printversie:
(geen PDF? klik hier)
Sjamanisme
vertaald naar de psychiatrische praktijk
Een
impressie van ‘Het pad naar de sjamaan’, door Olga Kharitidi
Olga Kharitidi is van oorsprong psychiater. Ze was
werkzaam in een grote kliniek in het Siberische Novosibirsk. Door
een reis die ze begin jaren ’90 maakt naar het in de buurt gelegen
Altai-gebergte komt ze in contact met Umai, een vrouwelijke sjamaan,
onder wiens begeleiding ze de eerste stappen in een oeroude inwijdingsweg
doormaakt. Naar blijkt ligt het accent hierbij voor haar op het ontwikkelen
van genezende vermogens. Ze schreef hierover een goed leesbaar boek,
dat nogal wat verrassende elementen bevat, zoals verwijzingen naar
een stuk onbekend verleden uit de mensheidsgeschiedenis: het Siberië
van voor de ijstijd. Eén van de plekken waar de kennis hierover
wordt bewaard, is het mythische land Belovodia. Een opmerkelijk aspect
van Kharitidi’s verslag is de vertaling van haar ervaringen
naar de psychiatrische praktijk. Onderstaande geeft daar, juist door
het concrete en nuchtere karakter, een inspirerend voorbeeld van.
Het boek verscheen in Nederlandse vertaling in 1999 bij uitgeverij
Bruna. Het vervolg: 'Meester van de Dromen' , verscheen in 2001.
We vallen eerst midden in het gesprek dat Olga in een
'wakkere droom' voert met Umai:
‘(…) Nu wil ik een vraag beantwoorden
die je nog niet hebt gesteld, behalve in je geest. Ik doe dat omdat
het antwoord je kan helpen in je werk als genezer. Hier komt het.
Ziekten van de geest hebben slechts twee oorzaken, die volkomen tegenovergesteld
aan elkaar zijn. Eén manier waarop iemand gek kan worden is
als hij zijn ziel, of een deel van zijn ziel kwijt is. Dit gebeurt
meestal als de ziel wordt gestolen, maar soms besluit de persoon zef
onbewust haar weg te geven. misschien in ruil voor iets anders wat
hij wil hebben. De tweede manier waarop iemand gek kan worden is als
hij overweldigd en in bezit genomen wordt door een vreemde kracht.
Dit zijn de enige twee redenen; meer is er niet. Het klinkt simpel,
maar het kan veel tijd kosten om de bron van een ziekte goed te onderscheiden
en genezing te brengen. AIs je de oorzaak mis hebt. zal je genezingspoging
de ziekte juist voeden en erger maken. Je moet bereid zijn om nog
veel meer te leren voordat je een goede genezer kunt worden.
Dit is de reden waarom je de les van het Geestenmeer bijna aan het
begin hebt gekregen. Je kracht om te genezen is in die ruimte. Het
is het huis van de Genezer in ieder van ons. Tegelijkertijd is deze
ruimte ook je weg naar Belovodia. Hoe meer je je innerlijke levenswater
verkent, hoe dichter je bij Belovodia zult komen. Klopt het dat je
daarnaar op zoek bent?'
“]a” antwoord ik. Opnieuw voel
ik een speciaal soort opwinding in mijn lichaam, omdat ik verwacht
belangrijke kennis te ontvangen. Ik voel me een jager, klaar om die
kennis te vangen met al mijn zinnen.

Het Altai-gebergte ligt in Rusland en Mongolië
‘Je vraagt je af of Belovodia een echt land
is of niet. Hier zul je later meer over leren, maar nu doet het er
niet echt toe. Belangrijk is te onthouden dat niemand Belovodia ooit
zal vinden, noch in deze, noch in een andere wereld. tenzij door zijn
innerlijke zelf te verkennen. De enige weg naar Belovodia leidt door
je innerlijke ruimte door het vergroten vanje zelfkennis.
Hiermee bedoel ik niet het lege getheoretiseer waar zo veel mensen
zich graag mee voeden. Dit heeft niets te maken met de ruimte van
het Geestenmeer. Ik heb het over serieus, praktisch werk. Voor jou
is dit je genezende werk.
Luister goed naar wat ik je nu ga zeggen, want het is erg belangrijk.
Ieder mens heeft een bijzondere entiteit die in zijn Geestenmeer woont.
Deze entiteiten bestaan binnen deze innerlijke ruimte en wachten bij
de ingang van Belovodia. Ik noem deze entiteit de Tweelinggeest, maar
je zou ook de naam Helpergeest, Schaduwwachter, Gidsgeesten of Innerlijke
Beschermer kunnen gebruiken. Ze zijn in feite vele verschillende dingen.
Om te beginnen zijn ze nauw verbonden met het uiteindelijke doel dat
ieder mens bij zijn geboorte krijgt. Het zijn ook pure waarnemers,
die los staan van en niet gevoelig zijn voor de invloeden van de buitenwereld.
Ze kijken toe en slaan zwijgend alles wat we doen gade. Zij zijn de
houders van de oeressentie van ons geboortewezen. Ais ze op de juiste
manier en in de juiste omstandigheden worden aangeroepen, kunnen ze
belangrijke helpers voor ons zijn bij het verrichten van handelingen
die ons in de richting brengen van onsjuiste doel. Uiteindelijk kunnen
zij onze gids naar Belovodia zijn.
Er zijn zeven soorten van zulke Tweelinggeesten. Slechts zeven, niet
meer. De zeven verschillende Tweelinggeesten die bestaan voor de mens
zijn: Genezer, Magiër, Leraar, Boodschapper, Beschermer, Strijder
en Uitvoerder.
Een van de belangrijkste taken die wij hebben, is erachter zien te
komen welke Tweelinggeest de onze is, om er dan volledig mee samen
te gaan. Zo vormen wij een harmonieus geheel met het hoogste doel
van ons wezen. AIs onze levens uiteindelijk zijn verhelderd door het
zuivere licht van onze innerlijke waarnemer, dan zal alles wat wij
doen een stuk gemakkelijker worden. Slechts als je de aard van je
Tweelinggeest weet te achterhalen en als er sprake is van een uiterste
verbondenheid, zul je de poort tot Belovodia kunnen vinden en openen.
Jij, Olga, bent voorbestemd om Genezer te zijn. De operatie dieje
net hebt doorgemaakt was een eerste stap, want tenzij je ze!f geneest,
zul je anderen nooit goed kunnen helpen. Dit was een initiatie voor
je.'

Luchtfoto van het Altai-gebergte
‘Ik ben er erg dankbaar voor. Ik ben jou,
Umai, ook dankbaar, omdat je me deze nieuwe kennis hebt gegeven...'
Umai onderbreekt me snel. ‘Je hoeft me niet te bedanken
Olga. In zekere zin zijn we nu collega's, nietwaar? Ik ben zelf ook
zo'n slechte Genezer niet, zoals je misschien weet.'
Ze lacht en terwijl ze nog steeds in kleermakershouding zit, begint
ze weer heen en weer te wiegen. Dit keer is de beweging sterker, en
ik weet dat ze op het punt staat te verdwijnen.
Umai begint al te vervagen, maar haar laatste woorden zijn; ‘Ik
wil je voor ik vertrek nog iets geven. Dit geschenk is je te vertellen
dat je er nu klaar voor bent direct met de Genezer die je Tweelinggeest
is te communiceren. Als je hulp bij het genezen nodig hebt, vraag
je je Genezer om naar buiten te komen en het werk voor je te doen.
Wees als je dat doet, niet verrast over je handelingen, zelfs als
ze je vreemd of dwaas voorkomen. Probeer het morgen, dan zul je het
zelf zien.’
In de hoek waar Umai een ogenblik eerder nog had gezeten was aIleen
nog een wolk tabaksrook te zien. De wolk dreef nog steeds in mijn
geheugen toen ik mijn ogen opende in het duister van mijn kamer en
probeerde helemaal wakker te worden.

Altai
In mijn verbeelding leek mijn dagboek bijna gelukkig toen ik het van
de boekenplank haalde en alles begon op te schrijven wat ik me van
mijn droom kon herinneren. Ik werd met name geïntrigeerd door
Umais laatste suggestie over mijn Innerlijke Genezer: ‘Probeer
het morgen, dan zul je het zelf zien.’
Ik had de vrouwenafdeling al een paar dagen niet bezocht, dus de volgende
morgen besloot ik mijn werkdag daar te beginnen. Ik deelde er een
kantoor met George, de arts die aan het hoofd van de afdeling stond.
Hij zat al achter zijn bureau toen ik binnenkwam en uit zijn minzame
glimlach op te maken, vermoedde ik dat hij een vervelende verrassing
voor me had. 'Wat zie je er goed uit, Olga! Vol nieuwe werkenergie!'
riep hij uit, waardoor ik nog achterdochtiger werd. 'Dank je.
Genoeg zo. Wat heb je voor me?'
'Niets bijzonders. AIleen een geval dat ik graag
aan je wil overdragen. Ik denk dat je er blij mee zult zijn, want
je zou er het een en ander van kunnen leren. Het is een interessante
patiënt. Het is bijna een opoffering om haar aan jou te geven.
Maar ik ben van mening dat jonge artsen elke mogelijke kans moeten
krijgen om iets te leren over dit veeleisende beroep. Dus alsjeblieft,
geen bezwaren. Ze is van jou. Hier heb je een "epicrisis".'
Hij overhandigde me haar patiëntgegevens. Ik nam de map met tegenzin
aan, want ik verwachtte iets onaangenaams. Ik werd niet teleurgesteld.
Patient Lubov Smechova werd ongeveer een maand geleden
voor het eerst in ons ziekenhuis opgenomen. Haar huidige diagnose
is schizofrenie; depressief-paranoïde stoornis.
Dit betekende dat ze een bijzonder snelle en kwaadaardige
vorm van schizofrenie had.
Medische voorgeschiedenis: vanuit een achtergrond
van blijvende en toenemende depressie begon de patiënt paranoïde
symptomen te vertonen, waaronder betrekkings- en achtervolgingswanen.
Opgenomen voor vreemd en ongepast sociaal gedrag. Tijdens haar eerste
week op de afdeling ontwikkelde ze een kortdurende episode van acute
psychomotorische opwinding. Niet voor rede vatbaar en zonder enige
remmingen of controle, blafte als een hond en trok zich volledig terug,
zonder dat er enig bewustzijn kon worden aangesproken. Psychomotorische
opwinding verminderd door hoge intraveneuze doseringen neuroleptica.
Gevolgd door totale amnesie van de episode. Momenteel overheersend
negatieve symptomen. De patiënt vertoont stabiele emotioneel
vrijwillige vlakheid. Ze ligt op haar bed, onverschillig tegenover
haar omgeving,familie, werk of toekomst. Retardatie in cognitieve
sfeer. Prognose: negatief. Aanbeveling: onmiddellijke toepassing van
de tweede groep van mentaal onvermogen.
Bij de meeste patiënten met schizofrenie duurde
het acht tot tien jaar voor hun de 'tweede groep van mentaal onvermogen
, werd toegekend, wat betekent dat ze absoluut niet in staat zijn
te herstellen of voor zichzelf te zorgen. De ongelooflijk snelle progressie
van Lubov Smechova's ziekte getuigde van de kwaadaardigheid ervan.
Haar tot de tweede groep te rekenen, betekende eveneens dat er eindeloze
formulieren ingevuld moesten worden, eindeloos veel collega's en commissies
van deskundigen geraadpleegd moesten worden, dat er een uitvoerige
aanbeveling gedaan moest worden en dat er tenslotte een hoorzitting
voor een commissie zou volgen.
'Nee! Dit is niet eerlijk! Dit kun je me niet aandoen. Ik zit
al tot over mijn oren in het werk met vier criminelen op mijn mannenafdeling
waarvoor er aan het einde van de maand een volledige evaluatie, diagnose
en aanbeveling bij de rechter moet liggen. Ik kan niet nog een geval
van onvermogen aannemen. Wil je soms dat ik hier in het ziekenhuis
kom wonen?'
Ik wilde het uitschreeuwen, maar ik wist tegelijkertijd
dat George niet op zijn besluit zou terugkomen. Hij was een schat
van een oude man, die veel wist en altijd klaarstond, maar hij stond
er ook om bekend dat hij alles deed om zo weinig mogelijk met documenten,
rechters en ingewikkelde diagnoses te maken te hebben. Bovendien had
George, als hoofd van deze afdeling, alle recht om patiënten
aan mij toe te wijzen. Ik had dus eigenlijk geen keus. Deze vrouw,
Lubov Smechova, werd mijn patient.
George keek me zwijgend aan, vol medeleven, terwijl ik haar documenten
pakte en wegging, de deur harder dichtslaand dan gewoonlijk om uiting
te geven aan mijn irritatie. Ik kon bijna zijn vaderlijke gezicht,
nog steeds naar me glimlachend, achter de gesloten deur zien.
Zoals gewoonlijk merkte ik dat ik niet langer dan een paar minuten
kwaad op hem kon zijn. Tegen de tijd dat ik bij het kantoortje aankwam
dat we gebruikten voor patiëntevaluaties, was ik weer rustig.
De verpleegkundige die dienst had was Marina, en ik vroeg haar Luba
te gaan halen.

Oeroude rotstekening uit Tamgaly. Sjamanen werden
afgebeeld met de zon op de plaats van het hoofd.
Terwijl ik wachtte, las ik haar hele dossier. Haar verhaal was echt
vreselijk. Uit haar diagnose bleek dat haar hele psyche volledig was
opgebrand, honderden keren sneller dan bij de meeste andere schizofreniepatiënten.
Ik las zorgvuldig de psychologische en psychiatrische voorevaluaties
door die ze had gekregen, waarin informatie was opgenomen over haar
familie en waaruit bleek dat sommigen van haar naaste familieleden
aan dezelfde ziekte hadden geleden.
Alles in haar diagnose leek te kloppen. Er was zelfs geen hoop op
een korte remissie, dus moest ze in de 'tweede groep' worden geplaatst,
ter beschikking gesteld van de overheid, bijna aan het begin van haar
krankzinnigheid. Ondanks mijn enorme werklast was er geen aannemelijke
reden om haar ter- beschikkingstelling uit te stellen.
De verpleegkundige klopte zacht op mijn deur. 'Luba is hier, dokter.
Kan ze binnenkomen?' vroeg ze.
'Ja, laat haar maar binnenkomen,' antwoordde ik. Ik zag hoe
voorzichtig de verpleegkundige mijn nieuwe patient de kamer in bracht.
Haar bewegingen waren vol medeleven terwijl ze Luba hielp te gaan
zitten op de stoel tegenover mijn bureau. 'Nou, lieve schat,'
zei ze. 'Hier is je nieuwe dokter. Misschien helpt zij je
wel beter te worden.’
Marina's woorden waren duidelijk zo misplaatst dat ze me irriteerden.
Waar heeft ze het over? vroeg ik me af: Waarom geeft ze deze vrouw
valse hoop? Mijn eerste irritatie over het feit dat ik Luba als patiënt
kreeg, kwam terug, maar richtte zich nu op de verpleegkundige. Na
dertig jaar in de psychiatrie moest ze toch weten wat ze tegen patiënten
in de laatste, ongeneeslijke fase van schizofrenie moest zeggen. 'Beter
worden? Uitgesloten!'
Ik keek Marina kwaad aan en zei: 'Dank je wel, dat is alles. Ik
roep je wel om Luba terug te brengen als ik klaar ben.'
Marina ging snel weg en liet me achter met een veertigjarige vrouw
die als bevroren voor me zat, als een zittend standbeeld. Haar korte,
dikke zwarte haar was onverzorgd. Haar grote, licht amandelvormige
ogen waren zo leeg en uitdrukkingsloos dat ze in haar gezicht bijna
helemaal wegvielen. Het licht trillen van haar handen was de enige
beweging die haar lichaam zichzelf toestond. Ze liep, bewoog of deed
niets zonder een soort externe prikkel.
'Hallo, Luba. Ik ben je nieuwe dokter.' Ze gaf geen enkel
teken van belangstelling. 'Goed, Luba, of je nu met me praat of
niet, ik moet je vertellen wat je huidige toestand is, en hoe we gaan
proberen je te helpen.' Ze was zo afwezig dat het was alsof ik
tegen mezelf praatte.
'Best.' Uit de mechanische klank van haar stem ontbrak elk
spoor van persoonlijkheid of belangstelling.
Ik bladerde door haar dossier. Ze was onderwijzeres geweest, had een
echtgenoot en twee zonen in de puberteit. Niets ongewoons. Maar terwijl
ik haar gegevens bestudeerde, keerden mijn gedachten steeds weer terug
naar die misplaatste woorden van Marina: ' Misschien helpt zij
je wel beter te worden.’
Deze zin maalde maar door mijn hoofd tot hij plotseling in relatie
kwam te staan met Umais laatste woorden aan mij: 'Vraag je Genezer
om naar buiten te komen en het werk voor je te doen. Wees als je dat
doet, niet verrast over je handelingen, zelfs als ze je vreemd of
dwaas voorkomen. Probeer het morgen, dan zul je het zelf zien.’
De twee zinnen vielen op zo'n manier samen dat er een golf van verleiding
over me heen kwam die me in de richting duwde van iets wat voor het
rationele deel van mijn geest nergens op sloeg. lets, misschien wel
de volledige uitdrukkingsloosheid waar Luba's wezen van doordrongen
leek, vertelde me dat haar ziekte niet werd veroorzaakt doordat een
vreemde entiteit bezit van haar ziel had genomen, maar doordat ze
op de een of andere manier haar diepste ziel was kwijtgeraakt. Het
enige wat ik kon doen om haar te helpen was te proberen haar een soort
prikkel te geven waardoor ze de wil zou krijgen naar buiten te reiken.
Misschien kon ze op die manier terugvinden wat ze kwijt was. Ik vroeg
me af of ik haar hier misschien bij kon helpen.

Afbeelding gevonden in graftombe Altai-gebergte
Een risico is er niet, zei ik tegen mezelf. Ze is toch
al verloren. Doe maar wat Umai heeft gezegd. Probeer het. Gebruik
het als experiment. Niets wat ik doe kan haar toestand verslechteren.
Luba zat voor me met diezelfde lege gelaatsuitdrukking. Ik voelde
geen behoefte om haar te vertellen wat ik dacht, want ik wist dat
ik helemaal niet doordrong tot haar bewuste geest. Ik keek nog even
zwijgend naar haar papieren voordat ik een beslissing nam.
Hoewel ik me nogal dwaas voelde, sprak ik de woorden stil uit in mijn
hoofd: Ik vraag de Genezer in me om naar buiten te komen en deze
vrouw te genezen.
Even werd mijn waarneming door iets vreemds onderbroken. Het voelde
alsof mijn gezicht, mijn identiteit, naar beneden bewoog vanuit de
gewone positie in mijn hoofd en stopte ter hoogte van mijn hart. Een
paar seconden nam ik de wereld waar vanuit het midden van mijn lichaam,
alsof mijn hart ogen had gekregen en kon zien. Dit ging samen met
een krachtige golf van warmte en opwinding, die als een flits door
mijn borst ging en snel weer verdween. Toen dit voorbij was, leek
ik mijn gewoonlijke therapeutische functioneren weer terug te hebben.
Ik stond op, liep om mijn bureau heen, nam de tweede stoel en ging
heel dicht bij Luba zitten, vlak voor haar.
'Ik wil dat je heel goed naar me luistert. Het maakt niet uit
of je reageert op wat ik zeg, want ik weet dat er een deel in je is
dat luistert en mijn woorden als de waarheid accepteert. Ik weet dat
er een heel belangrijke reden in je leven is waarom je kiest voor
je ziekte, Luba. Ik heb er geen idee van waarom je je ziekte nodig
hebt gehad, waar je jezelf van moest redden, maar ik weet zeker dat
het op dat moment een bijzonder moedige beslissing is geweest. Ik
dank je ziekte samen met jou dat ze op het juiste moment is gekomen
en iets heel belangrijks voor je heeft gedaan. Oké? Goed Luba,
luister nog aandachtiger naar me.' Dit laatste klonk in mijn
oren echt belachelijk, want Luba toonde nog steeds geen enkele reactie
op mijn woorden of zelfs op mijn aanwezigheid. Niettemin ging ik verder.
'Ik wil iets benadrukken wat heel belangrijk voor je is. Ook al
heeft je ziekte je eens iets nuttigs gegeven, je bent er slechts tijdelijk
mee akkoord gegaan. Het probleem is dat je dat vergeten bent. Je verwacht
nog steeds dat je ziekte je iets goeds brengt. Maar dat klopt niet.
Dat klopt helemaal niet, want je behoefte eraan is voorbij. Het heeft
geen waarde meer en is alleen maar destructief,’
Terwijl ik sprak raakte ik erg geëmotioneerd, alsof ik uitdrukking
gaf aan de pijn, angst, liefde, haat en schaamte die haar man en zoons
ongetwijfeld ook voelden. Ik had bijna het gevoel mijn zelfbeheersing
kwijt te raken.
'Je hoeft niet zo'n hoge prijs te betalen. Je ziekte heeft je
misleid. Het is een monster dat jou, je gezin en je hele leven zal
vernietigen. Weet je wat er met je gaat gebeuren? Nee, dat weet je
niet. Ik zal je vertellen wat er met je gaat gebeuren. Ik ben er zeker
van. Ik heb je toekomst al gezien, en ik zal je vertellen hoe jij
die ook kunt zien!' Ik schreeuwde bijna terwijl ik haar hand stevig
vasthield. 'Kijk me aan. Dan zal ik je vertellen wat je zult worden.
'
Ik schudde haar hand hard heen en weer om haar aandacht
te krijgen, maar haar enige reactie was me een heel korte onverschillige
blik toe te werpen. Toen draaide ze haar hoofd weg naar het raam.
Ik bleef doorgaan.
'Je wordt precies zoals Larisa Chernenko. Meer zul je niet worden.
Als je bereid bent daarmee door te gaan, doe dat dan. Het enige wat
ik nu kan doen is je deze waarschuwing te geven.’ Iedereen
op de vrouwenafdeling kende Larisa Chernenko. Ze woonde er al twintig
jaar. Larisa was eens zangeres geweest, de vrouw van een generaal,
een mooie vrouw, maar wat ervan over was, was een gewelddadige, schreeuwende
verschrikking voor iedereen, patiënten zowel als verpleging.
Haar geest was volkomen verwoest. Ze zorgde niet voor zichzelf; lachte
hysterisch zonder reden, intimideerde zelfs de meest psychotische
patiënten om haar heen en bracht de meeste tijd vastgebonden
aan haar bed door, omdat ze in haar gewelddadige dementie gevaarlijk
was. De riemen waarmee haar handen en voeten werden vastgebonden,
werden alleen losgemaakt om de lakens of de steek te verschonen, of
om haar te eten te geven.
Luba toonde absoluut geen reactie op mijn woorden en zat nog steeds
als hetzelfde stenen beeld in haar stoel. Ik stond op, voelde me verslagen
en liep naar de gang, waar Marina wachtte.
'Neem haar alsjeblieft mee naar haar kamer,' zei ik. Vervolgens
keek ik vlak bij de deur toe hoe behoedzaam ze Luba hielp op te staan
en naar de gang te lopen. Marina sloot de deur bij het weggaan, zodat
ik aIleen in mijn kantoor achterbleef. Ik legde mijn gezicht vermoeid
in mijn handen terwijl ik probeerde de schaamte en ontevredenheid
die ik voelde over mijn optreden weg te duwen. Maar ze waren te sterk
om te negeren, en al gauw gaf ik mezelf op m'n kop voor mijn domme
en onprofessionele gedrag.
Ik vroeg me af wat ik had verwacht toen ik mijn Innerlijke Genezer
vroeg naar buiten te komen. In ieder geval niet wat er was gebeurd.
De enige 'genezing' die ik had geprobeerd was haar uit te leggen dat
haar ziekte een positieve functie had gehad, maar dat die nu voorbij
was. Een minder geschikte patiënt voor deze techniek te vinden
zou een onmogelijke taak zijn geweest. Luba's psyche was al volkomen
gedesintegreerd door haar ziekte, en ze had duidelijk niet de energie
of het vermogen nieuwe betekenissen of symbolen te aanvaarden.
Ik probeerde mezelf te troosten en te kalmeren met de gedachte dat
mijn Innerlijke Genezer niet op dit moment naar buiten had willen
komen of dat ik het misschien niet op de juiste manier had gevraagd.

Die avond schreef ik alles in mijn dagboek, en ik ontdekte
daarbij dat schrijven over mijn mislukkingen niet zo'n slechte gewoonte
was, omdat het me hielp ze te accepteren en het me tenminste een gevoel
van opluchting gaf.
De eerstvolgende vier dagen zag ik Luba niet, omdat er een weekend
tussen zat en er een paar noodsituaties waren op de mannenafdeling.
Op de vijfde dag ging ik eindelijk weer bij mijn vrouwelijke patienten
langs. Ik stond mezelf drie uur op de afdeling toe en besloot een
deel daarvan te gebruiken om de officiele papieren van Luba in te
vullen. Het had geen zin het verder uit te stellen en hoe sneller
ik het deed, hoe minder ik aan het eind van de maand op het laatste
moment nog hoefde afte ronden.
Marina had weer dienst die dag en ze was zichtbaar blij me te zien.
Het deed me goed te zien dat ze geen negatieve gevoelens koesterde
met betrekking tot mijn recente fiasco met Luba en zich niet verlegen
met de situatie voelde.
'Hallo, dokter,' zei ze. 'lk was bang dat we u kwijt
waren. Als u vandaag niet was gekomen, had ik u gebeld.’
'Vanwaar die haast? Is er soms iets nieuws?' 'Nou en of er iets
nieuws is.' Ze had een opgewonden glimlach op haar gezicht terwijl
ze met me door de gang liep, en ze stopte bij de kamer die Luba met
drie andere patienten deelde. 'Wat is er aan de hand?' vroeg
ik, want ik had het gevoel dat er iets ongewoon was aan Marina's gedrag.
'Luba wilde je zien, dokter.' Marina gebaarde naar de kamer,
dus draaide ik me om en stapte naar binnen.
Aanvankelijk zag Luba me niet. Ze zat op haar bed de krant te lezen.
Op haar mooie, levendige gezicht was belangstelling en concentratie
te zien. Haar haar was netjes gekamd. Haar lippen waren zelfs licht
gestift. Ze was gekleed in haar eigen van huis meegebrachte gebreide
jurk, een privilege dat aIleen werd toegekend aan patiënten die
binnen een paar dagen naar huis mochten. Ik kon mijn ogen niet geloven.
Ik stond verbijsterd in de deuropening en keek naar haar met een mengeling
van verbazing en bewondering.
Plotseling zag ze me. Ze liet onmiddellijk haar krant vallen, sprong
van het bed en rende met een brede glimlach naar me toe, alsof ze
een verloren vriendin terugzag.
'O, ik ben zo blij u te zien, dokter! Ik heb met spanning op u
gewacht. Dank u wel voor wat u hebt gedaan! Ik weet niet hoe ik u
kan bedanken!' Toen hield ze haar mond, onzeker of ze wel door
moest gaan voordat ze mijn reactie zag. Ik kon bijna geen woord uitbrengen.
'Dag, Luba. Ik vind het ook fijn jou te zien. Laten we naar mijn
kantoor gaan, Luba. Nu meteen, oké?' waren de enige woorden
die ik in mijn geschokte toestand kon uitbrengen.
We liepen naar dezelfde kamer waar ze, nog maar een paar dagen geleden,
zo passief en inert als een steen voor me had gezeten. Nu was ze een
volkomen ander mens, levendig, communicatief; en ze kon haar energie
en enthousiasme slechts met moeite inhouden. 'Je ziet er volkomen
anders uit, Luba. Ongelooflijk anders. Klopt het dat je je ook beter
voelt?' Ik sprak langzaam, ik moest me nog aanpassen aan een
nieuw beeld van haar. 'U bebt me genezen, dokter. Ik ben weer
terug, ik ben gezond. U hebt er geen idee van hoe gelukkig ik ben.’
Ik luisterde en dacht ondertussen na over wat ze zei. Ik probeerde
te begrijpen wat ik zag en hoorde. Luba maakte beslist een uitgesproken
en totaal onverwachte, bijna onmogelijke remissie door. Tegelijkertijd
wist ik dat het onmogelijk was, dat het onbeduidende beetje werk dat
ik met haar had gedaan een dergelijk resultaat teweeg kon hebben gebracht.
Dat was volkomen uitgesloten. Iets anders moet haar hebben geholpen,
en ik vermoedde dat een of andere biochemische endogene cyclus, voIgens
een eigen onbekende wet, haar remissie teweeg had gebracht.
'Nou, Luba, ik ben blij dat je denkt dat ik je heb geholpen. Maar
ik denk zelf niet dat mijn rol zo belangrijk is geweest. Ik denk dat
je lichaam zichzelf heeft genezen, en dat ik er weinig of niets mee
te maken heb gehad. Ik zou willen dat ik er verantwoordelijk voor
was, maar ik moet de waarheid onder ogen zien.'
'U zou er niets mee te maken hebben gehad?! Zegt u dat alstublieft
niet. U bent degene die me uit die nachtmerrie hebt gehaald!' Ze
was behoorlijk verontwaardigd.
‘Laat me u vertellen wat er is gebeurd nadat
u hier vorige week bent weggegaan. Marina haalde me op van uw kantoor
en ik ben weer op bed gaan liggen, net zoals ik alle dagen daarvoor
had gedaan. Mijn geestesgesteldheid was voor die tijd erg vreemd geweest,
maar op dat moment maakte het me niet meer uit. "lk" was
het niet langer. lk was iets vreemds geworden, zonder gedachte, gevoel
of zelfs beweging. lk was dood, een gedroogd stukje hel.
Toen Marina me in uw kantoor achterliet, kon ik horen dat u tegen
me praatte. lk begreep wat u zei, maar was volkomen onverschillig
voor uw woorden. Maar ik stond op dat moment natuurlijk overal onverschillig
tegenover, zelfs tegenover mijn eigen kinderen. Maar u hebt een zaadje
van belangstelling in me geplant toen u me vertelde dat ik net zo
zou worden als Larisa Chernenko. Mijn eerste belangstelling was te
zwak om me te laten opstaan en haar op te zoeken. Maar de gedachte
bleef in de praktisch totale leegte in mijn hoofd spelen, en maakte
een kleine verbinding met de werkelijkheid buiten mijn hoofd. lk begon
langzaam in mijn hoofd de vraag te vormen wie die persoon was, en
op een gegeven moment vroeg ik het aan Marina.
"We hebben op deze afdeling geen patiënt met die naam,"
antwoordde ze. Dat was het begin van mijn verandering. Haar antwoord
verraste me, en dit gevoel van verrassing was de eerste emotie die
terugkwam.
lk dacht er een tijdje over na. Toen begon ik bij het ontbijt, het
middag- en het avondeten naar andere patiënten te kijken, om
uit te vinden wie Larisa Chernenko kon zijn. Uiteindelijk besefte
ik dat Marina de waarheid had verteld. Er was geen patiënt met
die naam op de afdeling. Dit mysterie versterkte mijn gevoelens en
mijn belangstelling ervoor groeide als een sneeuwbal.
lk vond het zo belangrijk uit te vinden wat u had bedoeld, dat mijn
aandacht er volledig door in beslag werd genomen. lk kon aan niets
anders denken, niets doen, behalve heen en weer lopen door de afdelingsgang
tussen de vrouwen om me heen, op zoek naar Larisa Chernenko. Uiteindelijk
bereikte ik een toestand waarin mijn hele bestaan afhing van het herkennen
van deze vrouw. Maar ze zat niet op de afdeling.
Toen was het zondag, de dag dat we bezoek mochten krijgen van familie.
Mijn eigen familie was zo teleurgesteld en boos geworden door hun
eerdere pogingen om met me te praten, dat er niemand kwam. lk liep
tussen de andere patienten en hun familieleden, nog steeds verteerd
door mijn verlangen om Larisa Chernenko te vinden.
Plotseling hoorde ik een zaalhulp aankondigen dat er weer een bezoeker
was. " Larisa is gekomen voor haar moeder." Het horen van
haar naam bracht een soort elektrische schok in me teweeg. lk liep
opgewonden naar de deur en wachtte tot ze zou binnenkomen.
"De arme meid komt nog steeds bij haar moeder," hoorde ik
een zaalhulp zeggen.
"Je moeder is en blijft je moeder, hoe dan ook. Maar er kan niets
voor haar gedaan worden," antwoordde een andere stem. Toen zag
ik dat de zaalhulp een jong meisje naar de kamer bracht waar de meest
gewelddadige patienten werden gehouden.
"Tamara Chernenko, je dochter, Larisa, is er!" schreeuwde
de zaalhulp de kamer in waar de vrouw die iedereen "Tamara de
Verschrikkelijke" noemde zich bevond. Ze was tijdelijk uit haar
riemen bevrijd en toen ze haar dochter zag begon ze heftig tegen haar
te vloeken en smerige taal uit te slaan.
Larisa stond stilletjes in de deuropening te huilen, en durfde geen
stap in de richting van haar gewelddadige moeder te zetten. Tamara
bleef vloeken en tieren. Toen rende ze plotseling naar haar dochter
toe en stompte haar in haar gezicht. Larisa rende weg terwijl enkele
mannelijke zaalhulpen Tamara vastgrepen en weer op haar bed vastbonden.
Ze kreeg onmiddellijk een kalmerende injectie, maar ze bleef nog bijna
een halfuur vloeken, spugen en tieren voordat de spuit effect had.
lk heb niet gezien wanneer Larisa de afdeling verliet. Ik stond nog
steeds als bewusteloos bij de muur. Eindelijk begreep ik wie u had
bedoeld, en waarom u de naam van de dochter in plaats van die van
de moeder had gebruikt. Het was gewoon een trucje om me in verwarring
te brengen, me iets buiten mezelf te geven om me aan vast te houden.
Op het moment dat ik me dit realiseerde gebeurde er iets met me. Het
voelde alsof iemand me letterlijk bij mijn haar greep en de ziekte
uit me trok. Ik werd overweldigd door gedachten aan mijn man en zoons,
en hoe zij zich moesten hebben gevoeld over mijn ziekte. Het was alsof
er plotseling een dam openbrak, en de enorme hoeveelheid energie die
erbij vrijkwam, kwam in mijn lichaam en vulde het weer op. In enkele
ogenblikken voelde ik me volledig genezen, terwijl ik nog steeds zonder
te bewegen tegen de muur stond. En ik weet dat het zonder u nooit
zou zijn gebeurd, dokter. Daarom bedank ik u.'
Ik luisterde met verbazing toe. De vergissing om haar
'Larisa' Chernenko te noemen had ik volkomen onbewust gemaakt. Met
mijn bewuste geest had ik nooit zo'n vreemde genezingsmethode kunnen
bedenken. Maar op de een of andere manier was het gebeurd en het had
gewerkt. Luba was het bewijs. Zoals ze voor me zat, zag ze er gezond
en mooi uit. Het eerste wat me te doen stond was haar papieren van
onvermogen te vergeten en in plaats daarvan voorbereidingen te treffen
voor haar terugkeer naar huis.
Ik voelde zo'n opwinding, opluchting en blijdschap dat ik mijn tranen
nauwelijks kon bedwingen. Umais advies had echt gewerkt! Mijn Innerlijke
Genezer was echt naar buiten getreden om deze vrouw te helpen. Ik
kon Luba wel zoenen, met haar dansen en het ziekenhuis door rennen
om iedereen te vertellen wat er was gebeurd.
Tegelijkertijd kwam de ontnuchterende gedachte in me op dat ik de
waarheid aan de andere artsen moest vertellen. Maar ik kon me onmogelijk
voorstellen dat ik het mystieke idee van een Innerlijke Genezer zou
delen met mijn collega's in de psychiatrie. Dus in plaats van enthousiast
weg te rennen om het nieuws te verspreiden, praatte ik een tijdje
met Luba over haar terugkeer naar huis, over haar werk en haar toekomst,
en toen liet ik haar gaan om zich voor te bereiden op haar vertrek.
Ik nam Luba's dossier mee en ging naar het kantoor van
George. Terwijl ik door de gang liep, zag ik plotseling de witte deur
van de crisisruimte. Ik besefte dat ik, na al de dagen die waren gevolgd
op de dood van mijn vrouwelijke patient daar en alle mysterieuze gebeurtenissen
eromheen, eindelijk de kracht had er zonder angst of schuldgevoel
naar te kijken. Tot nu toe had ik het eenvoudigweg vermeden en het
bestaan ervan ontkend. Nu kon ik er weer naar kijken, met een gevoel
van overwinning.
George was net terug van de lunch en hing zijn lange wollen jas in
de kast toen ik binnenkwam. 'Ah, Olenika!' Hij gebruikte
mijn bijnaam. 'Ik ben blij je te zien. Ik hoor dat je geweldig
nieuws hebt over Luba!'
'Dat klopt. Ze gaat naar huis.’ ‘Ja, ja. Ik heb haar
gezien. Het is bijna een wonder. Nee, niet bijna een wonder, het is
echt een wonder. Ik heb geen verklaring voor haar remissie. Ik geloof
niet dat er iets mis was met de oorspronkelijke diagnose. Alles was
volkomen duidelijk. En nu dit. Nou, het enige wat ik kan zeggen is
dat het soms voor mensen zoals ik die allang in de psychiatrie zitten
geen kwaad kan om wat meer over ons vak te leren.’
Luba ging naar huis, naar haar gezin. Ze moest haar
werk als onderwijzeres opgeven. Het etiket in het 'gele huis' te hebben
gezeten, zoals ons ziekenhuis werd genoemd, liet haar geen keus. Ze
vond echter wel een baan als bibliothecaresse in de plaatselijke bibliotheek
en leek daar tevreden mee te zijn. Ik heb haar geval nog drie jaar
gevolgd, en al die tijd was ze in een staat van stabiele remissie.
(Passages uit: ‘het pad naar de sjamaan’,Bruna-
pocketuitgave, blz 188-203)

Olga Kharitidi
Momenteel woont en werkt ze in de VS