Zachariël> Artikel    
 

   
   
   
 
   
   
 


Over Zachariël


Artikelen


Contact


   
 


Links


 

 


   
   
 
Op alle artikelen op deze website rust auteursrecht.
Overname zonder toestemming is verboden
   
 
Copyright publications.
Publication without permission not allowed.
   
   
 
Logo by
Floor Bos en Edwin Schild.

 

  08-09-2006

printversie:
(geen PDF? klik hier)

Elementwezens en scheppend vermogen

Tanis Helliwell: Zomer in Ierland

Tanis Helliwell woont in Canada. In haar kindertijd kon zij natuurwezens waarnemen, maar liet dit later rusten. Als dertiger met een hectisch werkleven besluit ze midden jaren ’80 een zomer in retraite te gaat in Ierland, het land van haar voorouders. Ze vind een huisje in de uiterste noordwest hoek van Ierland, Achill Island, alwaar ze ’s avonds aankomt:

”Naarmate mijn ogen gewend raakten aan de donker wordende kamer, nam ik langzaam mijn omgeving in me op. Naast de haard lag een stapel turf, een blaasbalg ernaast. Tegenover de haard stond een half verzakte oude groene bank en daarachter een grote houten tafel met zes zeer stevige stoelen.
Vanaf dat ik naar binnen was gegaan had ik het gevoel gehad alsof ik wederrechtelijk iemands huis was binnen gegaan. Ik probeerde dat gevoel opzij te schuiven, maar raakte er meer en meer van overtuigd dat ik werd gadegeslagen. Ik liet mijn blik over de hoek gaan van waaruit de vibraties leken te komen glijden. Met een schok merkte ik dat er vier mensen naar me keken: een kleine man, een kleine vrouw en twee kinderen. Ik was half verlamd van angst en zat daar met ingehouden adem. Ik ben inderdaad iemands huis binnengelopen, dacht ik, maar wat een rare kleren hebben ze aan. Lieve hemel, het zijn geen mensen! In een flits dacht ik in een spookhuis beland te zijn- een gedachte die me half hysterisch maakte. Maar voordat ik die gedachte verder kon uitspinnen, richtte de kleine man het woord tot me. ‘We leven al honderd jaar - in jullie tijdstermen uitgedrukt - in dit huisje en we zijn bereid het met jou te delen, zij het op een paar voorwaarden.’ Zijn verschijning onderstreepte het gedrag van zijn woorden. Hij was niet langer dan één meter twintig en gekleed in een ouderwets jasje dat vanaf zijn middel tot boven toe een knoopsluiting had. Het jasje zat strak om zijn ronde buik. Onder een bruine kniebroek droeg hij dikke kousen en zijn voeten staken in grote klompen – veel groter dan zijn voeten redelijkerwijs konden zijn. Het geheel werd gecompleteerd door een reusachtige zwarte hoge hoed.”

Aldus begint de kennismaking met de leprechaun (spreek uit: leprekon), de Ierse benaming voor eigenzinnige kabouterachtige wezens. In de loop van de zomer ontstaat een soort van samenwerking die zal resulteren in een boek. Curieus daarbij is dat wordt afgesproken dat dit boek pas 10 jaar later zal worden geschreven. En zo geschiedde: in 1997 verscheen ‘Summer with the leprechaun’. De Nederlandse vertaling, 'Een zomer met het kleine volkje’ zag in 2004 het licht. (Uitgeverij Christofoor, Zeist)

Bij deze een gesprek over de verhouding tussen de leprechaun en zaken als boeken, kleding en dergelijke in zijn wereld.

"Mijn leprechaun-vriend kwam af en toe langs als mijn buurvrouw, mevrouw O‘Toole, er was, en die dag was er een van. Omdat er op de bank geen plaats was, hees hij zichzelf op een van de eetkamerstoelen en begon met notitieblok en potlood op schoot uitvoerig aantekeningen te maken.
Toen mevrouw O'Toole vertrokken was, vroeg ik hem: 'Wat heb je ontdekt?'
'Fascinerend, werkelijk fascinerend', zei hij, overdreven articulerend als een echte Britse professor -een knijpbrilletje op de punt van zijn knolneus.
Hij tikte met zijn potlood op zijn blocnote om zijn bewering te versterken en vervolgde: ‘Als jij en die zoetekauw van een vriendin van je samen zijn, verandert de energie rondom jullie beiden. Jouw energie is gewoonlijk als die van een kabbelend beekje dat onrustig rond de rotsen danst, terwijl die van haar meer op een oceaan lijkt die komt aandeinen en dan weer wegebt. Als jullie samen zijn, word jij meer als een oceaan en krijgt zij meer van dat beekje. Zij heeft een kalmerende , werking op jou, terwijl jij haar ondeugendheid aanwakkert.’
'Weet je dat ze wat van ons bloed heeft?' zei hij en gluurde daarbij over zijn brilletje.
'Van wat voor soort elementwezen?' vroeg ik. 'Ze behoort tot een kaste waarmee je nog niet veel contact hebt gehad', antwoordde hij. Hij duwde zijn brilletje wat verder naar achteren en strekte zijn handen zwierig uit. 'Ze is een van de koe-mensen. Dat zijn mensen die met allerhande soorten dieren werken. Ze weten alles wat dieren denken en voelen.’
'Via jou breidt ze haar energieveld uit, zoals ze dat ook met dieren doet, en dan raakt ze je op een manier zoals je ook door een hond of een kat geraakt kunt worden. Als ze met haar koeien of haar schaapshond is, hoeft ze niets te zeggen. Ze begrijpen elkaar woordeloos. Zo gaat het ook tussen jou en haar. Jullie praten niet veel met elkaar, maar breiden jullie energie tot elkaars aura uit en communiceren dan toch met elkaar.'
Ik onderbrak hem even en informeerde: 'Is dat iets wat je al bij eerdere gelegenheden hebt waargenomen als je er ook was tijdens het bezoek van mevrouw O'Toole?'
'Ja', antwoordde hij. 'Ik heb haar met dieren zien communiceren en was benieuwd of ze op jou hetzelfde effect had.'
Met een gebaar naar zijn blocnote zei ik: 'Ik ben benieuwd te zien wat je hebt opgeschreven.’
'Nee, nee, geen sprake van', was zijn reactie terwijl hij de blocnote tegen zijn borst drukte.
'Ik ben er vooral zo in geïnteresseerd, omdat ik er geen idee van had dat jullie ook kunnen schrijven', zei ik en strekte mijn hand naar het blokje uit.
Hij ging nog wat verder van me af zitten en zei, een slag om de arm houdend: 'Wel, we kennen een bepaalde manier van schrijven.’
Om hem op zijn gemak te stellen, leunde ik wat naar achteren en vervolgde: 'Dus het komt erop neer dat jul1ie niet lezen en schrijven zoals mensen?'
Hij ontspande wat en antwoordde: 'Inderdaad.’
Omdat ik ontzettend nieuwsgierig was, glimlachte ik mijn meest veroverende glimlach en vroeg vleiend: 'Mag ik alsjeblieft zien wat je hebt opgeschreven?'
'Je zult het waarschijnlijk niet begrijpen’, maande hij voorzichtig, maar ik kon zien dat zijn weerstand wat begon af te zwakken.
Ik realiseerde me plotseling dat zijn tegenzin om me zijn blocnote te laten zien waarschijnlijk verband hield met het feit dat hij de menselijke vaardigheden van lezen en schrijven niet meester was. Dat was een gevoelige slag voor zijn trots.
'Ik ben even geïnteresseerd in elementwezens als jij in mensen’, zei ik en zond in gedachten respect en vertrouwen naar hem.
Mijn vriend leunde naar voren en stak zijn blocnote naar me uit. Ik pakte het aan en zag... een blanco vel papier. Ik keek hem aan en gaf toe: 'Ik zie inderdaad niets.’
'Dat komt omdat wij elementwezens iets op de pagina denken en bij het 'teruglezen' laat de pagina ons dan de beelden zien die wij erop hebben gedacht', antwoordde hij en gebaarde me dat ook te proberen.
Ik keek nog eens goed en zag toen mevrouw O'Toole en mijzelf, vastgelegd precies op de manier waarop we hadden gezeten en hoe de dingen waren gebeurd -het beeld bewoog als een soort hologram en was driedimensionaal, veel indringender dan onze tweedimensionale televisiebeelden. Voor mijn mensenogen was het nog wazig, maar ik zag het wel. Ik keek naar mijn vriend en lachte om mijn succes.
'Niet veel van ons elementwezens doen dat -voornamelijk de geleerden en de helers’, zei hij, eveneens glimlachend. 'Elementwezens lezen mensenboeken op dezelfde wijze als die waarop we met jullie communiceren -telepathisch dus. Op die manier kunnen we Frans en Duits of welke andere taal dan ook lezen. Romans zijn voor ons makkelijker te lezen, omdat we de beelden die de schrijver bij het schrijven heeft gebruikt kunnen zien. Moeilijker zijn wetenschappelijke werken, tenzij mensen bij het schrijven ervan ook in beelden denken.’
'Bovendien is schrijven in onze wereld niet zo nodig. Element wezens kunnen wat ze maar willen denken en creëren, dus waarom zouden ze dat willen vastleggen! Zie je, tijd en ruimte hebben voor ons geen grenzen, dus we kunnen naar believen in het verleden of de toekomst duiken en creëren wat we willen. Omdat mensen niet in tijd en ruimte kunnen reizen moeten ze dingen opschrijven, vastleggen, om ze op die manier te kunnen herinneren. Onze geleerden hebben leren lezen en schrijven omdat mens en dat nodig hebben.’
Ik begreep nu dat de wijze waarop elementwezens lezen, schrijven en spreken meer van doen heeft met hun geest dan met de beweging van ogen, handen of mond. Ook besefte ik dat mensen deze eigenschappen bij zichzelf zouden kunnen ontwikkelen als ze zich er maar in oefenden.

'Zo is het’, zei de leprechaun, 'en dat zullen jullie in de toekomst ook gaan doen. Mensen in Atlantis hadden dat vermogen, maar zijn dat later kwijtgeraakt. De kracht van de geest en de kracht van de wil zijn voor alle wezens de sleutels tot materialisatie. Mensen leven in een dichtere werkelijkheid dan elementwezens, dus daarom moeten jullie niet alleen met de geest maar ook met jullie lichaam werken om de dingen die jullie willen tot stand te brengen. Over het algemeen genomen is de menselijke geest sterker dan die van elementwezens omdat mensen met hun wilskracht de weerstand van die dichtere werkelijkheid moeten zien te doorbreken. Dit soort weerstand maakt mensen sterker. Helaas zijn er veel mensen met een zwakke geest die gewoon andermans gedachten en gevoelens volgen. Die leren niet hun eigen geest te gebruiken -dat kost ze te veel inspanning.’
'Er zijn veel meer mensen dan elementwezens die hun potentieel niet ten volle benutten. Mensen zijn vaak te passief. Maar de mensen die hun geest wel tot uitdrukking brengen zijn veel sterker dan bijna alle elementwezens. Wisten ze dat maar.’
Terwijl ik de gedachtenlijn van mijn vriend al luisterend volgde, begon ik me af te vragen of elementwezens hun lichaam eigenlijk wel gebruiken voor het maken van bepaalde voorwerpen of producten, of dat dit allemaal alleen maar in hun geest bestond. Dus ik vroeg: 'Maken schoenmakers bij jullie echt fysiek tastbare schoenen, of creëren jullie gewoon de illusie dat ze schoenen maken ?'
'Onze ambachtslieden', begon hij, 'maken dingen die fysiek tastbaar voor onze realiteit zijn. Ze werken met zwaardere elementen dan de meesten van ons en staan daarom het dichtst bij de mensen in hun vermogen met de fysieke realiteit te werken. In jullie folklore, zoals jullie dat noemen, bestaan verhalen over mensen die voorwerpen van elementwezens krijgen die van subliem vakmanschap getuigen. Onze ambachtslieden maken prachtige juwelen van edelstenen, goud, zilver en koper. Sommige gilden maken wapenschilden, andere mooie boeken met prachtige omslagen en lijsten voor de afbeeldingen.’
'Onze helers hebben een sterke geest en vragen bloemen en bomen om extracten van hun levenssappen af te staan voor de drankjes die ze maken om andere wezens te genezen. Gewoon door naar een boom, een mens of een dier te kijken, weten die helers precies welk extract dat wezen nodig heeft, en dan vragen ze dat extract ergens anders in de natuur. Het natuurrijk geeft die extracten graag aan onze helers omdat - door dat te doen - alles wat leeft samenwerkt met het goddelijke plan.’
Terwijl hij sprak moest ik denken aan menselijke praktijken als homeopathie en aromatherapie, dus ik zei: 'Er zijn ook mensen die op een dergelijke manier genezen.’

‘Zeker, dat klopt', zei hij en knikte instemmend. 'Werken mensen samen met het rijk der elementwezens bij het toepassen van dergelijke methoden?'
'Inderdaad, ja', vervolgde hij. ‘Mensen doen dat trouwens ook bij het verbouwen van voedsel. Als jullie boeren zaaien, stellen ze zich in gedachten voor dat daar flinke planten uit zullen voortkomen die veel graan of andere vruchten zullen opleveren. Als ze zich dat beeld maar goed voor ogen houden, komt die voorstelling meestal uit -vooral als het zaad sterk en de aarde vruchtbaar is en als er precies genoeg zon schijnt -niet te weinig, maar ook niet te veel. De boer moet met de natuur samenwerken bij het zaaien van de aanplant. Je kunt het zaad
niet zomaar ergens in de grond stoppen. Mensen zouden heerlijk voedsel, prachtige tuinen en gezonde bomen kunnen laten groeien als ze maar zouden luisteren naar wat de natuur wil en het vermogen tot visualisatie van het gewenste doel zouden ontwikkelen.’"

( Zomer met kleine volkje, blz 73-77)

Zie ook: deel 2

Voor een interview met Tanis Helliwell: klik hier