in de modder, letterlijke granaatregens.

De Duitsers raken tot twee maal toe aan de buitenste ring, maar Falkenhayn had ervoor gezorgd dat reservetroepen, die bij een doorbraak snel ter plaatse moeten zijn om deze te effectueren, net een dagmars te ver van het front waren gelegerd. Franse officieren lanceerden idiote tegenaanvallen puur om de eer te verdedigen. Het is generaal Pétain die bij Verdun veel soldatenlevens heeft gered omdat onder zijn commando wilde bestormingen uit den boze waren. Hij werd echter tot twee keer toe weggepromoveerd.

Alleen al in de Carré sneuvelen 400.000 man. Opgeslagen in het ‘Knekelhuis’ zijn nog hopen botten te bezichtigen van 100.000 soldaten wiens lichamen nooit geïdentificeerd zijn. Wie nu de bossen binnenstapt, treft nog steeds een kraterbodem aan. Het is ook niet zonder risico, omdat de grond vergeven is van de niet ontplofte granaten.


Het Knekelhuis

Aan de linkeroever vond een vergelijkbare slachting plaats rond de heuvelrug Le Mort Homme en Coté 304. De Fransen heroverden deze pas in de loop van 1917. De definitieve ontzetting van Verdun, waar in het stadje zelf geen huis ongeschonden bleef, geschiedde met behulp van de Amerikanen in september 1918.
Von Falkenhayn was reeds in augustus 1916 van zijn functie ontheven. Hoe extreem zijn strategie ook was, in wezen verschilde deze weinig van die van de andere bevelhebbers. Falkenhayn paste een oeroude strijdfilosofie, met name in gebruik bij Germanen en Kelten, enkel in haar uiterste consequentie toe. De partij die het meeste moed kon opbrengen ‘won’ dan. Alle moedige strijders gingen, winnaar of verliezer, naar het Walhalla. In het genereren van moedkrachten lag een deel van de zin van een gevecht. Occult gezien hangt deze benadering samen met de Germaanse moedmysteriën, waarbij de wijdeling aan beproevingen werd blootgesteld waarbij hij ik-kracht bijeen moest brengen om zichzelf staande te houden. Voorloper hiervan zijn de Keltische mysteriën, die erop gericht waren om de woeste natuurelementen te kunnen temmen. Stierf een moedig krijger, dan had hij als het ware een stuk natuurkracht verinnerlijkt en daarmee getransformeerd. Dit vormde bij zijn sterven substantie die aan de hele mensheid ten goede kon komen. Verdun en andere slachtingen van WO I zijn nu niets anders dan oude moedsuiteenzettingen, aangezwengeld door kolkend ondernatuurgeweld van modern wapentuig.
Ikzelf kon bij het invoelen in het landschap stuk voor stuk de verschillende aspecten van de veldslag tot in iedere afzonderlijke aardlaag herkennen.(1) Het lijkt mij derhalve duidelijk dat Verdun een plek is waar de ondernatuur losgeschud is: de soldaten hebben als het ware een gedwongen inwijding ondergaan in de krachten van de onderwereld. Een deel van hun ervaringen hangt nog op het oude slagveld; een ander deel is vermoedelijk in onze cultuur gaan woekeren. Wie plaatsen als Verdun met eerbied en inlevend vermogen tegemoet treedt, levert een belangrijke bijdrage om deze ervaringen alsnog een zinvolle richting te geven.

In meer algemene zin treedt hier tevens de vraag naar een nieuwe moedscultuur aan de dag: een cultuur van innerlijke moed, te ontwikkelen in de uiteenzetting met jezelf en het creëren van een zelfstandige verhouding tot de buitenwereld. Zo worden geen mensenmassa’s meer een oorlog ingesleept door weinigen, omdat er dan geen massa’s meer zijn.

Noot

(1) Ik refereer hier aan de zogenaamde 9 aardlagen uit de (westerse) esoterie, die samenhangen met de eigen diepere lagen die sluimeren in het onderbewuste van ieder mens.


Erich von Falkenhayn
Opperbevelhebber van het Duitse leger sinds september 1914,
ontheven van zijn functie 29 augustus 1916