|
![]() |
| Zachariël> Artikel |
|
Niet fysieke wezens in de buurt: verlangen naar erkenning Door MC Dit artikel beschrijft mijn persoonlijke ervaringen en communicatie met niet-fysieke wezens die ik ontmoet in mijn leefomgeving: binnen de bebouwde kom, op de plekken waar ik heb gewoond en nu woon -Amsterdam. Het artikel beperkt zich tot enkele voorbeelden van wezens in de bebouwde omgeving, omdat over wezens in groene gebieden al vaak is geschreven. Ze leven namelijk niet alleen daar, maar ook op plekken die men over het algemeen als minder romantisch of meditatief beschouwd. Verder gebruik ik simpelweg het woord wezen, zonder nadere classificatie. Geen deva, elementwezen of astraalwezen. Want tot dusver heb ik –helaas- nog geen enkele entiteit ontmoet die zichzelf op die manier classificeert. Ik heb ook nog geen antwoord van hen op die vraag gehad. Waarnemingen doen zich vaker voor in bepaalde omstandigheden. In de bebouwde gebieden ontdek ik vaker wezens op plaatsen waar weinig mensen zijn. Ik denk zelf dat het komt doordat mijn omgeving dan minder aandacht opeist. Anderzijds hangt het ook samen met het tijdstip. ’S ochtends of ’s avonds ontdek ik meer. Daarnaast is het nodig dat ik zelf redelijk gehumeurd en fit ben. In een periode waarin ik uitgeput was, deed dit waarnemingsvermogen het niet. In bebouwde gebieden zijn wezens te vinden op rustige plaatsen en bij groene elementen, zoals langs de slootkant, bij een boom of struiken in het plantsoen. Ze hebben vaak een specifieke plek als vestigingsplaats en schouwen hun directe omgeving met waakzame zorg. Sommige wezens zijn erg gesteld op kinderen. Als ergens kinderen spelen komen ze toeschouwen. De vitaliteit en het speelplezier dat kinderen uitstralen maakt het aantrekkelijk om in hun buurt te zijn. Hun levensvreugde en ontvankelijkheid vinden wezens fijn om mee te maken. Van de aanwezigheid van deze wezens lijkt een regulerende werking uit te gaan. Ze houden een oogje in het zeil en bevorderen dat er zo min mogelijke conflicten of ongelukken plaatsvinden. Bijvoorbeeld bij een sloot of op straat in het verkeer. Zo heb ik eens vroeg in de ochtend een wakend wezen gezien, die verbonden was met een wegwijzer temidden van het kruispunt. Het silhouet van het wezen was goed te onderscheiden, want de lucht leek op die specifieke locatie wat dichter, alsof de lucht zachtjes trilde. Wij mensen bewegen zonder dat we het weten in of door hun sferen, “huizen“ of “lichamen”. De communicatie met ze vindt heel snel plaats omdat de uitwisseling uitsluitend in gedachten is. Wanneer ik me niet bewust openstel voor mijn omgeving -zoals bij een boswandeling-, blijk ik toch ontvankelijk te zijn. Het overkomt me, op een alledaagse manier. Soms wordt er bij mijn bewustzijn aan geklopt. Alsof iemand zich plotseling tot me wendt en begint te praten. Het volgende is hiervan een goed voorbeeld. Ik fietste een keer op een weg waar ik vaker kwam. De weg liep langs een stuk grond wat eerst een stuk weiland was tussen twee kleine landbouwbedrijven, binnen de bebouwde kom waarop op dat moment een aantal woningen werd gebouwd. Net als bij veel andere dorpen werd de woningvoorraad binnen de bebouwde kom uitgebreid. Toen ik langsfietste borrelde het volgende in me op. “Ze bouwen precies op de grond waar ik gevestigd ben. Precies daar en zonder toestemming of overleg.” De reactie op mijn gedachte of er dan misschien helemaal niet gebouwd moest worden, luidde. “Er kan wel gebouwd worden in mijn leefgebied, maar er wordt gebouwd zonder dat degene die bouwen in communicatie treden met ons. Nota bene op mijn huis, mijn vestigingsplek. Waarom is er geen toestemming gevraagd, bouwen ze niet zo dat mijn plek gespaard blijft?” Bij deze woorden bekroop me een gevoel van paniek en beklemming waarvan ik wist dat het bij het wezen hoorde. Een zeurderig leeg gevoel. Tegelijkertijd fietste ik door en dacht: “Wat moet ik hier mee? Wat kan ik met deze indringende informatie doen?” Het stemde me treurig. Regelmatig tref ik weinig levenslustige wezens aan. Sommigen zijn gefrustreerd en boos en doen hun beklag. Ze balen van het gebrek aan aandacht, dat er geen notie van hen genomen wordt; dat hun leefplek verwaarloosd wordt of vervuild door afval. Ze ervaren het gedrag van mensen als grof en asociaal. Toen ik in Amsterdam-Noord door het park liep, kwam ik een wezen tegen dat bij een boom verbleef. Hij vroeg me nijdig waarom er tegen hem werd aan geplast. Het was toch duidelijk zijn huis. Bij dergelijke ontmoetingen vertel ik dat de meeste mensen zich er niet van bewust zijn dat ze bestaan en ze ook niet direct ervaren. Ze denken dat hun omgeving leeg en levenloos is. Wezens daarentegen vinden het fijn om open en levendig contact te hebben met de mensen. Concreter gezegd: ze waarderen interesse en begroetingen in gedachten. Positieve aandacht voedt ze. Ze direct waarnemen is geen noodzakelijke voorwaarde voor contact. Een beetje bewustzijn, intuïtie en beleven dat je onderdeel uitmaakt van een groter universum in het alledaagse leven, geeft wezens in onze omgeving al de ruimte om te bestaan.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||