|
![]() |
| Zachariël> Artikel |
|
printversie:
27/12/05 UFO’S : Een introductie in de Ufologie Onderbewustzijn en Ondernatuur Door EC Bakker Bij deze een aantal typische kenmerken van UFO-waarnemingen op
een rijtje, zonder eindeloos stil te staan bij de vraag of het nu wel
of niet bewezen is dat ze bestaan. Een niet al te positief beeld komt
uit deze waarnemingen naar voren. Eind jaren ’90 zijn een aantal Ufo-boeken verschenen die het Ufo-probleem behoorlijk overzichtelijk in kaart hebben gebracht.(1) Op basis hiervan kan in eerste instantie al het volgende vastgesteld worden: 1. Ufo-waarnemingen zijn een massaal fenomeen. De hoeveelheid getuigenissen
is overweldigend. Bekende mensen, gewone mensen, eenvoudige boeren,
wetenschappers; in alle lagen van de bevolking zijn er mensen die bij
hoog en laag zweren Ufo’s gezien te hebben. Kortom, Ufologie is bij uitstek materie om in te verzuipen en/of van
uit je bol te gaan. Het gros van de mensen dat erin geïnteresseerd
is, wentelt zich daarbij telkens weer in de vraag of ‘ze’
nu echt bestaan. Ze geloven dit doorgaans echter allang, maar lijken
zich met een eindeloze fascinatie voor dit fenomeen te voeden. Daarmee
raak ik aan de religieuze component die overal door de Ufologie heenspeelt:
“We’re not alone”. Als de mensheid dit nu
maar erkent, dan verandert onze hele toekomst. Tegelijkertijd is er
ook iets van verontrusting: “What do they want?” Hun technologie
is superieur aan de onze, ze doen rare experimenten met mensen en dieren.
Voor mijzelf is de vraag of we wel of niet alleen zijn allang beantwoord.
De wereld, zo men wil het universum, barst wat mij betreft van de wezens
met een enorm scala aan bewustzijnstoestanden waarop het etiketje meer
of minder intelligent nog volkomen onvoldoende is om verschillen aan
te geven. Het waarnemen van andere wezens onttrekt zich hooguit aan
onze directe waarneming.(3) Voor mij dus geen fascinatie in dit opzicht.
Dat ruimt lekker op. Hierdoor kan tenminste de vraag aan de orde komen
met wát voor soort wezens we hier dan te maken hebben. Er zijn onderzoekers zoals in de eerste plaats Erich von Däniken
die alle oude mythologie napluizen op buitenaardse intelligentie en
overal omschrijvingen vinden die wij misschien vandaag de dag Ufo-waarnemingen
zouden noemen. Dit is makkelijk voor te stellen wanneer primitieve indianenstammen
vandaag de dag nog bijvoorbeeld spreken over vliegtuigen als zilveren
godenvogels. (4)
De waarnemingen zelf Klassiek zijn de schotels die met grote snelheid de meest onmogelijke bewegingen kunnen maken. Daarnaast zijn er nog vele manifestaties van tamelijk amorfe objecten die van vorm veranderen wanneer het hun past, bijvoorbeeld in elkaar op kunnen gaan etc. Foto’s en films zijn er in overvloed. Iedereen heeft in ’96 wereldwijd op het nieuws, ook het NOS-Journaal, opnames kunnen zien vanuit de terugkerende spaceshuttle, die boven de stille oceaan doodleuk een razendsnel vliegend object vastlegde. De meeste opnames zijn echter van twijfelachtige kwaliteit en laten zich daarom diskwalificeren. Ook is inmiddels de techniek zo voortgeschreden dat je de meest fraaie nepopnamen kan maken.
Het is voorstelbaar dat je dus eindeloos kunt debatteren of een opname nu wel of niet echt is. Een nuttige vraag is echter waarom het dan kennelijk zo moeilijk is om een Ufo te fotograferen. Waarnemers spreken vaak van een verandering van atmosfeer in de lucht, vaak sterk voelbaar als een toegenomen spanning. Een technische indicatie is dat dit met een sterke elektromagnetische straling te maken heeft. Camera’s zijn hier niet op berekend, hetgeen tot vervormingen kan leiden. Hier moet meteen weer aan toegevoegd worden dat Ufo’s soms wel en soms niet op de radar te volgen zijn. Een belangrijke aanwijzing dat hun verschijningsvorm een sterk fluctuerend karakter heeft.
Waarnemingen gaan veelal gepaard met merkwaardige lichtverschijnselen. Sterke kleurveranderingen doen zich voor bij snelheidsveranderingen en bovenal bij landen en opstijgen. Er is een kleurenpatroon dat hierbij regelmatig optreedt: van wit naar rood, snel oranje wordend bij het afdalen, weer rood bij een soort stabiliseringsproces aan de grond, zich eventueel verdichtend tot grijsrood en vervolgens een soort licht grijs in “de kleur van heet roestvrij staal met een gouden gloed eromheen” (5) Nog enkele belangrijke fenomenen: mensen die Ufo’s van dichtbij
hebben gezien hebben vaak last van rode ogen en gevallen van bindvliesontsteking
zijn niet zeldzaam. Dit zijn beschadigingen die veroorzaakt kunnen worden
door het blootgesteld worden aan ultra-violette straling. Hoe zien ze eruit? Voor het ontmoeten van aliens heeft men de term ‘close encounters
of the third kind’ gekozen. Een inventarisatie van deze ontmoetingen
laat zien dat er verschillende soorten aliens bestaan. Het meest bekend
en waargenomen zijn de ‘little greys’, de kleine grijzen.
Echt die mannetjes die we ons inmiddels allemaal erbij voorstellen.
Een slag kleiner dan een volwassene, variërend van 70 cm tot 1
meter 20 , grote ronde schedel, die in bijna rechte lijn, zonder afwijkingen
schuin toeloopt naar de kin, die ook weer niet spits is. De ogen zijn
groot, zonder pupillen, bol uitlopend schuin naar boven/opzij, neusgaten
zonder neus, strakke mond, niet/nauwelijks lippen, geen zichtbare oren.
De huid is glad en grijs, kunstofachtig, zonder enige vlek, absoluut
geen beharing. Curieuze ledematen, knie en elleboog niet te zien, maar
schijnen wel als zodanig te functioneren, geen differentiatie van spieren,
van romp tot benen in een rechte lijn doorlopend, dus geen taille, kwetsbare
dunne nek. De handen hebben vier vingers, geen nagels, wel verdikkingen
aan de uiteinden. Voor de voeten geldt hetzelfde, ze lopen hetzelfde
als wij.
Hier houden de zaken echter niet mee op. Er zijn zeldzamere waarnemingen,
die verontrustender zijn. Deze waarnemingen komen, voor zover mij bekend,
alleen voort uit hypnose. Dit is natuurlijk een probleem, wat in meerdere
opzichten veelzeggend is: met wakker ik-bewustzijn vallen deze wezens
nauwelijks waar te nemen.
Er is ook een categorie Aliens die op mensen lijken of zich als zodanig
kunnen manifesteren; dezen zijn groot en krachtig gebouwd en hebben
veelal blond haar. In de Ufologie worden ze als de 'noordelijke' typen
omschreven. De literatuur over dit onderwerp heb ik niet bestudeerd.
Vooralsnog ziet het er naar uit dat deze categorie niet tot de hiervoor
genoemde hoort en daarmee ook niet in de hiërarchische verhoudingen
valt die daar schijnen te gelden. (Er zijn ook zeer merkwaardige waarnemingen
van elkaar bestrijdende UFO's; misschien is hier een samenhang?) What do they want? Kijken we eerst naar de communicatie zelf. Deze speelt zich in het
hoofd af. Aliens kunnen gedachten ‘lezen’ en overbrengen.
Derhalve hoeft het ons niet te verbazen dat er talloze verhalen zijn
over voorspellingen en openbaringen van kennis. Ik kan hier doorgaans
niet van onder de indruk zijn. Dan weer kloppen voorspellingen, dan
weer niet. De hoeveelheid uitspraken van aliens is nogal divers, maar een grote lijn valt er makkelijk in te herkennen: “we waren er altijd al” , “de aarde is in gevaar” , “we komen jullie helpen/ redden”. Een extra curiositeit bij de meer persoonlijke vragen is dat aliens mensen regelmatig reïncarnatielijnen voorschotelen. Dezen gaan dan gegarandeerd altijd terug tot aan de apen. Met wat voor probleem denken deze wezens ons dan te moeten helpen? Kennelijk niet met het voorkomen van oorlogen en slachtpartijen in de afgelopen 2000 jaar. Nee, het accent ligt in de eerste plaats vooral op het milieuprobleem waardoor de aarde en daarmee de menselijke soort in gevaar wordt gebracht. Hier moeten dan maatregelen tegen genomen worden. Welke dan? In de eerste plaats lijken de wezens te willen benadrukken dat het een kwestie is van mentaliteit. De aarde moet beschermd en afgeschermd worden. Een concreet advies dat ik tegenkwam was bijvoorbeeld om kassen te bouwen die volkomen onafhankelijk zijn van de seizoenen. Waarom is dit in godsnaam een oplossing? Hier komen we op het achterliggende fenomeen van de milieuwaarschuwing. Er zijn nogal wat aliens die waarschuwen voor een op handen zijnde kosmische ramp, waarbij doorgaans gerefereerd wordt als een meteorietinslag. Zeldzamer zijn mededelingen dat op een gegeven moment een onbekende 10e planeet van ons zonnestelsel zeer dichtbij de aardebaan zal komen. Deze planeet maakt een extreme ellips, waardoor die tot nu toe niet ontdekt is. De mensheid moet dan passende maatregelen genomen hebben. Zij willen dat wij ons hier op voorbereiden, met name door goede technologie te ontwikkelen die de aarde meer zelfredzaam maakt. Waar houden Ufo’s zich nu eigenlijk mee bezig? Een deel van die
vraag is al beantwoord; ons observeren en tot mentale en technologische
vooruitgang inspireren om de aarde te behouden. Doen ze zelf ook nog
wat? Vaak als ze aan de grond zijn worden ze waargenomen terwijl ze
op de een of andere manier meting-en en andersoortig onderzoek verrichten.
Interessant wordt de zaak bij de ontvoeringen. Mensen worden eindeloos
onderzocht aan boord van een groot schip of in ondergrondse, soms onderzeese
bases. Het accent ligt daarbij op de voortplanting. Talloos zijn de
verhalen van vrouwen die onderzocht worden in de baarmoeder.(8) Van
mannen wordt weer zaad afgenomen. Ook zijn er verhalen omtrent mensen
die van jongs af aan met enige regelmaat ontvoerd en behandeld worden,
in enkele gevallen zelfs in een complete generatie-opvolging. Nog gekker
zijn getuigenissen dat mensen van jongsaf met elkaar tegelijkertijd
zijn ontvoerd, al wonen ze ver van elkaar en kennen ze elkaar niet,
waarbij de zaken na jarenlange ‘voorbewerking’ zo worden
geregeld dat er op de een of andere manier een bevruchting plaats kan
vinden. Natuurlijk stuit je logischerwijs dan ook op verhalen van kinderen
die door aliens opgevoed worden. Uitleg omtrent dit alles van hun kant is beperkt. Wat in de eerste plaats opvalt is het kille, immorele karakter van dergelijke activiteiten. Menselijke vrijheid staat niet zo hoog in het vaandel. Je zou je voorts af kunnen vragen of dit nu kennelijk de manier is waarop aan de evolutie wordt gewerkt. En inderdaad, er zijn aliens die beweren dat wij überhaupt door hen geschapen zijn. Er moet nu kennelijk dringend wat bijgesleuteld worden. Consequenter beschouwd valt niet aan de indruk te ontkomen dat aliens
op de een of andere manier zélf met een probleem zitten. Mensen
hebben iets wat zij niet hebben. Ze zijn op de een of andere manier
van ons en de aarde afhankelijk.(9) Nu is een diepgravend interview
met aliens over dit onderwerp niet voorhanden. Niet zo vreemd; ontvoeringsslachtoffers
zijn veelal totaal verblufd en beschikken niet ter plekke over een wakker
ik-bewustzijn. Vragen worden bovendien veelal door de grijzen ontweken.
Daar komt bij dat de intelligentsten onder de aliens, de bidsprinkhanen,
zich doorgaans op de achtergrond houden. De kleine en grote grijzen
doen vooral hun werk, met hagedistypen valt überhaupt niet te praten.
Nog wat andere details: de kleine grijzen houden zich vooral bezig met
allerlei uitvoeringszaken, zoals het afnemen van stukjes weefsel en
het verrichten van andersoortige minutieuze metingen. Dit is ook de
eerste fase bij een ontvoering. De tweede fase kenmerkt zich erdoor
dat een grotere grijze iemand psychisch onder de loep neemt door de
ontvoerde uitgebreid en doordringend in de ogen te kijken. Er is nog
niemand geweest die zich hiertegen heeft kunnen verzetten; mensen hebben
het gevoel dat ze volledig doorgelicht worden en ervaren dit als zeer
bedreigend. De derde fase zijn de echte chirurgische ingrepen. Deze
drie fasen zijn tamelijk standaard, zeldzamere verhalen gaan over allerlei
vreemde psychologische experimenten, waarbij er kennelijk weer driftig
wordt geobserveerd. Voorlopige balans Ufo’s onttrekken zich aan de ons bekende wetten van de materie.
Het heeft er alle schijn van dat ze zich ook niet zonder meer in onze
fysieke werkelijkheid kunnen handhaven. Hun zichtbaarheid heeft een
tijdelijk karakter. Psychologisch gezien gaat hetzelfde op; een wakker
ik-bewustzijn van mensen trachten ze te dempen, daar voelen ze zich
kennelijk ook niet bij thuis. Opvallend is dat ze eenzijdig georiënteerd
zijn op wilskracht, daar hebben ze enige vat op. Pas door het (deels)
verlammen van de wil lijken ze in staat te zijn hun gedachteninhouden
over te brengen. Zelfstandig denken is er bij het gros van hen ook niet
bij; ze zijn sterk hiërarchisch georganiseerd. Het gevoelsmatige
element lijkt voor hen een volkomen braakliggend terrein te zijn. Ten aanzien van de aarde hebben ze een sterk conserverende tendens.
De motieven hiervoor zijn versluierd en onhelder. Hun handelen wijst
op een ingrijpen in de verdere ontwikkelingen van mens en natuur. Feitelijk
willen ze dus ook de natuur niet behouden zoals die nu is. Nemen we
hun voornaamste occupatie met voortplanting serieus, dan wijst dit er
onontkoombaar op dat ze bezig zijn een passender wereld voor zichzelf
te scheppen. Juist hiervoor lijken ze afhankelijk te zijn van de mensen
zelf. Onderbewuste en ondernatuur Combineer je dit gegeven van het onderbewuste met hun technologie waarin elektromagnetisme in elk geval een sterke rol speelt, dan wordt zeer sterk het vermoeden bevestigd dat we hier te maken hebben met elementwezens die verbonden zijn met de zogenaamde ondernatuur. De krachten van elektriciteit en magnetisme zijn in de afgelopen 150 jaar steeds meer op de voorgrond gekomen. Technologie is hierdoor al een tweede ‘natuur’ geworden en dringt zich in een dominerende eenzijdigheid steeds meer op aan de ‘klassieke’ natuur. Ziehier een belangrijke oorzaak van het milieuprobleem. Tegelijkertijd is het milieu overduidelijk een bewustzijnsprobleem voor onszelf geworden. Wij hebben uiteindelijk toch zelf deze tweede natuur geschapen en worden geconfronteerd met onze eigen verantwoordelijkheid voor de richting en voortgang van de wereld waarin wij leven. Het ziet er naar uit dat Ufo’s eerder een manifestatie zijn van het probleem dan de oplossing die ze zeggen te bieden. Interessant is ook dat Ufo’s een indicatie geven waar de inspiratie voor de huidige wetenschappelijke ontwikkeling vandaan komt.(11) Let bijvoorbeeld eens op hoeveel mensen tegenwoordig vinden dat het beschermen van de aarde tegen een mogelijke meteorietinslag van belang is om ons op voor te bereiden; zie anders ook de golf van films over dergelijke wereldcatastrofes. Die mensen zijn echt niet allemaal ontvoerd en toch ligt hier een duidelijke parallel.
Dat velen Ufo’s verder afdoen als een grootschalige collectieve waan doet, dit alles overziend, nog niet eens zoveel ertoe. Het klopt zelfs wel, aangezien tussen ondernatuur en onderbewuste een direct verband ligt.(11) Het verontrustende lijkt te zijn dat onderbewuste en ondernatuur dan kennelijk steeds meer letterlijk zichtbaar worden. Het is bepaald niet ondenkbaar dat Ufo’s zeker wel een algemeen fact of life kunnen worden in de zin dat iedereen dergelijke waarnemingen zal gaan doen. Doordenkend, dringt het volgende zich op: de ondernatuur kan letterlijk zichtbaar worden omdat de zintuigelijke vermogens van de mensen kennelijk aan verandering onderhevig zijn. Onze gehele perceptie van de werkelijkheid staat dan op het punt volledig op de kop te worden gesteld. Nu ligt hier een enorm probleem; de ondernatuur manifesteert zich veel gemakkelijker aan ons omdat ze zich dicht bij onze fysiek ingestelde zintuigen bevind. (12) Het waarnemen van geheel andere soorten geestelijke wezens vereist nu juist een meer vergeestelijken van de zintuigen in omgekeerde richting. De vereiste hiervoor is een veel grotere mate van eigen inspanning; wakker denken en helderheid in het voelen. M.a.w. bouwen op het eigen gezonde ‘warme’ verstand (als balancerende aanvulling op het strikt analytische, 'kille' intellectuele denken). Dat heeft ieder mens in principe in huis; de eigenlijke vraag wordt dan of men dit wil gebruiken of niet. Zo niet, dan gaat het onderbewuste en daarmee ook de ondernatuur overheersen. Mens en aarde worden nog meer op zichzelf teruggeworpen dan nu het geval is. Zo wel, dan kan blijken dat de mens en aarde een totaal andere ontwikkeling
kunnen gaan dan huidige wetenschap en aliens ons voorschotelen. Dit
houdt meer een vergeestelijkingsproces in van mens en wereld, waarbij
mensen juist vrijer worden en de relatie van mens en aarde met de ons
omringende sterrenwereld juist hechter wordt. Voor de wezens van de
ondernatuur houdt dit ook een omvorming in. Het opent ook een perspectief
op beduidend constructievere mogelijkheden voor communicatie en samenwerking
dan nu klaarblijkelijk het geval is.
(1) Literatuur: Jim Marss, Alien Logboek (1998), Colin Wilson, Aliens
aan de Horizon (1999), Helmut Lammer, Het geheimboek UFO (1996). Alledrie
de boeken zijn uitgegeven door Tirion en liggen in iedere bibliotheek. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||