Zachariël> Artikel    
 

   
   
   
 
   
   
 


Over Zachariël


Artikelen


Contact


   
 


Links


 

 


   
   
 
Op alle artikelen op deze website rust auteursrecht.
Overname zonder toestemming is verboden
   
 
Copyright publications.
Publication without permission not allowed.
   
   
 
Logo by
Floor Bos en Edwin Schild.

 

  11-12-2006

printversie:
(geen PDF? klik hier)

Intuïtieve communicatie

Marta Williams: Praten met dieren

EB v Loon

Dierenwelzijn staat eindelijk hoog op de agenda in Nederland. We hebben met de twee zetels voor de Partij voor de Dieren als eerste land ter wereld een dierenpartij in het parlement gekregen. Maar hebben dieren eigenlijk zélf iets te zeggen? En zo ja, hoe kun je met ze communiceren? Als antwoord op deze vragen stuitte ik op een heel nuchter en praktisch boek van Marta Williams, een Amerikaanse bioloog en dieren communicator.(1) Praten met dieren? Volgens haar is het een kwestie van je intuïtie erkennen, trainen en vooral; gewoon dóen. De dieren horen ons en hebben zelf ook genoeg te zeggen.


Twee zetels voor de Partij voor de Dieren:
volgens sommigen een simpele one issuepartij,
volgens velen hard nodig.
(Zie: Zachariëlartikel over dierenziektes in de landbouw)


In haar boek geeft Williams aan de hand van talloze voorbeelden en oefeningen aan hoe wij ons vermogen om met de dieren te communiceren kunnen ontwikkelen. Haar centrale boodschap luidt dat we veel meer gebruik zouden kunnen maken van onze intuïtie dan we nu doen. Zo is een van haar eerste tips om eens twee weken lang te kijken of je kan raden wie er belt als de telefoon gaat. Je kan vervolgens na afloop checken of het klopt. En zo staat het boek vol van dergelijke oefeningen. Maar nu volgt eerst een prachtig praktijkverhaal over een hond genaamd Norman.

“Wanneer je intuïtief met een dier aan een gedragsprobleem werkt, kan het bewijs van nauwkeurigheid geleverd worden in de vorm van gedragsverbetering. Zo ging het bij Norman, een basset die bij mij in de plaats was komen wonen. Norman was niet over de verhuizing te spreken en maakte zijn mensen gek door de hele tijd vrijwel onafgebroken te janken. Dat was al een week of drie aan de gang. Zijn mensen kwamen slaap tekort en werden er wanhopig van. Ze hielden van Norman, maar wisten niet wat ze met hem moesten beginnen. Een buurvrouw raadde aan mij te raadplegen.
Omdat hij verderop bij mij in de straat woonde, ging ik naar Normans huis, waar ik uiteindelijk drie uur rechtstreeks met hem werkte door middel van lichaamswerk, naar hem luisteren en onderhandelen. Wat ik van Norman en zijn mensen te weten kwam, was dat Norman hiervoor op een plek woonde waar hij volkomen vrij was. In zijn oude woonplaats, in de wildernis van Noord Californië, ging hij 's ochtends op pad, doorkruiste een enorm territorium waar hij veel interessante en belangrijke dingen deed, en kwam dan 's avonds weer lekker naar huis. Dat was nog eens een leventje. En toen werd hij in een stad gezet, in een huis met een tuin ter grootte van een postzegel. Hij voelde zich doodongelukkig.
Waar Norman en ik de meeste tijd aan besteedden was onderhandelen. Ik opperde dingen die hij zou kunnen doen om zijn leven hier prettiger te maken, en hij reageerde op mijn suggesties. Ten slotte stemde hij in met een reeks klussen die hij in en om het huis voor zijn mensen kon doen, en nog een stel andere klussen die hij elke dag in de buurt zou doen. Die klussen zouden hem het gevoel geven dat men hem nodig had, en ze dienden als vervanging van de klussen die hij in zijn vorige huis uit zichzelf op zich had genomen, zoals over zijn territorium zwerven en de buren in de gaten houden. Een van zijn nieuwe klussen was elke dag met iemand naar de brandweerkazerne en het postkantoor lopen om te controleren of aIles daar in orde was. Ook zou zijn hulp worden ingeroepen in het bedrijf aan huis van de vrouw bij hem thuis; hij zou haar morele steun geven en haar helpen helder te denken en alles beter te organiseren. lk schreef al die klussen op en hing ze bij Norman thuis op de koelkast. Zijn mensen zouden hem aan zijn klussen herinneren, zelf ook doen wat ze beloofd hadden en hem prijzen omdat hij zijn werk zo goed deed. Norman wilde ook de verzekering hebben dat hij elke maand een keer terug mocht om in zijn oude buurt rond te zwerven. Vanaf die dag jankte hij niet meer en werd hij een tevreden, goed aangepaste stadshond.”
(Williams, blz 72-73)


Marta Williams

Om een beeld te krijgen van William’s werkwijze bij deze enige basisinformatie over communicatie met dieren:

“De vier belangrijkste middelen om intuïtief informatie te zenden zijn:
1. Hardop praten: bij deze methode zegt u wat u aan het dier wilt overbrengen hardop met uw normale stem en in uw normale vocabulaire. Het dier ontvangt het. Het is van belang dat u gelooft en de bedoeling hebt dat wat u zegt wordt ontvangen. Zelfs als u sceptisch bent af uw dier u wel kan begrijpen, moet u proberen uw oordeel op te schorten en dit te doen als experiment om te zien wat er gebeurt. De techniek van hardop praten kan ook op afstand worden gebruikt. Ais u met vakantie bent en met uw dieren thuis wilt communiceren, kunt u hardop tegen hen praten; de dieren zullen u intuïtief horen. Het hotelpersoneel hoort u mogelijk ook, dus misschien kunt u beter een van de volgende methoden gebruiken voor het zenden.
2. Uw bericht denken: er is eigenlijk geen verschil tussen hardop zeggen wat u wilt overbrengen en het denken. Een bericht of een vraag denken is handig wanneer u met een hele menigte mensen met intuïtieve communicatie bezig bent; anders wordt het te veel kabaal. Deze methode kan vaak van pas komen als u geen zin hebt om voor gek versleten te worden omdat u hardop tegen uw paard praat terwijl u het in de stal opzoekt. Hij is handig op elk moment dat u geen geluid mag maken, bijvoorbeeld tijdens een dierenshow. Uw bericht denken is in het algemeen sneller en gemakkelijker dan hardop praten, maar het vergt wel meer aandacht en concentratie. Het helpt als u uw ogen sluit om niet afgeleid te worden terwijl u het doet. Dan koestert u de innerlijke bedoeling dat uw gedachten gaan waar u ze heen zendt en gehoord worden.
3. Een beeld zenden: bij deze methode sluit u uw ogen en vormt u in uw gedachten een voorstelling of een beeld van iets, dat u dan naar het dier zendt. Weer koestert u de bedoeling dat wat u mentaal zendt ook zijn doel bereikt. Ais u wilt kunt u al uw intuïtieve communicatie op deze manier doen. Ik gebruik vooral graag voorstellingen om een dier te laten zien wat ik wil. Zo zou ik een voorstelling -een filmpje, zou je haast kunnen zeggen -kunnen zenden om een dier te laten zien hoe ik wil dat het zich tegenover een ander dier gedraagt. Je kunt een dier ook een voorstelling zenden als manier om het een vraag te stellen. Zo zou je een hond een mentaal beeld van een kreek kunnen sturen en hem -door mentaal een gedachte te zenden -kunnen vragen of hij zin heeft om daarin te gaan. Dan kijk je naar het beeld, weer als naar een film, om te zien wat de hond doet.
4. Een gevoel zenden: voor deze methode concentreert u zich op een specifieke emotie en zendt die dan mentaal naar het dier met de bedoeling dat zij het bereikt. Ik gebruik deze methode als ik een dier wil kalmeren of troosten. Het is ook een geweldige manier om uw dieren liefde te zenden wanneer u niet bij hen kunt zijn.

De werking van deze methoden kunt u u als volgt voorstellen: het bericht dat u intuïtief zendt, wat voor bericht ook, in welke vorm ook, gaat bij wijze van spreken in een onzichtbare vertaaldoos en komt er dan weer uit in een vorm die voor de andere partij begrijpelijk is. Het maakt niet uit welke methode u gebruikt om intuïtief informatie te zenden, het dier ontvangt die informatie in de vorm die voor hem het beste werkt. Intuïtieve communicatie is onafhankelijk van afstand; u kunt informatie zenden of u nu dicht bij of ver van degene bent die u wilt bereiken.

Oefeningen: intuïtief informatie zenden

Doe deze oefeningen om na te gaan hoe het is om informatie aan een dier te zenden. Doe iedere oefening twee keer. De eerste keer doet u hem met een dier dat bij u is. Daarna doet u hem een tweede keer met een dier dat ergens anders is, misschien een dier van een vriend of een familielid. Vergeet niet terwijl u bezig bent informatie te zenden door middel van de vier methoden, de bedoeling te koesteren dat wat u zendt ook ontvangen wordt.

Oefening 1: een praatje maken

Oefen hardop tegen een dier praten. Vertel het iets wat u graag wilt dat het voor u doet.

Oefening 2: mentale berichten

Denk aan enkele eigenschappen die u in het dier bewondert. Zend het dier nu mentaal de gedachte dat u die eigenschappen bewondert. Uw mentale bericht zou iets kunnen zijn als: ‘Ik bewonder je intelligentie en je schoonheid.' Sluit uw ogen en stel u voor dat uw gedachte door de lucht naar het dier reist en wordt ontvangen.

Oefening 3: zie je dit?

Zend een dier een beeld van een voorwerp waarvan u weet of vermoedt dat het erop gesteld is, bijvoorbeeld een lekker hapje of een speeltje. Sluit uw ogen en zie dit voorwerp in uw verbeelding voor u. Stel u dan voor dat dit beeld door de lucht naar het dier reist, zoa1s u ook in oefening 2 deed. Stel u nu Voor dat het dier het door u gezonden beeld kan zien.

Oefening 4: onderonsje

Zend liefde naar het dier. Sluit uw ogen en stel u liefde in uw hart voor. Zend dat gevoel door de lucht van uw hart naar het hart van het dier. Stel u voor dat het gevoel door het dier wordt ontvangen.

Wees niet verbaasd als deze oefeningen vreemde resultaten opleveren. Uw dieren horen u. Wanneer u een beeld van zijn lievelingsspeeltje naar uw hond zendt, zou hij dat wel eens meteen kunnen gaan halen. Wanneer u liefde naar uw poes zendt, zou ze wel eens bij u op schoot kunnen kruipen. De dieren reageren op uw communicatie met hen.
Ik heb deze oefening eens met mijn paard gedaan, dat emotioneel geblokkeerd was toen ik het kreeg, en niet wist hoe het affectie kon tonen. ‘Ik wou dat je me net als andere paarden een kusje gaf,' zei ik tegen hem. Toen visualiseerde ik dat hij me een kus gaf. Op dat moment stak hij zijn nek over de omheining en gaf me de dikste, slobberigste paardenzoen die ik ooit heb gekregen. Dat was bijna voldoende om hem nooit meer om een kusje te vragen!

Informatie ontvangen

Informatie kan op vijf manieren worden ontvangen: horen, voelen, zien/weten, ruiken of proeven. Geen van deze manieren is beter dan de rest en ze sluiten elkaar ook niet uit. Toen ik met intuïtieve communicatie begon, ontving ik informatie voornamelijk als woorden en beelden. De meeste mensen zijn in het begin in een of twee van de manieren beter dan in de andere, maar welke manieren het best lukken varieert van mens tot mens. Misschien merkt u dat u intuïtieve informatie eerst alleen als gevoelens krijgt, en dat kan enigszins frustrerend zijn. Maar na enige oefening ontwikkelt u al gauw het vermogen op alle manieren gemakkelijk te ontvangen. Welke manier u gebruikt wordt minder belangrijk naarmate u meer bedreven wordt; de informatie bereikt u dan gewoon op allerlei manieren. U bent dan meer bezig met wat u ontvangt dan met hoe die informatie binnenkomt. Voor elk van de verschillende manieren geef ik een praktijkverhaal -van mezelf of van een cursist, cliënt of collega -als illustratie. Later oefent u het ontvangen op iedere manier door middel van speciale oefeningen. Op dit moment wil ik u alleen met de begrippen laten kennismaken.

Horen

Sommige mensen kunnen meteen intuïtief woorden en zinnen horen, terwijl andere het juist de moeilijkste manier vinden. Iedereen is anders. Horen kan een lastige manier zijn om onder de knie te krijgen omdat de woorden die u hoort gewoonlijk als uw eigen stem klinken. Daarom bent u geneigd aan te nemen dat u dingen verzint. De enige manier om daarvan af te komen is verifieerbare oefeningen doen, zodat u niet kunt ontkennen dat uw resultaten juist zijn of dat ze van buiten uzelf kwamen. Als u een dier intuïtief hoort, kunt u losse woorden of hele zinnen ontvangen. Wanneer u er goed in wordt, lijkt het of u gedicteerd wordt.

Mijn lievelingsverhaal over iemand die een dier intuïtief hoort praten, komt van een collega van me, Janet Shepherd. Toen Janet bezig was intuïtieve communicatie te leren gebruiken, vroeg een vriendin haar Voor haar paard te zorgen. Janet ging erheen om met het dier kennis te maken en instructies voor de verzorging te krijgen. Terwijl de vrouw het een en ander uitlegde, hoorde Janet in haar hoofd duidelijk de woorden: 'Koeien zijn. ..' Ze keek rond maar behalve haar vriendin en het paard was er niemand. Toen hoorde ze het woord 'lelijk: Meteen daarna zei haar vriendin: 'Oh ja, dat is waar ook. Neem hem maar niet mee de heuvel op. Daar staan koeien, en daar heeft hij een hekel aan.” (citaten uit Williams, blz 56-60)

 


‘Leren luisteren naar dieren met intuïtieve communicatie’
Marta Williams, Forum Amsterdam, 2005.

Voor de tips over voelen, zien en dergelijke neme de lezer het boek ter hand. Ter afsluiting nog één verhaal (van een cliënt) uit het dagelijkse praktijk van Marta Williams:

" Een paar jaar geleden wilde ik therapie met behulp van huisdieren gaan doen. Zou het voor bewoners van een verpleeghuis niet geweldig zijn, dacht ik, om iemand op bezoek te krijgen die een zacht, knuffelig huisdier bij zich had? Omdat ik daar precies de juiste dieren voor had, namelijk twee katten, waagde ik een poging. Maxx was een grote zwarte kater die ontspannen en verdraagzaam was; hij ging zelfs graag in de auto mee. Cuja was een verlegen poes, maar heel zacht en altijd aan het spinnen; ze vond het heerlijk om op haar kop gekrabd te worden. De katten werden goedgekeurd wat hun karakter betrof, en we werden in contact gebracht met een verpleeghuis in de buurt.

Daar gingen we eens per week op bezoek, een uurtje op woensdagavond. Toen Maxx en Cuja eenmaal over de belediging heen waren van het in hun reismand gestopt en er weer uit getrokken worden, leken die bezoekjes ze aanvankelijk niet veel te doen. Na verloop van tijd schenen ze echter te onthouden wat er op woensdagavond gebeurde en waren ze op het kritieke moment steeds moeilijker te vinden. Ik had zo’n vermoeden dat dit niet zo prettig voor ze was als ik had gehoopt. Op dat moment waren we echter al een halfjaar met onze bezoekjes bezig en hadden we duidelijk onze 'vaste klanten' die erop rekenden ons te zien. Daarom worstelde ik met de vraag: was het dat ik, door iets heel prettigs en altruïstisch voor de bewoners van het huis te doen, tegelijkertijd mijn poezen kwelde? Zou het, als ik niet meer ging, voor de eenzame ouderen de zoveelste teleurstelling in een lange reeks tegenvallers lijn? Zou ik, als ik bleef gaan, mijn eigen dieren nog meer kwellen?

Het werd Halloween. Ik verkleedde me als zwarte kat met een lange zwarte staart, snor en oren. Ik sneed een pompoen uit voor de bewoners, laadde Maxx in zijn mand en vertrok naar het verpleeghuis. Toen we er waren, haalde ik Maxx uit de mand en nam hem in mijn armen, en we liepen de gang in, waar we door onze vaste vrienden werden begroet. Maxx bleef een kwartier of wat rustig en verdraagzaam in mijn armen liggen. We gingen net weg bij meneer Johnson in de tv-ruimte en liepen de gang door naar de gezusters Wells toen Maxx luid en duidelijk iets naar me communiceerde. Die niet mis te verstane boodschap was: 'Als je me bij nog een oud vrouwtje in het gezicht duwt, krab ik haar vel aan flarden.'
Geen geworstel, geen geblaas, zelfs zijn staart zwaaide niet heen en weer, en de communicatie overviel me volkomen. Maar de boodschap was luid en duidelijk. Ik maakte meteen met poezenkostuum en al rechtsomkeert, terug naar de lobby, en stopte Maxx in zijn mand, en daar gingen we. Dat was het dan: het einde van mijn dierentherapiebezoekjes."
(Williams, blz 90-91)

Nawoord EBvL: In dit stuk heb ik me op de communicatie met dieren gericht. Williams geeft in haar boek echter ook aan hoe intuïtieve communicatie net zo goed werkt richting andere levensvormen, zoals bij planten, het landschap, bergen en (uiteraard) andere mensen. Zij reageren allemaal op ons en hebben ook wat te zeggen ( Zie b.v. Zachariëlartikelen over natuurwezens)