Zachariël> Artikel    
 

   
   
   
 
   
   
 


Over Zachariël


Artikelen


Contact


   
 


Links


 

 


   
   
 
Op alle artikelen op deze website rust auteursrecht.
Overname zonder toestemming is verboden
   
 
Copyright publications.
Publication without permission not allowed.
   
   
 
Logo by
Floor Bos en Edwin Schild.

 

 

printversie:
(geen PDF? klik hier)

Zie ook: dossier elementwezens

Het dagboek van Verena Staël von Holstein

Gesprekken met Müller vertaald

In juni 2006 is bij uitgeverij Vrij Geestesleven de Nederlandse vertaling van het dagboek ‘Gesprekken met Müller’. Een goede zaak. Bij deze de weergave van enkele zomerse gesprekken. Een eerste introducerend artikel schreven wij reeds in 2003: klik hier


Maandag 10 juli 2000

— Vandaag wisselt Venus naar het sterrenbeeld Kreeft. Dat klinkt naar water. Overigens is dat niet haar teken en daarom zal haar invloed niet zo groot zijn. Pas als Mars op de 26e voor de Kreeft komt te staan zal het een duidelijke uitwerking hebben, want dat is zijn teken. Vandaag komt de Maan in de Weegschaal; eens afwachten wat dat teweegbrengt. Momenteel is het weer grijs, vochtig en zacht.

Verena: Hallo, Müller, wat is er aan de hand?
Müller: Wat zou er voor bijzonders aan de hand zijn? Het is maandagochtend en wij willen communiceren op fijnstoffelijk gebied. Dat is toch al heel wat. De toestanden zijn vandaag niet zo ongewoon voor juli. Het is ’s nachts tenminste niet zo koud meer. Dat scheelt al een boel.
Verena: Dat klopt. Nu kan het beter groeien, buiten. Het sap wordt niet meer zo tegengehouden, maar het kan stromen.
Müller: Je praat als een groene! Daar had Gunilla het de laatste tijd ook aldoor over. Maar het zijn toch in feite kosmische koudewerkingen, waar men buitenshuis weinig tegen kan doen.
Verena: Maar toch is het fijn voor de planten. Zo kunnen onze wilgenstekken beter aanslaan.
Müller: (mompelt even) Het is Mercuriusplanttijd. Ze zullen wel willen groeien.
Verena: Nee toch — weet je zulke dingen ook al? En ik modder er wat mee aan!
Müller: Dat is absoluut niet mijn vakgebied! Voor het geval ik er iets over wil weten, kan ik het nakijken — dat weet je toch. Op dit gebied kan ik overigens geen activiteiten ontplooien.
Verena: Nu goed. Maar kun je mijn overwegingen op dat gebied wel bevestigen?
Müller: Ja, onder voorbehoud. Gunilla, de Groene, is verantwoordelijk voor de planttijden. Beschouwingen over de kosmos hebben we samen ook al wel gehouden. Dat gaat voor zover het het huis betreft. Bij het huis horen veel dingen. Als huisgeest heb je zo ongeveer met alle terreinen te maken. Daarom kan ik ook de desbetreffende wezens hier toelaten. Maar Ecevit zou bijvoorbeeld in het water vuurwezens niet kunnen toelaten. Dat ging gewoon niet. Maar ik kan dat wel omdat hier in huis warmte is en moet zijn, in verband met zijn functie als woonhuis voor mensen en vooral voor kinderen. Die hebben warmte nodig.
Wij geestwezens hebben ook warmte nodig maar op een andere manier. Voor ons is het voldoende dat warmte bestaat. Voor jullie mensen is dat niet zo, omdat jullie voor jezelf het principe van de liefde moet verwerven. Liefde en warmte horen nu eenmaal bij elkaar. Vroeger werd zoiets onderwezen in mysteriescholen, maar tegenwoordig kun je er gewoon over praten zoals wij nu. Dat is toch ook een grote ontwikkeling, dat dat nu kan. Het was nodig, dat geheim te houden; de meeste mensen konden het namelijk niet begrijpen. Nu moeten allen zover zijn dat ze het begrijpen.
Jullie mensen hebben een gezegde dat mij hierbij steeds te binnen schiet. “De wegen des Heren zijn ondoorgrondelijk”. Dat klopt wel niet — integendeel — maar het gaat wel op voor de innerlijke houding van veel mensen. Omdat ook nog onderwezen wordt dat het zó was en niet anders, is het ook geen wonder. Hopelijk komen nog veel mensen ertoe dat te doorgronden!
Hopelijk geeft ons project hier ook veel mensen een impuls in die richting. Daarvoor doen we het onder andere toch ook.
Nu heb ik een tamelijk lange alleenspraak gehouden. Maar dat was nodig. Het eerste derde deel ligt achter ons. Hoewel “achter” in dit geval eerder ruimtelijk beschouwd moet worden.
Verena: Dat schijnt momenteel een heel belangrijke wens van jullie geestwezens te zijn, het omgaan met en de afloop van de tijd. Ieder van jullie komt daar op een gegeven moment op.
Müller: Wij hebben vastgesteld dat veel mensen, waarschijnlijk de meeste, daar heel grote problemen mee hebben. Vaak is dat de hoofdoorzaak waarom men geen contact met ons opneemt. Tenminste als men er over nadenkt. En bijna alle geesteswetenschappelijk gevormde mensen dénken er over na. De “domme” mensen hebben dat probleem gewoon niet, die handelen gewoon zonder erbij te denken.
Overigens is de bewuste weg natuurlijk meer in overeenstemming met deze tijd. Waar ligt eigenlijk het voornaamste probleem?
Verena: In de taal, dunkt mij. Er bestaan gewoon nog niet goede woorden en formuleringen die het verschijnsel “tijd” beschrijven in de zin van de etherwereld. Wij zetten ons hier daarvoor in. Ik denk ook dat dat heel erg belangrijk is!
Müller: Dat is het ook. Wij zullen het in gedachten houden.
Verena: Een goed idee. Nu wordt het langzamerhand tijd voor mijn kinderen!
Müller: Ze worden juist wakker. Ik wens jullie een fijne dag. Tot ziens dan.
Verena: Dank, Müller! Hetzelfde. En tot ziens.

Dinsdag 11 juli 2000

De overgang van Venus naar de Kreeft heeft ons regen gebracht, veel zelfs. Toch is het helder gebleven. Het water doet de planten goed.

Verena: Goedemorgen, Ecevit.
De Natte: Water doet altijd goed.
Verena: Ik heb daar zo mijn twijfels over als ik denk aan de watersnoodramp van het vorige jaar!
De Natte: Dat heb ik toch al uitgelegd. Wij begonnen ons te verzetten. Op 11 maart heeft Müller dat ook al uitgelegd. Toch doet het water goed. Ook in deze gevallen. Bekijk het maar eens vanuit de totale ontwikkeling. Jullie mensen zouden zeggen: “binnen de tijd”. Natuurlijk gebeurt zoiets ook in de tijd, maar alleen maar ‘ook’. Natuurrampen zijn geestelijke daden. Die hebben buiten de tijd hun oorprong, maar hebben hun uitwerking ín de tijd. Jullie mensen moeten je vrij maken van de gedachte dat tijd en ontwikkeling onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat is principieel onjuist! Dat klopt noch naar de toekomst, noch naar het verleden. Met andere woorden: voor tijd is niet persé ontwikkeling nodig, omgekeerd vereist ontwikkeling niet persé tijd.
Het komt alleen aan op het juiste tijdstip. Dat is van belang. Tijd en ontwikkeling moeten in de aardse wereld met elkaar in harmonie zijn. Tijd gebeurt. Hij zit alleen niet zo eenvoudig mechanisch in elkaar als een stationsklok. Veel te veel mensen leven bij hun horloge en niet met de tijd. Er is een groot verschil tussen klok en tijd. Het is van belang dat verschil te verankeren in het bewustzijn. (Ik zou dat een mooie lijfspreuk vinden: Leef volgens de tijd en niet volgens de klok.)
De klok kan verslavend werken als mensen er zich al te zeer aan binden. De klok bepaalt niet het ritme — integendeel: door de tijd van de klok bepaalde herhalingsprocessen zijn geen ritmen. Ritme leeft, evenals de ademhaling. Het zal geen mens lukken steeds met dezelfde tussenpozen te ademen. De automatisering van levensprocessen voert ons weg van het leven zelf. In het automatische zit de koude verborgen. Dat doet vooral de éne tegenmacht bijzonder veel plezier. Kijk nu eens, nu kijk je op je horloge. Er is voor de mens nog het een en ander te leren. Jullie mensen hebben minder vertrouwen in jullie tijdsgevoel dan in jullie horloge. Interessant. Hoe komt dat?
Verena: Wij denken dat een horloge onomkoopbaar is omdat hij uit materie bestaat.
De Natte: Onomkoopbaar misschien, maar heel geschikt om bezet te worden. Door de sterke afhankelijkheid tussen mensen en hun horloges kunnen deze uurwerken makkelijk bezet worden door wezens van allerlei aard.
De tijd, volgens het horloge, is een belangrijk onderwerp. Later moeten we daar op doorgaan, want nu moet je dagprogramma worden afgewerkt. Bye-bye!
Verena: Bye-bye, Ecevit. Dat was heel interessant vandaag!
De Natte: (uit de stuwkamer) Heel goed, Müller, ontbijten!
Verena: Eet smakelijk!

Woensdag 12 juli 2000

Vandaag staat Venus in het perihelium. Dat is het punt van haar baan dat het dichtst bij de zon ligt, en daar moet het tamelijk warm zijn. Gisteren had de Maan een oppositie met Saturnus en vanmorgen vroeg met Jupiter. Die staan beide in de Stier, vandaar waarschijnlijk de koele temperatuur. Dat schijnt de regen van Venus weer tenietgedaan te hebben.

Verena: Hallo Ecevit, ben je daar weer!
De Natte: Hallo mens. Natuurlijk, we zouden het gesprek toch voortzetten.
Verena: Je had alleen niet gezegd wanneer. Later kan voor jullie geestwezens evengoed over een paar weken zijn, zo heb ik inmiddels geleerd.
De Natte: Daarmee zijn we weer bij ons thema aangeland. Tijdaanduidingen van geestwezens hebben geen betrekking op het horloge, maar op het tijdstip (moment). Dit thema heeft nu zijn tijdstip (moment).
Wanneer de wereld uitsluitend door geestwezens van mijn soort bewoond zou worden, dan was het verloop van alle processen heel gelijkmatig en ritmisch en niets zou dat verloop storen. En het zou niet tot vrijheid kunnen komen. Vanuit een bepaald gezichtspunt is vrijheid een storing van het totale ritme. Een vrij wezen is in staat zich in vrijheid in dat ritme te passen of ook niet.
Het is natuurlijk de bijzondere opzet van de Anderen om het juiste moment te verstoren en zodoende de ontwikkeling in hún richting te sturen. Niet voor niets hebben alle computers klokken. Klokken zijn uit materie vervaardigd. Ze bestaan binnen de tijd. Buiten de tijd verliezen ze hun betekenis.
Jullie mensen geloven dat materie neutraal is. Dat kan echter niet waar zijn want materie schept ruimte. Op het ogenblik waarop een voorwerp begint te bestaan, schept het ook ruimte. En ruimte betekent in principe leven. Ruimte zonder leven zou zinloos zijn. En zinloosheid is in tegenspraak met de grondvoorwaarden van al het zijn, ook al proberen de Anderen doorlopend om zinloosheid te veroorzaken. Dientengevolge worden klokken bijna altijd bezet door een of ander wezen. En jullie hebben meer vertrouwen in zoiets dan in jullie eigen tijdsgevoel. Als er een schaduw valt op de zonnewijzer houdt de tijd op!
Verena: Dat klopt nu ook weer niet helemaal. De tijd loopt toch door als er een schaduw op de zonnewijzer valt!
De Natte: Kom nou! Wat meet een klok dan?
Verena: Daarover heb ik nu mijn twijfels. Tot voor kort zou ik gezegd hebben: de tijd. Maar klaarblijkelijk is dat niet juist, gezien je uiteenzettingen. Maar wat meet een klok dan eigenlijk?
De Natte: Aha, twijfel! Twijfel is het begin van een proces, en van een ontwikkeling. Dat is goed. Een klok meet niets!
Verena: Maar dat zal heel wat mensen hoofdpijn bezorgen!
De Natte: Dat hindert niet. Een klok geeft een positie van wijzers of een cijfer weer. Als jullie mensen twee verschillende standen van de wijzers vastgesteld hebben, menen jullie dat er een bepaalde tijd is verstreken. Maar dat hoeft niet persé zo te zijn, ook niet wanneer de klok in jullie veronderstelling gelijk loopt. Einstein heeft zich daar al mee bezig gehouden en mede op grond daarvan zijn relativiteitstheorie ontwikkeld.
Verena: Is dat niet een beetje kort door de bocht?
De Natte: Nee, hoezo? Einstein heeft toch in de natuurkunde op ingewikkelde wijze aangetoond wat in de geesteswetenschap veel eenvoudiger aantoonbaar is. Daarom is ook ieder mens in staat zelf tijd te maken. Hoe zou dat moeten als tijd werkelijk een absolute grootheid was?
Verena: Ecevit, ik weet het niet. Dat betekent dus ook dat de radioklok in Braunschweig voor-de- gek-houderij is?
De Natte: Nee, die klok houdt je niet voor de gek. De interpretatie van het apparaat door de mensen, daarin zit het voor de gek houden. Ook technisch gezien heeft het signaal van Braunschweig voor elke klok een andere tijd. Dat gaat wel om cijfers achter de komma, maar toch.
Verena: Dat klopt. Alleen daar denk je niet over na.
De Natte: Precies: dat is wat gewild wordt! Daarover moet niet worden nagedacht. De Anderen vinden het ontzettend leuk als er zo weinig mogelijk of helemaal niet nagedacht wordt. Zoveel mogelijk in een roes leven, dan is de verbinding met de geestelijke wereld gestoord. In dit geval zou je van een soort nauwkeurigheidsroes kunnen spreken. — Zo nu heb ik een heleboel verteld. Dat maakt hongerig. Ik ga nu in de stuwkamer ontbijten. Müller zal ook wel komen. Ik wens jou en je kinderen smakelijk eten. Bye-bye.
Verena: Bedankt, hetzelfde. Bye-bye. (Wat is er eigenlijk zo leuk aan de stuwkamer?)
De Natte: Later!

— De stuwkamer is een ruimte in het oude molengebouw. Hij grenst aan de stuwvijver en ligt op de hoogte van het peil van het beneden water. De oude turbine is daar nog aanwezig. Voor mensen is het daar niet erg gezellig.

Donderdag 13 juli 2000

De Natte: Het wordt tijd!
Verena: Wat bedoel je nu: tijd op de klok of levenstijd?
De Natte: Dat is een goede vraag. Ditmaal bedoelde ik allebei. De tijd is krap en niet rijkelijk bemeten. Dat is wel nodig, om zo te zeggen als een soort steun.
Verena: Hoezo krap? Dan moet je zeker voortdurend haasten?
De Natte: Klets! (Dat is trouwens een mooi nat woord.) Haasten vernietigt tijd. Je hebt maar een beperkte tijd van leven. Als het je lukt tijdens je leven tijd te scheppen, heb je natuurlijk méér. Als je tijd vernietigt, heb je minder. Dat heeft betrekking op je persoonlijke tijd en niet op de tijd van je medemensen. Daarboven ligt de algemene tijd van het zogenaamde Tijdperk. Die wordt beheert door zeer hoogstaande wezens.
Verena: Dan kun je niet anders zeggen dan: waarom zou je het eenvoudig doen als het ook ingewikkeld kan!
De Natte: Vanzelfsprekend is het ingewikkeld! Hoe zou een zo ingewikkeld wezen als een mens uit een simpel opgebouwde wereld stammen? Zelfs de zuiver materialistische wereldbeschouwing zou niet zo kunnen redeneren zonder zich zelf al van tevoren belachelijk te maken. De wetenschap doet dat dan ook niet.
De theoretische bouwsels van de wetenschap zijn zeer complex. Het ergste is de Superstring-theorie. Die valt zelfs niet meer na te rekenen. Mogelijkerwijs blijft ze daardoor een hele tijd voor de wereld behouden. Dat is tenminste iets.
Terug naar de tijd. De tijd is niet niks, en in elk geval geen klok. Omdat de tijd wordt beheerd door hoogstaande hiërarchieën, is hij ook wel iets bijzonders.
Nu zullen wel veel mensen weer niet begrijpen dat ik in hun ogen de tijd heb afgeschaft om hem nu via de hiërarchieën weer in te voeren. Ik heb de tijd helemaal niet afgeschaft! Integendeel! Ik heb de tijd uit de voorstelling van een mechanisch aflopend proces in het leven teruggehaald. Zie je, dan valt zelfs makkelijk te begrijpen dat er, zoals de wetenschap beweert, subatomaire deeltjes zijn die met de tijd achteruitlopen en inmiddels zelfs met wetenschappelijke meetapparatuur aantoonbaar zijn.
Dat was ditmaal veel theorie. Nu heb ik honger. Have a nice day! Bye-bye!
Verena: Same to you! Bye-bye!

Vrijdag 14 juli 2000

De Natte: Goedendag, allebei. Wat de Grote goeddunkt, is voor mij aanvaardbaar. Maar ik zal geen verdere uitspraken over de Grote doen. Daar is het hier te gezellig voor. In verhuizen heb ik geen zin. Mooi weer hè?
Friedrich: Op het ogenblik heb ik op de een of andere manier geen interesse voor het weer.
De Natte: Dat is in orde. Maar daarmee hoor je bij een minderheid. De meeste mensen kankeren de hele dag over het weer, hoewel ze er zelf mee vorm aan geven. Bij zulk weer als vandaag ga ik graag uit wandelen. Gewoon de rivier op en neer. Vaak schenken de andere rivierwezens ook algenpunch. Die van een naburige molen heeft een Deense algenpunch die bijzonder lekker is, heel origineel. In Scandinavië is de natuur nog jonger. Dat komt doordat daar de ontwikkeling een tijd stilgestaan heeft. Jullie Rudolf Steiner noemt dat een ‘wachtcultuur’. Daardoor is de natuur langer jong gebleven. En daardoor is het daar bijna overal een herstellingsoord voor natuurgeesten, zoals ons broekbos. Je hebt daar ook trollen gezien, nietwaar?
Friedrich: Gezien niet, maar hun uitwerking wel gemerkt.
De Natte: Vaak weet je niet wat je ziet. Je vertrouwt te zeer op je ogen. Dat is een fout. Denk aan Escher. Die heeft op een bewonderenswaardige manier met het zien gespeeld en de wereld doorzichtig laten worden. Kapuwu is een speciale bewonderaar van hem. Eschers beelden herinneren hem aan kristallen. Kun je dat begrijpen?
Friedrich: Ja. Escher heeft in een deel van zijn werk de wereld gereduceerd tot de erin liggende wiskunde. Zou hij trollen kunnen zien?
De Natte: Nee, maar wel sylphen en dwergen. Een wonderlijk uiterste. Het komt nog maar heel zelden voor dat een mens alle elementengebieden in de vorm van wezens kan waarnemen. Horen als waarneming is al iets. Opmerken eveneens. Met opmerken begint het. Misschien zou het bij jou lukken met een dun floers voor de ogen. Je zou het gewoon moeten proberen. Wat vind je?
Friedrich: Bedoel je een floers na alcoholgebruik?
De Natte: Dat werkt ook. In een alcoholische roes zien zeer veel mensen geestwezens. Maar dan ontbreekt helaas het heldere bewustzijn. Probeer het liever met vitrage. Nu zal ik je niet langer van je wijntje afhouden, maar zal nog een beetje met mijn dame keuvelen. Die is in een goed humeur vanwege het weer. Bye-bye.

Hoewel het dagboek de eerste op schrift gestelde gesprekken bevat, verscheen in Nederland reeds in 2004 een verzameling onderwerpgerichte vraaggesprekken tussen Müller cs en de uitgever van het tijdschrift Flensburger Hefte, Wolfgang Weihrauch.