Zachariël> Artikel    
 

   
   
   
 
   
   
 


Over Zachariël


Artikelen


Contact


   
 


Links


 

 


   
   
 
Op alle artikelen op deze website rust auteursrecht.
Overname zonder toestemming is verboden
   
 
Copyright publications.
Publication without permission not allowed.
   
   
 
Logo by
Floor Bos en Edwin Schild.

 

  01-03-2006

printversie:
(geen PDF? klik hier)

Zie voor deel 1: dossier elementwezens

Penny Kelly: the Elves of Lily Hill Farm

Deel 2 - De storm

In de samenwerking van Penny Kelly met de elementwezens op haar boerderij, spelen gesprekken over het weer een grote rol. Tot haar eigen verbazing ontdekte ze dat je je echter ook rechtstreeks tot de weerelementen kan richten.

Het was de eerste ochtend van juli. Jim en ik werden vrij vroeg wakker en lagen wat in bed te praten over de stand van zaken op de boerderij. Aangezien het nogal warm was geweest, en het al drie weken droog was gebleven, kwamen we op het onderwerp regen.
Ik had deze week enkele keren een klein regengebed gedaan, maar er was nog geen wolkje opgedoken, laat staan dat er ook maar enige aanwijzing was dat er regen op komst zou zijn. Ondertussen stoof het zand op tussen onze benen als we door de tuin of de wijngaard liepen. Ik kon maar amper de waterbehoefte bijbenen van de net opgekomen groenten in de tuin, de meerjarige planten in de bloementuin, het net aangelegde gazon, de fruitbomen en de jonge bomen die we het najaar hadden geplant. Een aantal keren was regen voorspeld voor de regio, maar bij ons was niets gevallen.

Na een lange discussie hierover, draaiden we ons naar elkaar toe en begonnen de liefde te bedrijven. Ik kwam op het idee dat we wat extra’s aan onze regengebeden konden toevoegen: als we al die liefde-energie nu eens in zouden zetten voor het creëren van regen. Ik stelde Jim voor om onze vrijpartij als een soort ouderwetse regendans in te zetten, om zo een beetje regen deze kant op te brengen. Hij gniffelde en we gingen door. Maar toen het vrijen de climax naderde, stelde ik mezelf voor als een grote open vijver en Jim als de wind die me de lucht in zwiepte, om me vervolgens als een miljoen regendruppels over de boerderij uit te storten.

Die middag pakten de wolken zich samen en ontlaadde zich een gigantische regenbui. Tezamen met donder en bliksem werd het soort zomers theaterspektakel; ik grinnikte bij de gedachte dat we het toch behoorlijk goed gedaan hadden vanochtend!
Een paar dagen later begon ik me af te vragen of we misschien niet een beetje te goed werk geleverd hadden. Slagregens en onweersbuien kwamen en gingen op de meest vreemde tijdstippen, dag en nacht; allemaal sinds onze ‘regendans’. De stormachtige winden die ermee gepaard gingen, waren op sommige momenten ronduit gewelddadig. Het was tegelijkertijd enorm heet, met temperaturen boven de dertig graden, en we werden bijkans gebraden in ons hete, stoffige huis. Elke avond opende ik de ramen om het huis de kans te geven af te koelen, maar moest ze dan midden in de nacht weer sluiten wanneer de wind weer begon op te steken en nieuwe stortbuien zich aankondigden.

Voor de derde ochtend op rij werd ik weer wakker om 5 uur terwijl het geluid van donder dichter en dichterbij kwam. Ik kroop halfwakker uit bed om de ramen weer dicht te doen, ditmaal niet van plan om ze geheel te sluiten om zo niet de dringend noodzakelijk koele ochtendlucht mis te lopen. Ik liet ze ieder dus een klein stukje open, wetend dat ik ze toch zou moeten sluiten als het onweer al te erg werd.
Net toen ik teruggekropen was, stak de wind op en begon de regen al te kletteren. Ik lag daar, slechts halfwakker, verlangend om in slaap te duiken, tegelijkertijd me zorgen makend dat ik toch weer naar de ramen toe moest. Maar de wind bouwde zich op tot een storm en het water kwam met bakken uit de hemel.
Terwijl ik halfgroggy de afweging maakte tussen de volgende ochtend dweilen of nu de ramen sluiten, kwam een beeld van de heftige wind en stromende regen over de kwetsbare bloemen en jonge groenten in me op. Zonder me te bedenken richtte ik me tot de wind, “Wind…, wind…, meneer of mevrouw de wind…rustig, rustig aan, alstublieft. Wees voorzichtig met mijn druiven en bloemen…” Onmiddellijk ging de wind over in een kalm briesje. De regen ging nog steeds ongenadig hard tekeer, dus richtte ik mijn aandacht nu naar de waterelementwezens, “Water…, mevrouw water…rustig, niet zo hard, spoel alleen de druiven en bloemen met beleid…wees voorzichtig…als een gestage, gelijkmatige douche…” Onmiddellijk veranderden de slagregens in een rustig doorspetterend regengordijn.
“Oh jee!”, dacht ik, nog steeds liggend in bed. “Dat was makkelijk!”

Als ik niet zo wazig was geweest van de slaap, denk ik dat ik stomverbaasd zou zijn. In plaats daarvan was ik alleen maar dankbaar dat ik niet weer mijn bed uitmoest. Ik moest denken aan het verhaal uit de bijbel hoe Jezus de storm op het meer tot rust had gebracht. In dat verhaal moest hij ook wakker gemaakt worden. Misschien moest je niet volledig wakker zijn en werd door die tussenstaat van met een voet in iedere wereld wel van alles en nog wat mogelijk. (…)

Bij het ontbijt vertelde ik Jim over mijn ervaring met de wind en de regen in de vroege ochtenduren en hij was enigszins onder de indruk. Zelfs ik beschouwde het direct reageren van het weer als een behoorlijk ongewone zaak. Vanuit zijn gebruikelijke, praktische benadering maakte hij nog de nuchtere opmerking dat we ons wellicht nooit meer zorgen hoefde te maken met het weer, als we zouden kunnen leren om er op een gepaste wijze mee te communiceren.



Storm op het meer van Galilea (Rembrandt, 1633)

( Bijschrift redactie: ‘Toen stak een zware storm op, de golven sloegen over de boot heen, zodat die al vol liep. Hijzelf lag achter in de boot met een kussen onder het hoofd te slapen. En zij maakten hem wakker en zeiden tot hem: Meester, deert het u niet dat wij vergaan? Toen stond hij op, gebood de wind en sprak tot de zee: Zwijg en wees stil! En de wind ging liggen en er ontstond een grote stilte’. Markus 4:35)

De rest van de dag was het prachtig zonnig weer en we besloten om ‘s avonds buiten te eten. We bleven lang natafelen. Ik ruimde af en liep heen en weer tussen keuken en picknicktafel. Toen ik voor het laatste rondje naar buiten kwam, zag ik Jim stokstijf staan, zijn ogen gericht op de lucht. Een smalle, sikkelvormige, gitzwarte wolk stak scherp af tegen de heldere hemel. “Kijk naar die vreemde wolk!” zei hij. “Ik denk niet dat ik ooit zo’n wolk heb gezien.”
Ik ook niet en keek alleen maar; een lange, donkere, ranke veer die vanuit het zuidwesten de lucht doorsneed met links en rechts heldere blauwe lucht. We konden donder horen rommelen en bliksemflitsen zien vanuit de weinige uitwaaiers, terwijl de zon, onderweg naar de avondhorizon, nog fonkelend in het westen scheen.

Toen de zwarte sikkelvormige wolk regelrecht boven ons huis hing, voelde ik paniek in me opkomen. Van het ene op het andere moment nam de donder en bliksem nog eens in intensiteit toe. Binnen enkele minuten begon het te regenen. Ik rende het huis in om ramen en deuren te sluiten en was boven toen Jim naar binnen kwam stormen: “ Penny, het hagelt! Roep de hagelgoden, roep de elven...snel, doe iets!” Na mijn succesverhaal van die ochtend dacht hij kennelijk dat ik wel even ieder soort weer zou kunnen regelen, inclusief hagelbuien!

Mijn maag kromp ineen bij de gedachte wat alleen al 15 seconden hagel voor schade kon aanrichten bij onze druiven, en ik riep ogenblikkelijk de waterwezens. Ik smeekte ze met hagelen te stoppen, maar er was geen reactie zoals die ochtend. Ik richtte me tot de deva van de druiven, haar zeggend dat ze “ de bladeren over de jonge druiven moest spreiden, snel, houd ze vast, bescherm de jonge druiven.”
Toen was het weer terug naar de waterwezens. “ Alsjeblieft, geen ijs, alleen water...smelt het ijs, alleen water, alsjeblieft stop met hagel...” Staand bij het raam in de hal op de bovenste verdieping, zag ik hoe het nog een minuut hagelde, waarna het tenslotte tot regen smolt.
Enigszins opgelucht ging ik naar beneden en naar buiten onder het afdak. De regen bleef stromen uit de donkere wolk die direct boven ons langstrok. De lucht eromheen was nog steeds helder en de zon bleef stralen en maakte zich op voor een spectaculaire zonsondergang. Ik stond daar de zonsondergang door de stromende regen heen te bekijken en voelde me bedrogen en boos dat de hagel op onze wijngaard was gevallen. Sterker nog, het had er alle schijn van dat de regen en hagel expres over onze boerderij waren getrokken en nergens anders.

Een paar uur later was het tijd om naar bed te gaan, maar ik was zo van slag dat ik me niet kon ontspannen. Ik besloot dat ik met de waterwezens moest spreken om ze te vragen waarom ze de hagel op onze boerderij hadden laten vallen. Dus positioneerde ik me in een meditatieve houding op het bed en richtte me tot hen. Al snel verscheen er een vorm voor me, en, nog steeds pissig, barstte ik los: “ Het is niet goed om ijs op kwetsbare jonge groenten en fruit te hagelen! Alleen water zou toegestaan moeten zijn tijdens het groeiseizoen! Je kunt ijsballen of hagel op grote bossen laten vallen, open velden, op wegen, parkeerplaatsen, gras of je eigen waterlichamen; je meren, oceanen en rivieren, maar niet op onze jonge planten, alsjeblieft! In deze groeifase alleen vriendelijke regens svp!”


Regen boven Buttermere Lake (William Turner, 1798)

Zonder op een antwoord te wachten riep ik de wind, en toen er een vorm verscheen ging ik weer opgewonden tekeer: “Het is niet goed om ijsballen boven kwetsbare planten te laten vallen en ze krachtig over de aarde te blazen! Je veroorzaakt veel leed en een hoop schade! Breng de hagel naar grote bossen, hoewel er ook aan bomen misschien een grens zit wat ze kunnen hebben….of breng het naar open velden, bergen, oceanen, wegen en parkeerplaatsen. Wees altijd voorzichtig met de grootte van de ijsballen! En laat vooral niets op jonge vegetatie vallen!”
Het was even stil terwijl ik tot mezelf kwam.

“Maar wij scheppen vreugde in vele vormen en soorten van expressie!”
Het was het waterelementwezen dat sprak.

Ik was verrast. Ik had niet echt een antwoord verwacht, omdat ik zo opgewonden was en de regels voor wederzijdse communicatie maar even overboord had gegooid. Tot aan deze ochtend had ik nog nooit geprobeerd te communiceren met de weerelementen en was eigenlijk nog steeds verbaasd dat er een reactie was gekomen. Een deel van mij dacht nog steeds dat het inbeelding of toeval geweest was.
Met een enorme innerlijke inspanning probeerde ik mijn negativiteit te verminderen en trachtte een manier te vinden om te laten blijken dat ik hun antwoord op mijn oproep wel degelijk waardeerde. Na een lange minuut antwoordde ik: “Ja, het is prachtig om te kunnen scheppen en plezier te beleven aan de vele vormen en effecten en dat soort dingen. Het is alleen zo dat sommige vormen meer geschikt zijn voor bepaalde momenten en op bepaalde plekken. Hagel en wind zijn prima in de herfst wanneer de oogst van het land is. Of in de winter, of in het vroege voorjaar voordat de knoppen openspringen. Regen en mist zijn het beste in de lente, de zomer en de herfst. Sneeuw is prachtig in de winter, maar grote hagelstenen is erg schadelijk voor ons hier. Als jullie dan toch willen hagelen op jonge planten dan zou ik jullie willen vragen om de hagelstenen in elk geval niet groter dan een halve inch te laten zijn. Natuurlijk kunnen ze groter zijn als je ze laat vallen op een paar woeste gebieden of op steen of in de oceaan. Dat zou prima zijn hoor…”
“We waarderen je wensen. We zouden echt graag samen willen werken met de mensen, maar niemand komt op het idee om ons feedback te geven of überhaupt met ons te communiceren. We hadden geen idee dat we moeilijkheden veroorzaakten,” zeiden ze beiden op hoffelijke wijze.
“Maar ik wil zeker met jullie samenwerken….jullie en de anderen van jullie soort. Ik waardeer het enorm hoe jullie hebben gereageerd.” Ik wilde graag verder leren samen te werken met deze levensvormen en ik had nooit gedacht dat ze wel eens niet konden weten dat hagel slecht was voor bloeiende planten en jong fruit. Mijn volgende gedachte was dat hagel wel eens een heel belangrijk doel kon hebben; iets waar ik al helemaal nooit aan had gedacht. Ik voelde me ontmoedigd raken toen ik me voorstelde hoeveel niveaus van subtiliteit en bewustzijn er wel niet waren.
Mijn gedachten werden onderbroken door de stemmen van de wind en het water. “Spreek met ons, laat ons weten wat je wilt, we werken met alle plezier mee,” echoden ze eensgezind. En toen verdwenen ze.
(blz 63-68)

Vertaling ECB.
Voor boekinformatie: zie deel 1