|
![]() |
| Zachariël> Artikel |
|
28-8-2006
printversie:
Oorlog
en Vrede Martijn
Bakker Een aantal jaren geleden kocht ik het boek "Golven;
planetaire invloeden op de beschaving; 600 v.Chr.-2.000 A.D",
van ene Robert Doolaard. Hierin beschrijft hij 2600 jaar geschiedenis
gekoppeld aan de loop van de planeten van ons zonnestelsel. Aanvankelijk
was ik er nogal sceptisch over, en liet ik het ongelezen in de kast
staan. Ik leende het uit aan een ervaren astroloog. Deze weigerde
om het te lezen, omdat er niks van kon kloppen. Een nogal merkwaardige
houding, vond ik. Er bleek medio jaren '80 een ware hetze gevoerd
te zijn tegen dit boek toen het uitkwam, door een vooraanstaand astroloog.
Het belangrijkste tegenargument was dat je de posities van de buitenste
planeten; Neptunus en Pluto, niet zomaar tot eeuwen terug uit kon
rekenen. De astroloog aan wie ik het boek te leen gaf, hanteerde ditzelfde
argument, en las het boek daarom dus niet. Ik wil hiermee maar aangeven
hoe een bekrompen houding en de mening van één vooraanstaand
persoon in een bepaald vakgebied je kunnen afhouden van buitengewoon
interessant onderzoek. De kritiek was in zoverre terecht, dat het
in die tijd niet vaststond welke posities de buitenplaneten (efemeriden
genoemd) in vroeger tijden innamen. Robert Doolaard geeft dit ook
zelf aan in het boek. Maar voor de recentere perioden kloppen de efemeriden
in ieder geval wel. Hier is er duidelijk sprake van synchroniciteit
tussen oorlog en vrede en de planetaire bewegingen. En wel op verbluffende
wijze.
Uiteindelijk las ik het boek dus zelf, en was meteen diep onder de indruk. De basis van de golven-theorie is buitengewoon simpel, maar de implicaties zijn duizelingwekkend. Als je alleen naar de 20ste eeuw kijkt zijn de verbanden zo treffend, dat je de theorie op zijn minst een kans moet geven.
Golven De basis van de golven-theorie zijn de bewegingen van de vijf buitenste planeten t.o.v. elkaar. Dus Pluto, Neptunus, Uranus, Saturnus en Jupiter(1). Dit zijn allemaal cyclische bewegingen. De langzaamste cyclus is die tussen Pluto en Neptunus en duurt 492 jaar. De kortste is die tussen Saturnus en Jupiter, en duurt 20 jaar. Als we als beginpunt de samenstand nemen van bijvoorbeeld Jupiter en Saturnus, dan duurt het 20 jaar voordat ze weer samen staan. Voor alle standen geldt het geocentrische gezichtspunt, dus hoe wij de planeten waarnemen vanaf de Aarde gezien. Jupiter gaat sneller dan Saturnus en beweegt zich gedurende 10 jaar steeds verder van Saturnus af. Dit wordt een uitgaande beweging genoemd. Na 10 jaar staat Jupiter precies tegenover Saturnus; in oppositie. Daarna beweegt Jupiter zich gedurende 10 jaar weer naar Saturnus toe tot de volgende samenstand. Dit wordt de ingaande beweging genoemd. Deze 2 bewegingen hebben tegengestelde kwaliteiten, en gelden voor alle cycli tussen planeten. Uitgaande beweging: Tendens van ontspanning, groei en bloei, vooruitgang Ingaande beweging: Tendens van spanning, stagnatie, achteruitgang, conflict De grondslag om op deze manier naar de planeten te kijken werd gelegd in de Tweede Wereldoorlog, door twee franse astrologen; Henri Gouchon dacht als eerste aan het mogelijke verband van de cyclische bewegingen van de buitenplaneten met het verloop van de geschiedenis. André Barbault heeft zijn onderzoek herontdekt en in de publiciteit gebracht, met wat eigen aanvullingen. Zij vroegen zich af waarom astrologen deze wereldcrisis niet hadden zien aankomen (was ook lastig want Pluto was nog maar pas ontdekt in 1930). Robert Doolaard heeft deze ideeën verder uitgewerkt tot een werkbare theorie door eigen ontdekkingen en onderzoek. De ontwikkeling van de golven, zoals hieronder wordt uitgelegd, is zijn bijdrage.
De sleutel om deze cycli aan de geschiedenis te koppelen, is het combineren van de bewegingen van de vijf buitenplaneten t.o.v. elkaar. Er ontstaat dan een heel spectrum van ingaande en uitgaande bewegingen. Variërend van alle bewegingen uitgaand tot alle bewegingen ingaand. Beide uitersten komen weinig voor. Maar de algehele tendens voor een periode is veelal één van beide richtingen. Doolaard gebruikt daarvoor vier cyclische indicatoren. Klik hier
voor de grafiek : - De Uranus-golf: De grote lijn wordt bepaald door de positie van Uranus t.o.v. Pluto en Neptunus. Deze bestrijkt een periode van ongeveer 140 jaar, de meest linkse lijn in de grafiek; nieuwste geschiedenis, de Uranus-golf genoemd.
- De Saturnus-golf: Voor de middellange termijn, zo'n
20 jaar, kijken we naar de positie van Saturnus t.o.v. Pluto, Neptunus
en Uranus. Dit is de Saturnus-golf, de middelste groene lijn in de
grafiek. Deze drie worden in de grafiek naast elkaar gegeven. De vierde golf staat niet in de grafiek, omdat de golfslag hiervan heel lang duurt.
- De Neptunus-golf: Heeft een cyclus van 492 jaar, de positie van Neptunus t.o.v. Pluto, deze is nu langdurig uitgaand (van 1895 tot 2140). Bijzonder is dat de ontspanningsaspecten tientallen jaren aanhouden. Wat direct opvalt is, dat hoe korter de golfbeweging hoe grilliger het verloop, en hoe directer het verband met de gebeurtenissen op Aarde.(2) Met de drie golven overzichtelijk naast elkaar is het makkelijk om ze te combineren. In de grafiek zijn die perioden gearceerd waarbij de golven dezelfde tendens vertonen. Rode onderbroken streepjes: alle golven dalen (de planeetbewegingen zijn voornamelijk ingaand), de tendens is spanning en stagnatie. Blauwe ononderbroken strepen: alle golven stijgen (de planeetbewegingen zijn voornamelijk uitgaand) de tendens is ontspanning en groei. In de 20ste eeuw springen er zo drie perioden uit. De periode 1911-1916, waarin de Eerste Wereldoorlog uitbrak. De periode 1936-1944, de Tweede Wereldoorlog. En de periode 1996-2003, een periode van ongekende economische groei en optimisme. Natuurlijk zult u zeggen tot 2003?..... 2001 zult u bedoelen. Inderdaad, deze golven zeggen dan ook niet alles. Het zijn tendensen. Een verdere verfijning vindt plaats door te kijken naar de onderlinge aspecten van de buitenplaneten(3). Deze periode werd ingeleid door de conjunctie van Neptunus en Uranus rond 1993 (de blauwe stip), die een sterk vernieuwende impuls gaf. Net als de conjunctie van Pluto en Uranus dat deed rond 1965, alleen was die wat heftiger. Rond september 2001 maakte Saturnus een spanningsaspect met Pluto, een oppositie, die deze periode bekorte. Maar de invasie van Irak vond precies plaats op het omslagpunt van Jupiter-golf in 2003. Voor oorlogen in het algemeen geldt, dat je ze makkelijk kunt beginnen maar dat het eindigen van een oorlog een stuk lastiger is. De Eerste Wereldoorlog hield dan ook niet keurig op in 1916, maar pas in november 1918. In deze periode was er van maart 1915 tot november 1918 nog eens een sterk spanningsaspect actief tussen Pluto en Uranus (een anderhalf vierkant die zeldzaam lang aanhield), die de duur van de oorlog verder oprekte. Bovendien bleef de Jupiter-golf dalend tot in 1918. Robert Doolaard heeft alle grotere oorlogen (meer dan
1.000 doden); 491 stuks, onderzocht in de periode 1500-1990, en gekeken
naar het verband met de golven. In totaal vielen er in al deze oorlogen
135 miljoen doden. (Bron: "Wars and War-related Deaths, 1500-1990",
door W. Eckhardt) - Kleine oorlogen breken op elk (on)gewenst tijdstip uit, ongeacht de golfbewegingen. - Hoe heftiger de oorlog qua aantal doden, hoe groter het verband met de golven. - Van het totale aantal doden in alle oorlogen, valt 89 % in oorlogen die beginnen tijdens de dalende Jupiter-golf. - Er zijn 22 mega-oorlogen geweest met elk meer dan 1 miljoen doden, hierin zijn 82 % van alle doden uit al die 491 oorlogen gevallen. 20 van de 22 megaoorlogen braken uit tijdens de dalende Jupiter-golf. - 97 % van alle doden uit de 22 mega-oorlogen vielen
in die oorlogen die begonnen tijdens de dalende Jupiter-golf. De Pluto - Neptunus cyclus
De cyclus van Pluto en Neptunus duurt 492 jaar. De laatste
samenstand was rond 1892. Met deze cyclus is iets merkwaardigs aan
de hand. Doordat de baan van Pluto sterk elliptisch is verloopt de
cyclus zeer onregelmatig. Er zijn hele stukken bij dat beide planeten
ongeveer even hard gaan,dit veroorzaakt een status quo in hun onderlinge
verhoudingen. Op andere stukken bewegen ze zich met duidelijk verschillende
snelheden. Het toeval wil, of moeten we het de voorzienigheid noemen,
dat de periodes waarin ze gelijk opgaan, precies die periodes zijn
waarbij ze ontspanningsaspecten met elkaar maken (sextiel en driehoek
(3)). En in de periodes dat Neptunus duidelijk sneller loopt dan Pluto
vinden de spanningsaspecten plaats. Hierdoor duren de perioden van
ontspanning relatief lang; bijna een eeuw, en zijn de perioden van
spanning relatief kort; meerdere jaren. Dit is geen vast gegeven,
maar geldt specifiek voor dit tijdperk. Over zo'n 3.000 jaar zullen
juist de spanningsaspecten lang aanhouden, en zo'n 7.000 jaar geleden
was dit ook het geval. Het fenomeen van de lang aanhoudende ontspanningsaspecten
begint ergens in het 2e of 3e millenium v.Chr. Doolaard noemt dit
de Neptunus-golf, naast de grafiek weergegeven als Neptunus-Pluto
aspecten. De vertikale blauwe lijn geeft aan over welke periode het
sextiel-aspect aktief is, waar het sextiel staat (het sterretje) is
het aspect exact. Het doet mij denken aan de Maya-kalender. een omslag rond 2012 en daarna een nieuw tijdperk van positiviteit en vooruitgang. Een periode van spirituele verlichting? De wereld zal dus niet vergaan, maar juist opbloeien! Vragen en opmerkingen? Mail naar:
M. Bakker Zie ook het artikel van Emile Pales: Aartsengelen en cultuurperioden Noten: (2)De overige hemellichamen blijven hier buiten beschouwing.
Voor de binnenplaneten; Mercurius, Venus, Mars, en de Zon en de maan,
geldt dat ze veel te snel bewegen om ze in de golf-bewegingen praktisch
in te passen (omlooptijd 2 jaar of minder). Maar ze spelen natuurlijk
wel een rol in het geheel. Het zou vooral interessant zijn om naar
de cyclus van Mars te kijken, van oudsher de planeet van oorlog. Zijn
omloop is krap twee jaar, zodat hij gemiddeld om het jaar van karakter
(stijgend of dalend) verandert. Als de Mars-golf toevallig sterk begint
te dalen, als de andere golven ook net dalen, kan dit een extra impuls
geven richting spanning/oorlog, stel ik me zo voor.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||