|
![]() |
| Zachariël> Artikel |
|
15/2/2006
printversie:
Zie ook: dossier elementwezens Penny Kelly: the Elves of Lily Hill Farm Samenwerken met elementwezens op de boerderij Door EC Bakker In het landbouwseminar dat ten grondslag ligt aan de biologisch dynamische landbouw, Koberwitz 1924, wees Rudolf Steiner zijn toehoorders erop dat het er in de toekomst meer en meer om zou gaan de boerderij als een soort in zichzelf besloten organisme op te vatten. Eén van de meest spannende dingen die hij daarmee in verband bracht, was dat zelfs het weer meer en meer een lokaal karakter zou krijgen. Het hele seminar was voor de toehoorders van destijds al lastig, maar dit laatste was al helemaal moeilijk voor te stellen. De literatuur die de laatste jaren naar buiten komt omtrent ontmoetingen tussen mens en elementwezens biedt de gelegenheid om hier vanuit een nieuw gezichtspunt naar te kijken. Het meest concrete boek dat direct verhaalt over de samenwerking tussen boer en elementwezens betreft ‘the Elves of Lily Hill Farm’ door Penny Kelly. Ook de worsteling met het weer komt daarin aan de orde. Dat aspect komt aan de orde in deel 2. Eerst maar eens een impressie van hoe de samenwerking tussen boer(in) en natuurwezens kan verlopen.
Penny Kelly was aanvankelijk ingenieur en werkte in de fabrieken van
Chrysler. Toen ze begin 30 was, begon na een soort explosie in haar
ruggegraat haar worsteling met haar helderziende gaven. Langs de ruggegraat
stroomt een kracht, vanaf de geslachtsorganen naar de bovenkant van
het hoofd, die in de Indiase cultuur kundalini wordt genoemd; de stroom
van levensenergie. Voor Penny, op dat moment ook nog eens moeder van
drie jonge dochters, betekende dit een onvoorspelbare jarenlange opeenvolging
van soms ronduit angstwekkende gebeurtenissen, zoals nachtenlang ongewenst
uittreden, opeens de gedachten van hele groepen mensen opvangen, het
ontmoeten van de meest uiteenlopende geestelijke wezens, het gelijktijdig
in de geest doormaken van totaal andere levens, etcetera. Bij kundalini
is het risico van geestelijk en lichamelijk opbranden, zo niet gek worden,
levensgroot aanwezig. Als dat dan niet gebeurd, dan is er altijd nog
het probleem om een beetje normaal te functioneren in de samenleving.
Penny en Jim kochten in 1987 een oude boerderij in Michigan, VS. Het
land bestond voor een groot deel uit druivenranken. Beiden waren geen
boer en moesten met vallen en opstaan leren om de druiventeelt onder
de knie te krijgen. Penny was op dat moment begin 40. In haar boek ‘the Elves of Lily Hill Farm’, vertelt Penny over haar ontmoeting met elementwezens op de boerderij. Ondanks haar wilde voorgeschiedenis is ook dit weer compleet nieuw voor haar. Wat volgt, is een uniek verslag van de samenwerking tussen mens en natuurwezens op een boerderij. Onderstaand stuk betreft de tweede ontmoeting en geeft het moment weer waarop tot samenwerking wordt besloten. De samenwerkingsovereenkomst (blz 7-11) Toen we de boerderij kochten en van Ernie, één van de
buren, begonnen te leren hoe we met de druiven moesten omgaan, was ik
geschokt door de hoeveelheid sterke pesticiden die we op de wijnranken
moesten spuiten om onkruid of schimmels de baas te blijven of ongedierte
in het nauw te drijven. De bestrijdingsmiddelen waren zo krachtig dat
we het huis in moesten en ramen en deuren moesten sluiten terwijl er
gespoten werd. Wanneer dat klaar was, was het advies om in de twee dagen
erna maar beter niet door de wijngaarden lopen. Ik had me nog nooit
afgevraagd of het ook anders zou kunnen, omdat ik nooit echt serieus
over de wijngaarden had nagedacht; maar nu kwam het hele idee van het
rondspuiten van vergif me totaal idioot voor. Ik richtte mij tot de
elven, zowaar op nuchtere wijze: “Wat moeten we doen om deze
druiven te verbouwen zonder maar overal bestrijdingsmiddelen in het
rond te spuiten? Kunnen jullie helpen om ze resistent te maken? Is een
opbrengst van 8 á 10 ton per akker per jaar mogelijk?”
“Weet je zeker dat 8 à 10 ton per akker alles is wat
je wilt?” antwoordde een stem op een toon die het moeilijk
maakte om te weten of het nu een grap was of een serieuze vraag; een
toon alsof er een hint werd gegeven en die suggereerde dat mijn visie
van de mogelijkheden te beperkt was. Ik bedacht me hoe vaak ik mijn
studenten wel niet vertelde dat ze zichzelf teveel beperkten en antwoordde:
“Euh…wat dacht je dan van twaalf…nee, doe maar…eh,
veertien ton per akker.” Een gevoel van ongeloof kwam over me. Het was gewoon onmogelijk. Ernie was de beste landbouwer die we kenden. Hij gebruikte dezelfde soort snoeimethode die wij gebruikten- de Kniffen-methode- en realiseerde steevast 6 ton per akker, ongeacht het weer en de overige groei-omstandigheden. Acht ton werd beschouwd als een recordopbrengst voor de Kniffen-methode en was vrijwel ongehoord in deze contreien. De meeste wijngaarden, zoals de onze, leverden gemiddeld minder dan 4 ton per akker- welk systeem ze ook gebruikten. Ik begon hardop uit mijn hoofd te rekenen en zei: “ We hebben meer dan dertien akkers met wijnranken als je beide wijngaarden bij elkaar neemt. De hoogste opbrengst die we ooit in een jaar hebben gerealiseerd is 77 ton. Dat was in ons eerste jaar en waarschijnlijk beginnersgeluk gecombineerd met het gegeven dat de wijnranken in de jaren daarvoor slechts marginale aandacht hadden gekregen. In het tweede jaar haalden we een krappe 36 ton en in het derde jaar was de oogst gedaald tot een magere 17 ton. Dit jaar oogstten we zo’n 34 ton. Alles tezamen genomen zitten we dus op een gemiddelde van 40 ton per jaar. Acht ton per akker zou meer dan een record voor ons zijn en zou ons in totaal 104 ton opleveren. Ik zou kunnen geloven in een opbrengst van 100 ton druiven. Zouden jullie willen gaan voor 100 ton?” Er was een hoop discussie en debat onder hen voor een tijdje en toen
waren ze het eens. “Honder ton zal het zijn! Jij doet jouw
deel en wij doen het onze,” riepen ze in koor. Ik aarzelde, in mijn gedachten leek me dit nou niet heel veel zin te
hebben, maar toen dacht ik,”Oh, nou ja, ik ben de student
hier.” Dus ik zei: ”Oké, komt in orde. Is
er nog iets anders wat ik kan doen?” De stemmetjes volgden me om de hoek van de bomen en neerwaarts naar
de vijver, een toverachtige, afgeschermde plek, omringd door enorme
sparrenbomen die de een of andere vorige landeigenaar in drie concentrische
cirkels had geplant. “Hé,” riep ik, beseffend
dat dit wat grof klonk en dat ik eigenlijk niet wist of de elven ook
namen hadden. “Lijkt het jullie een goed idee om eens wat
ruimte om de vijver vrij te maken door wat boomtakken af te zagen en
te snoeien?” Daar stond ik, kijkend over het land, de heuvels, de welvingen in de
velden, verbaasd over het beeld dat zij schetsten en de onmiskenbare
indruk dat het er echt op leek dat het zou gaan werken.Toen ik niet
meteen reageerde, dook een enkele stem uit het koor op en zei: ”Het
is wel wat werk. Je zou een paar bomen moeten planten daarboven, waar
je een vijver maakt. Die helpen om de grond vast te houden. Je zult
ook een kleine brug moeten bouwen op de laan. En al die stenen en keien
waarvan je je maar afvraagt waar je die nou moet laten kunnen prima
gebruikt worden om de stroom te sturen….” Het was nu volop schemering en ik was veel langer op pad dan ik me
had voorgenomen. Ik wenste ze goedenacht en liep terug de heuvel af,
me onderwijl verbazend over de onmiskenbaar individuele stemmen die
verschillende keren hadden geklonken. Hadden ze nou namen? Deze gedachten
werden onderbroken door een stemmetje dat vanuit de verte echode: “Mijn
naam is Alvey…noem me Alvey!” De juiste balans? Wat volgt is het gedetailleerde verslag van deze samenwerking. Wie nu denkt dat die honderd ton wel eventjes wordt gehaald, heeft het mis. Tal van zaken, niet in het minst de spagaat die Penny voortdurend maakt tussen de eisen die het gewone leven aan haar stelt of, zeg maar, in het diepe springen, verhinderen dit. Alvey en de zijnen wijzen haar er echter op dat ze het voornamelijk zelf is die moeite heeft om haar eigen leven in balans te brengen. Aan het eind van het boek begint het Penny te dagen dat hier kennelijk de sleutel ligt: “ Maar het punt dat voor mij nog steeds niet duidelijk is,
zit ‘m juist in het onderwerp balans. Moeten we nu een of andere
perfecte balans vinden om 100 ton druiven te oogsten? Als dat zo is,
wat voor soort balans moet dat dan zijn? Is het iets fysieks, zoals
perfect herstelde grond, of meer in de richting van een manier van denken?
Is het zoiets simpels als niet doen wat we normaal gesproken deden?
Ik denk dat ik weet wat het zou betekenen om de balans in de natuur
te vinden, maar ik zou niet weten waar je moet beginnen als je moet
zoeken naar het hele concept van balans in het algemeen. Moeten we de
hele boerderij opnieuw bekijken en nog een andere wijngaard erbij planten
om die 100 ton te kunnen realiseren?” Zie hier voor deel 2 The Elves of Lily Hill Farm, Penny Kelly Andere boeken van Penny Kelly: The Evolving Human, A true story of awakened kundalini, 1997 Robes, a book of coming changes, 2001 (Een verslag van uiterst curieuze gesprekken met een groep niet te categoriseren merkwaardige mannekes over de toekomst van de samenleving. Bomvol zinnige opmerkingen: aan we ook ergens in 2006 een paar stukken uit vertalen) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||